Rechts-extremisme in Noorwegen; een overzicht

Tore Tvedt»
Tore Tvedt Dagbladet.no

Door redacteur Rinke van den Brink

De rechts-extremistische beweging in Noorwegen beleefde haar hoogtepunt midden jaren negentig. Toen was het aantal activisten, volgens de Noorse onderzoeker Tore Bjorgo beperkt: zo'n driehonderd verdeeld over maximaal tien kernen. Rond de millenniumwisseling piekte activistisch extreem-rechts nog eens, daarna stabiliseerde het aantal actieve leden zich op maximaal tweehonderd.

Het gaat om doorgaans jonge activisten, in overgrote meerderheid man. Het opleidingsniveau van de activisten is meestal laag. Maatschappelijk zijn de meeste rechts-extremisten niet succesvol. Dat maakt de organisaties zwak en zeer afhankelijk van de leiders. De activistische carrières van de rechts-extremisten duren vaak niet heel lang. Weinigen blijven na hun tienerjaren actief.

Stieg Larson

Ondanks die inherente zwakte zijn sommige groepen rechts-extremisten sterk genoeg om zich op straat te manifesteren. Dat gaat er vaak niet zachtzinnig aan toe. Vooral in Oslo en Kristiansand hebben zich ettelijke botsingen voorgedaan tussen jeugdige neonazi's en migrantenjongeren.

Daarbij gelden Zweedse neonazi's als het voorbeeld. Zij zijn in het verleden vaak extreem gewelddadig geweest en pleegden in de jaren negentig gewapende bankovervallen waarbij ze er niet voor terugdeinsden om politiemensen neer te schieten.

Ook enkele journalisten hebben hun publicaties over de gewelddadige rechts-extremisten met de dood moeten bekopen. Een bekende vakbondsman die zich verzette tegen vakbondslidmaatschap van bekende neonazi's werd prompt - met zijn zoontje - slachtoffer van een zware bomaanslag. Deze aanslagen zijn door Stieg Larsson verwerkt in zijn Millennium-reeks.

Vigrid

De zogeheten Zweedse Verzetsbeweging heeft een Noorse evenknie gekregen die vooral bestaat uit voormalige leden van de gewelddadige skinheadgroep Boot Boys. De leden van de groep doen aan fysieke trainingen.

Verder is er de beweging Vigrid, geleid door de intussen pensioengerechtigde Tore Tvedt. Die beweging is gemodelleerd naar de belangrijkste Amerikaanse neonazi-beweging National Alliance. Vigrid ontkent de holocaust, vereert Hitler en aanbidt oude heidense goden.

Vigrid roept niet openlijk op tot geweld, maar hangt wel een racistische en gewelddadige ideologie aan, volgens de Nederlandse onderzoekers Froukje Demant, Marieke Slootman, Frank Buijs en Jean Tillie verzet de organisatie zich tegen het "zionistische bezettingsregime" in Noorwegen. Ook het gewelddadige Blood and Honour heeft een afdeling in Noorwegen, maar die leidt een kwijnend bestaan.

Vooruitgangspartij

De Nederlandse socioloog Ruud Koopmans publiceerde enkele jaren geleden een studie naar het voorkomen van extreem-rechts en racistisch geweld in een aantal Noord- en West-Europese landen. Zijn hoofdconclusie was dat de aanwezigheid van een sterke extreem-rechtse politieke partij hand in hand ging met een relatief geringe omvang van rechts-extremistisch geweld. En omgekeerd.

In Zweden bestond tot enkele jaren geleden geen succesvolle extreem-rechtse partij. Tegelijk was er sprake van extreem gewelddadige acties van neonazi's en andere rechts-extremisten. Intussen hebben de rechtse Zweden-Democraten vorig jaar hun entree in het parlement gemaakt.

Behalve enkele kleine electoraal verwaarloosbare groeperingen, bestaat er in Noorwegen al veel langer een succesvolle, door velen als extreem-rechts beschouwde partij: de Voortuitgangspartij, genoemd naar de gelijknamige Deense partij die de voorloper was van de nu heel succesvolle Deense Volkspartij.

Interne conflicten

Die Deense Volkspartij, de grote inspirator van Geert Wilders' PVV, is veranderd van een anti-belastingenpartij in een anti-immigratie partij. Net als de Noorse Vooruitgangspartij deed onder leiding van Carl Hagen.

De partij werd onder een andere naam opgericht in 1973. In 1978 werd Carl Hagen partijleider. Vanaf dat moment ging het, met zo nu en dan een terugval, bergopwaarts. In 1983 kwam de partij voor het eerst in het parlement met vier zetels. Twee jaar later waren er daar nog twee van over, maar in 1989 werd Hagens partij de derde grootste van het land.

In de jaren negentig vocht de Vooruitgangspartij heftige interne conflicten uit. Hagen wint, gooit een groep meer liberale prominenten uit de partij en legt nog meer de nadruk op zijn verzet tegen de immigratie. Tegelijk zoekt hij mogelijkheden voor samenwerking met centrum-rechts.

Nieuwe successen

Bij de lokale verkiezingen van 2003 scoort de partij voor het eerst meer dan 20 procent van de stemmen. In 2006 stapt Hagen op als partijleider. Zijn opvolgster Siv Jensen heeft de Vooruitgangspartij intussen naar nieuwe successen geleid.

Bij de laatste parlementsverkiezingen, in 2009, kreeg de partij 22,9 procent van de stemmen en 41 van de 169 parlementszetels. Alleen de sociaal-democraten van premier Jens Stoltenberg zijn groter dan de Vooruitgangspartij.

Als Koopmans gelijk heeft, heeft de Vooruitgangspartij er lang aan bijgedragen dat de omvang van het rechts-extremistisch geweld in Noorwegen beperkt was. De vraag is of de aanslagen van gisteren daar nu verandering in hebben gebracht.

Deel deze pagina

Video en Audio

Meer video en audio