Tiende week actie schoonmakers

Aangepast op
Economie

Op sommige plaatsen begint het een rommel te worden, doordat sinds januari schoonmakers in staking zijn. De actie gaat vandaag de tiende week in.

Het leidt ertoe dat kantoorpersoneel zelf de stofzuiger ter hand neemt en dat ouders met emmer en sopdoek in schoollokalen zijn te vinden.

De stakers willen onder meer een hoger loon en minder werkdruk. De werkgevers noemen de eisen van de schoonmakers onbetaalbaar, de stakers houden vast aan hun eisen.

Normaalste zaak

Het einde van het conflict is niet in zicht. Op dit moment praten de partijen niet met elkaar. De gesprekken zijn gestopt, nadat de werkgevers een stijging van de loonkosten hadden toegezegd van 6 procent. De FNV heeft dat afgewezen, het CNV moet nog reageren.

Ron Meyer van FNV Bondgenoten zegt dat de oorzaak van het conflict bij de opdrachtgevers van de schoonmaakbedrijven ligt. "Grote bedrijven als Philips en ING en de ministeries willen steeds minder voor het schoonmaken betalen. De sector geeft daar aan toe."

De acties gaan "niet om luxe, maar om voorstellen die voor de meeste mensen in Nederland tot de normaalste zaak van de wereld behoren", stelt Meyer. Voorbeelden zijn doorbetaling bij ziekte en meer zekerheid voor tijdelijke krachten. Verder vinden de stakers dat ze in korte tijd te veel moeten doen.

Onrealistisch

De schoonmaakbedrijven noemen de eisen van de vakbond onrealistisch in een tijd van recessie en zware bezuinigingen. Volgens de werkgevers zullen de loonkosten met 12 procent stijgen als ze ingaan op het eisenpakket van de stakers.

Voorzitter Hans Simons van de werkgeversorganisatie OSB begrijpt niet dat zijn "eindbod" door bonden en stakers is afgewezen. Volgens Simons wordt door maar een kleine groep van de 150.000 werknemers gestaakt. "Verreweg de meeste werknemers zouden tekenen voor ons royale bod."

In 2010 waren er ook acties van schoonmakers, maar die hebben volgens de vakbond niet tot het gewenste resultaat geleid.