Zekerheid of chaos: 5 vragen over Syrië

De Syrische president Assad.» De Syrische president Assad. Verenigde Naties

De demonstraties in Syrië nemen toe, het bewind treedt steeds harder op. Vijf vragen over de demonstraties en de houding van het buitenland.

Welke bevolkingsgroepen komen in opstand?

Wat begon als een kleine demonstratie na de arrestatie van een paar graffiti-spuitende kinderen, lijkt zich nu uit te breiden tot een massaal protest van verschillende bevolkingsgroepen. Het zijn vooral soennitische moslims (75 procent van de bevolking) en Koerden (10 procent). Beide voelen zich al jaren onderdrukt door het autoritaire bewind van de familie Assad, waarin sjiitische alevieten (13 procent) domineren. Zo is de (soennitische) moslimbroederschap in Syrië verboden en hebben Koerden nauwelijks rechten omdat velen oorspronkelijk uit buurlanden komen. Maar van een georganiseerde oppositie is geen sprake. Oppositiepartijen zijn verboden, critici worden zonder vorm van proces opgepakt en gemarteld, en president Assad weet tegenstanders vakkundig tegen elkaar uit te spelen.

Hoe reageert president Assad?

Net als andere leiders in de Arabische wereld begon Assad met concessies aan de ontevreden groepen. Zo beloofde hij de honderdduizenden Koerden staatsburgerschap en kregen conservatieve geestelijken op verschillende terreinen hun zin. Docentes mogen bijvoorbeeld weer een gezichtssluier voor de klas dragen.

Daarnaast ontsloeg Assad verschillende ministers. Maar het belangrijkst is dat hij de noodtoestand opheft die al sinds 1963 geldt, en heeft beloofd dat hij oppositiepartijen zal toestaan. Alleen vertrouwen de Syriërs hun president niet. Ze denken dat hij andere wetten zal invoeren om zijn repressieve regeerstijl te handhaven. Daarom blijven ze de straat op gaan. Nu het antwoord van de regering daarop steeds gewelddadiger wordt, veranderen de demonstranten bovendien hun eisen. Riepen ze aanvankelijk alleen om hervormingen, nu roepen ze om de val van het bewind. Assad beweert dat terroristen van al-Qaida achter de demonstraties zitten en uit zijn op een burgeroorlog. Volgens sommige analisten helpt hij zélf expres de chaos te vergroten, door gevreesde milities in te zetten. Er zijn al zeker 200 doden gevallen.

Zijn de demonstranten niet bang?

Jarenlang was dit ondenkbaar, omdat de Syriërs zich nog goed het bloedbad uit 1982 herinnerden. Veiligheidstroepen schoten toen 20.000 tot 30.000 mensen dood in de stad Hama, waar de moslimbroederschap in opstand kwam tegen het regime. Dat de demonstraties nu ondanks het harde optreden van de politie toch doorgaan, is opmerkelijk. Het grote verschil met 1982 zijn de nieuwe media: Twitter, Facebook en Youtube-filmpjes, die in alle Arabische landen een rol spelen bij de demonstraties. De demonstranten weten dat het bewind niet meer, zoals in 1982, ongestraft duizenden mensen kan doden zonder dat daar talloze beelden van naar buiten komen. Bovendien zijn ze geïnspireerd door de Arabische Lente: in Tunesië en Egypte hebben ze gezien dat het mogelijk is de leiders naar huis te sturen.

Hoe kijken buurlanden naar Syrië?

Met grote zorgen. Het schrikbeeld is dat in Syrië een burgeroorlog ontstaat zoals in Irak. Soennietische, sjiitische en christelijke milities die tegen elkaar strijden, Koerden die vechten voor autonomie. Met als gevaar dat dit geweld overslaat naar andere landen, zoals Libanon, waar Syrië een grote vinger in de pap heeft. Hoewel Syrië een belangrijke bondgenoot is van Iran en groepen als Hezbollah en Hamas, vinden de meeste landen in de regio het veiliger als Assad in het zadel blijft. Zelfs bondgenoten van de VS, zoals Saudi-Arabië en Qatar, kiezen voor de zekerheid van een dictatuur boven het risico van een bloedige machtsstrijd.

Wat is de houding van de Verenigde Staten?

De Verenigde Staten zitten met de handen in het haar. Riepen ze tijdens de demonstraties in Tunesië en Egypte al snel dat de leiders moesten aftreden, op de gebeurtenissen in Syrië reageren de Amerikanen veel voorzichtiger. Washington vraagt Assad weliswaar om democratische hervormingen door te voeren, maar steunt niet de roep om zijn aftreden. Een militair ingrijpen zoals in Libië is vooralsnog ondenkbaar. Daarvoor zijn de Amerikanen te bang voor een burgeroorlog in Syrië. Ook Israël lijkt de vijand de hand boven het hoofd te houden, uit angst voor een harde reactie van Hezbollah in buurland Libanon of Hamas in de Palestijnse gebieden. Liever Assad dan de chaos. En vooral, liever Assad dan de moslimfundamentalisten.

Deel deze pagina

Video en Audio

Meer video en audio