»
De Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono
EPA Het gerechtshof in Den Haag heeft twee eisen van de Zuid-Molukse regering in ballingschap (RMS) aan de Nederlandse staat afgewezen. De RMS eiste dat de Nederlandse regering twee brieven van de RMS moest beantwoorden en wilde dat Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië niet langer erkent.
Eerder werd in deze zaak een eis van de RMS om de Indonesische president Yudhoyono te arresteren als hij in Nederland is, in kort geding afgewezen.
Yudhoyono zou vorig jaar oktober een staatsbezoek brengen aan Nederland. De RMS eiste in een kort geding tegen de Nederlandse staat zijn arrestatie, omdat de president schuldig zou zijn aan het schenden van mensenrechten van een aantal Zuid-Molukkers.
Bestaansrecht
Yudhoyono zegde daarop zijn bezoek aan Nederland af, hoewel de Staat hem had verzekerd dat hij niet zou worden gearresteerd.
Korte tijd later eiste de RMS in een kort geding ook de arrestatie van de oud-minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, Hasan Wirajuda, die op dat moment in Nederland was. Ook die eis werd verworpen.
Tijdens het hoger beroep van vandaag heeft de Staat in zijn verweer opgevoerd dat de republiek der Zuid-Molukken niet door Nederland wordt erkend en in juridisch opzicht niet bestaat. Het hof heeft geen uitspraak willen doen over het juridische bestaansrecht van de RMS, omdat dit voor de beslissing van het geschil niet relevant is.
Strijd
De zaak ligt gevoelig onder Molukkers in Nederland. Kort na de Indonesische onafhankelijkheid van Nederland weken veel Zuid-Molukkers uit naar Nederland. Het ging vooral om militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) met hun familie, die vaak op dienstbevel naar Nederland kwamen.
In 1950 werd de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) uitgeroepen als onafhankelijke staat, maar nergens ter wereld erkend, op het land Benin na. Op Ambon ontstond een guerrillastrijd tegen de Indonesische overheersing.
In 1966 werd de in Nederland wonende Johan Manusama president in ballingschap van de RMS.
De RMS in Nederland radicaliseerde, wat onder meer leidde tot brandstichting in de Indonesische ambassade in Den Haag in 1966 en de treinkapingen in 1975 en 1977. Het laatste gewelddadige incident was in 1978, bij een gijzeling in het provinciehuis in Assen.
Sindsdien is de RMS via rechtszaken een strijd blijven voeren voor onafhankelijkheid.
Deel deze pagina
»
»
»