Voerendaal krijgt gelijk: broers moeten weg uit woonwagenkamp

De inval bij het woonwagenkamp in Voerendaal, maart 2017 1Limburg

De enige bewoners van een woonwagenkamp in Voerendaal, twee broers van 51 en 61, moeten daar voor vrijdag weg. Anders mag de gemeente ingrijpen. Dat heeft de rechter vandaag besloten in het kort geding dat ze tegen de gemeente Voerendaal hadden aangespannen.

De mannen betalen al meer dan vijftig maanden geen huur meer. Ook worden ze verdacht van verschillende criminele activiteiten.

Eind maart deed de Belastingdienst samen met de politie en een aantal militairen nog een inval in het kamp. Daarbij werd 105.000 euro contant geld aangetroffen. Ook werden twee auto's, een vuurwapen, hennep, juwelen, een gestolen scooter en audio-apparatuur in beslag genomen.

Achterstallige betalingen

Voorjaar 2016 was er ook al een inval, toen van een zogenoemd Flexteam. Daar waren medewerkers van onder andere energiebedrijf Enexis, milieudienst RUD, de brandweer en de Belastingdienst bij betrokken. In verband met achterstallige betalingen aan de Belastingdienst werden toen auto's en een groot aantal fitnessapparaten in beslag genomen.

Intimidatie

Burgemeester Wil Houben van Voerendaal concludeert op 1Limburg dat de broers al jaren voor onrust zorgen, ook door het "mobiele sloopbedrijf" dat bij het woonwagenkamp ligt. Gemeenteambtenaren en wethouders die de zaken aan de orde wilden stellen, zijn de afgelopen jaren stelselmatig geïntimideerd en bedreigd, zegt Houben.

Wiet

De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het kamp nu snel ontruimd moet worden, net als elk huis waar "een grote hoeveelheid wiet" wordt aangetroffen. "Het is staand beleid dat mensen dan een aantal weken of zelfs een half jaar weg moeten en hun huis kwijtraken," aldus Houben. Het doet volgens hem niet ter zake dat de twee broers niet weten waar ze naartoe moeten, zoals ze in het kort geding aangaven.