»
Spandoek met de tekst Geen Baathpartij, geen Assad
AFP In Syrië zijn bij antiregeringsprotesten mogelijk 75 doden gevallen. Dat zeggen verschillende mensenrechtenorganisaties in het land.
Daarmee zou het de bloedigste dag zijn sinds de protesten tegen president Assad begonnen. Onafhankelijke bevestigingen van het hoge dodental zijn lastig te krijgen, want internationale media mogen Syrië niet in.
De Amerikaanse regering heeft Syrië opgeroepen geen geweld meer te gebruiken tegen demonstranten.
Ordediensten
De oppositie in Syrië had opgeroepen om vandaag massaal de straat op te gaan om te betogen tegen het regime van president Assad. Tienduizenden mensen hebben daaraan gehoor gegeven in de belangrijkste steden van Syrië.
Volgens ooggetuigen stuitten de demonstranten vrijwel overal op ordetroepen die massaal in de straten aanwezig waren. Volgens al-Jazeera vielen er in Homs, waar het al dagen onrustig is, veertien doden. In de zuidelijke stad Ezra zeiden artsen dat er zeker tien lijken in een ziekenhuis liggen.
In de hoofdstad Damascus, waar het tot nu toe rustig was, vielen ook doden bij gevechten. Zo'n 40.000 mensen hadden zich in de buitenwijken verzameld, maar door massale aanwezigheid van de veiligheidstroepen konden zij het centrum niet bereiken. Daar is het dan ook rustig gebleven.
Noodtoestand
Gisteren zette president Assad zijn handtekening onder het afschaffen van de noodtoestand; spontane demonstraties blijven echter verboden. Demonstraties moeten officieel van tevoren worden aangevraagd. Voor de betoging van vandaag had maandag officieel een vergunning moeten worden aangevraagd. De oproep kwam pas gisteren.
Mensenrechtenorganisaties zien de demonstraties vandaag als een test voor het regime. Assad kan volgens hen nu zijn werkelijke intenties laten zien.
Oppositiegroeperingen gaven vanmidag een gezamenlijke verklaring uit waarin wordt geëist dat de monopoliepositie van de Baath partij van president Assad wordt opgeheven.
Deel deze pagina
»



»