»
De werkkamer van Harry Mulisch
NOS Door verslaggever Jeroen Wielaert
Harry Mulisch krijgt een museum in eigen huis. Zijn voormalige werkvertrekken zullen worden ingericht als tentoonstelling. Het wordt de Amsterdamse dependance van het Letterkundig Museum. Daarvoor komt er aan de Leidsekade 103 een extra ruimte voor wisselexposities onder Mulisch schrijfetage. De fondsenwerving is nog bezig.
Het museum zal open gaan in de loop van 2012. Met dit museum wordt een hartenwens van de schrijver vervuld. Hij overleed op 30 oktober 2010. Op de verdieping is alles nog precies hetzelfde. Daar zal niets of weinig aan veranderen. Het is achtergebleven als een spiegel van zijn persoonlijkheid. In die zin is Mulisch nog zeer aanwezig.
Het Aap-Noot-Mies-plankje uit zijn kinderjaren staat in de kast naast de ligstoel waarin hij het beste na kon denken en naar het kleine televisiescherm keek dat tot het laatst zijn venster op de wereld was, als één van de essentiële elementen in zijn kosmisch laboratorium.
Manuscript
In dat heel precies geordende universum op Leidsekade 103 schreef Mulisch zijn boeken. Niet dat álles is geschreven in deze ruimte. De schrijver bedacht ook essentiële zinnen als hij onder de douche stond of een tram in stapte. Het is wel zo dat hij in dit vertrek zijn belangrijkste literaire beslissingen nam. Ook over punten en komma's. 'Dit is zijn werk. Er staat hier niets zomaar,' zegt Kitty Saal, zijn vrouw.
Naast de boekenkasten, de gravures, het borstbeeld van Goethe, zijn archiefmappen en de beroemde pijpenrekken zijn ook handschriften te zien, ook al keurig geordend. Daaronder ook het onvoltooide manuscript van de roman De Tijd Zelf. Dat verschijnt nu ook als boek, met essays van Marita Mathijsen en Arnold Heumakers. Het wordt zaterdag ten doop gehouden aan het Leidseplein, één dag voor Mulisch sterfdatum.






»
»
»