KNVB: blessurecijfers moeten omlaag

Aangepast op
Binnenland

Elk voetbalseizoen lopen zes van de tien spelers een blessure op. Dat blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht. Gemiddeld kunnen ze vijf dagen niet werken en zestien dagen niet sporten. Maar ook na de herstelmelding heeft 27 procent nog pijnklachten. De KNVB schrikt van de cijfers.

Sporten is overwegend gezond. Toch raken per jaar vier miljoen mensen geblesseerd. Daarvan ontstaan 620.000 blessures op het voetbalveld. Het UMC Utrecht volgde tijdens het seizoen 2009-2010 meer dan 20 teams, die spelen in de eerste klasse van de amateurs. In totaal deden meer dan 450 spelers mee aan het onderzoek.

Risico

De belangrijkste conclusie is dat zestig procent van de spelers tijdens het voetbalseizoen geblesseerd raakt. Enkel-, knie- en hamstringblessures komen het meest voor (48,5 procent). Daarvan wordt de enkel het meest genoemd.

Onderzoeker prof. Frank Backx zegt: "Als je voor voetbal kiest, weet je dat je het risico loopt op een blessure. Eens in de twee jaar krijgt iedereen wel een blessure. 620.000 blessures is een hoog aantal, maar dat willen we proberen terug te dringen. Dat moet minder kunnen."

Uit het onderzoek blijkt verder dat gebruik van de warming upmethode 'De11', die door wereldvoetbalbond FIFA wordt gepropageerd, niet helpt. De voetballers die deze methode volgden, waren net zo vaak geblesseerd als spelers die hun eigen warming-up deden.

Opleiding

De KNVB schrikt van de uitkomsten. De bond doet er alles aan om het aantal blessures te verminderen.

Woordvoerder Nabil Ou-Aissa: "Wij verankeren het in de opleiding die trainers en coaches krijgen al in een vroeg stadium. Hoe herken je blessures? Hoe ga je ermee om? Welke programma's pas je toe? Hoe tape je een enkel? Maar ook: welk schoeisel gebruik je? Op welke wijze doe je je warming-up? En, heel belangrijk als een speler geblesseerd is: niet te snel het veld weer op."