»
Een van de dienstwapens van de Nederlandse politie, de Walther P5
ANP De aanbestedingsprocedure voor een nieuw dienstwapen voor Nederlandse politieagenten moet over. Dat heeft de rechter in Den Haag in kort geding bepaald.
De zaak was aangespannen door de wapenfabrikanten Beretta en Walther. Zij vinden dat de procedure niet eerlijk is gegaan.
Nummer twee
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie koos vorig jaar voor fabrikant Sig Sauer, maar de deal ging niet door toen bleek dat er technische problemen met het wapen waren. Opstelten koos toen voor Heckler & Koch, de nummer twee uit de aanbestedingsprocedure.
Hij wilde de procedure niet helemaal opnieuw doorlopen, omdat dat te veel tijd zou gaan kosten en ten koste zou gaan van de veiligheid van de agenten op straat.
Ook geld speelde bij Opsteltens keuze een rol. Het onderhoud aan de huidige dienstwapens kost 2,3 miljoen euro per jaar. Bij de Heckler & Koch is dat vijf ton. Ook staan er al testen gepland met dat wapen. Die kosten bijna 70.000 euro.
Beretta en Walther vonden dat de procedure moest worden overgedaan en hebben nu dus gelijk gekregen. "De procedure moet opnieuw, zodat alle concurrenten weer een eerlijke kans krijgen", stelt de rechter.
Vertraging
Minister Opstelten noemt de uitspraak via zijn woordvoerder "een tegenvaller, omdat het huidige dienstwapen zijn langste tijd heeft gehad". Het ministerie gaat niet in hoger beroep. "Dat zou te veel tijd kosten."
"We starten nu een snelle en zorgvuldige aanbestedingsprocedure. Dat betekent dat we rekening moeten houden met een vertraging van 1 à 1,5 jaar", aldus de woordvoerder van de minister. "Ook moeten we rekening houden met extra kosten voor het langer onderhouden van het huidige dienstwapen."
Deel deze pagina
»
»
»