Jan Siemerink wint het ABN Amro-toernooi in 1998
ANP door redacteur Daan Floor
Het is iets waar Jan Siemerink met recht erg trots op is: zijn titel van het ABN Amro-toernooi van 1998.
Niet alleen omdat hij naast Tom Okker en Richard Krajicek een van de drie Nederlandse winnaars is.
En ook niet zozeer omdat zijn naam tussen spelers als Björn Borg, Jimmy Connors en Roger Federer prijkt, maar vooral omdat hij toen in één week de wereldtoppers Goran Ivanisevic, Patrick Rafter en Krajicek versloeg.
Ivanisevic trof hij al in de eerste ronde, de twee jaar daarvoor het eindstation voor Siemerink. En eigenlijk had dat dit keer ook zo moeten zijn, maar een gelukkige return op de lijn op matchpoint tegen leidde een droomweek in voor de Rijnsburger.
"Dat is eigenlijk het verhaal van die week", zegt Siemerink veertien jaar na zijn bizarre 5-7, 7-6 (6), 6-3 overwinning op de Kroaat. "Dat matchpoint voor Goran was op 6-5 in de tiebreak, dan zit je natuurlijk dicht bij een uitschakeling. Helemaal omdat hij serveerde."
"Ik weet nog precies hoe het ging. Hij serveerde naar buiten en ik raak 'm met mijn forehand net een beetje te laat. Die bal dwarrelt langs 'm heen en raakte de buitenkant van de lijn. Daar draaide gelijk het momentum, want hij dacht dat ie uit was."
Spelen met het lot
Gelukkig voor Siemerink was er toen nog geen Hawk-eye, want dan had hij het punt, de wedstrijd en dus ook zijn titel mogelijk moeten afstaan. Of weet hij zeker dat de bal daadwerkelijk in was? "Als speler heb je wel een soort roze bril op: ik zag dat ie de lijn raakte. Maar ja, dan heb je altijd nog te maken met een lijnrechter die de bal ook in moet zien."
Siemerink speelde die partij nóg een keer met het lot. "Wat ik me ook nog kan herinneren is dat toen ik serveerde voor de wedstrijd, ik onderuit ging. Toen viel ik met de muis van mijn duim onder mijn racket. Dat was zo'n dreun, die hand werd een soort van gekneusd. Het ging nog net goed die laatste game. Met pijn en moeite won ik 'm."
"Gelukkig hoefde ik de volgende dag niet te spelen, want toen kon ik mijn racket niet meer vasthouden. Dan had ik op moeten geven, gek genoeg." En zo kroop Siemerink op dag één van het evenement twee keer door het oog van de naald. Daarna liet hij niets meer aan het toeval over.
Sterke reeks
In ronde twee moest de blonde en bebrilde Fransman Guillaume Raoux ("goede indoorspeler, had ik het vaak lastig tegen") er aan geloven en in de kwartfinales topseed Patrick Rafter. Van die partij zijn helaas geen beelden in het NOS-archief, maar die heeft Siemerink niet nodig om te herinneren dat hij niet bang was voor de Australiër. "Hij speelde hetzelfde spel als ik, eerste en tweede service naar het net. Ik had daar op de een of andere manier niet zo veel moeite mee."
Bij de laatste vier stond Richard Krajicek aan de andere kant van het net en die liet zich voor de wedstrijd ontvallen dat de titel al min of meer van hem was. Daarmee onderschatte hij Siemerink. "Voor mij was het niet zo dat hij mij onderschatte ofzo. Ik vond de teleurstelling bij Richard wel opvallend. Hij heeft toen later ook tegen mij gezegd dat ik gewoon beter was, hij had het alleen niet verwacht."
En dus stond Siemerink in de finale, tegen Thomas Johansson. Op dat moment een nog vrij onbekende Zweed. Later zou die Zweed de Australian Open winnen, maar in 1998 verwachtte iedereen dat Siemerink de finale zou winnen. Zorgde dat voor extra druk? "Nee, daar had ik geen last van. Ik heb me geconcentreerd op mijn eigen spel. Nadat ik in de eerste set een tiebreak uit het vuur sleepte en die won, ging het soeverein allemaal."
"Waar is mijn cheque nou?"
En na het behalen van zijn derde van in totaal vier ATP-titels (naast Ahoy waren dat Singapore 1991, Nottingham 1996 en Toulouse 1998) zette hij ook toernooidirecteur Wim Buitendijk nog even tegen de muur. "Wim, waar is mijn cheque nou?", begon Siemerink de prijsuitreiking. "Oh ja? Hahaha, dat weet ik niet meer. Nee, dat weet ik niet meer. Echt een pro-tennisser hè, in die tijd."
Terugkijkend concludeert Siemerink dat die week alles samenviel. "Serve en volley was mijn spel, daar moest ik mijn tegenstander pijn mee doen. Het gaat er soms om dat er net een of twee slagen beginnen te lopen die normaal niet je sterkste slagen zijn, dan ben je vaak in grootste vorm. Ik begon vanaf de baseline ook goed te tennissen. Bij sommige wedstrijden hoefde ik nergens over na te denken. En dat heb je zelden."
"In die week versla je eigenlijk vier Grand Slam-winnaars, da's best wel apart. Op dat moment vond ik dat niet eens zo raar dat dat gebeurde. Ik had toch altijd wel het gevoel dat ik van die spelers kon winnen en dat wisten ze ook van mij. Ik was niet één of andere joker die toevallig een goede week had. Dat was niet voor iedereen duidelijk, maar dat geeft niet. Want ik wist dat zelf wel. En op het moment dat het moest gebeuren, gebeurde het ook."
Het ABN Amro-toernooi heeft van 13 tot en met 19 februari plaats in Ahoy. Dagelijks zijn HIER vanaf 13.30 uur de partijen van het centre court te zien. Alleen de eerste avondpartij is voorzien van commentaar.
Deel deze pagina
»
»
»
»
»
»
»