Pensioenakkoord is rond

Aangepast op
Economie

Werkgevers, werknemers en het kabinet zijn het eens over het pensioenakkoord. Daarin worden de AOW en de pensioengerechtigde leeftijd gekoppeld aan de leeftijdsverwachting.

Er is afgesproken dat de pensioenleeftijd in twee stappen omhoog gaat, naar 66 jaar in 2020 en 67 jaar in 2025.

Wel kunnen mensen vanaf 2020 kiezen op welke leeftijd ze met pensioen willen gaan. Als ze eerder met pensioen willen, ontvangen ze voor elk jaar dat ze eerder stoppen een 6,5 procent lager AOW-pensioen.

Ouderenkorting

Dat verlies wordt voor een deel weer opgevangen doordat vanaf 2013 de AOW voor iedereen jaarlijks met 0,6 procent omhoog gaat. De lagere inkomens krijgen vanaf 2020 ook een extra ouderenkorting van 300 euro.

Mensen kunnen er ook voor kiezen om na hun 66e (vanaf 2025 na hun 67e) door te werken. Dan krijgen ze juist 6,5 procent meer AOW.

Gegarandeerd

De hoogte van de pensioenuitkeringen is niet meer gegarandeerd. Die wordt afhankelijk van de opbrengst van beleggingen. Wel stijgt de AOW-uitkering mee met de inflatie en is er vanaf 2013 elk jaar een extraatje van 0,6 procent.

Volgens minister Kamp van Sociale Zaken biedt dit pensioenakkoord ook mensen met een laag inkomen de mogelijkheid om toch op hun 65ste te stoppen met werken.

Verdeeld

De vakcentrale FNV is nog altijd verdeeld over het akkoord. De grootste vakbond, FNV Bondgenoten, vindt dat de rekening eenzijdig bij de werknemers terechtkomt. Ook is de bond erop tegen dat de uitkering variabel wordt.

De FNV houdt nog een ledenraadpleging over de pensioenen. FNV Bondgenoten geeft zijn half miljoen leden het advies tegen te stemmen.

Volgens minister Kamp is dat geen probleem, omdat in het akkoord ruimte is gehouden voor werkgevers en vakbonden om aan de cao-tafel de zaken per bedrijf of sector uit te werken.