Directeur NAM: we gingen voorbij aan de emoties

ANP

De NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, heeft kort na de forse aardbeving in het Groningse Huizinge in 2012 te weinig oog gehad voor de emoties bij de afhandeling van de schades. Directeur Gerald Schotman denkt dat zeker de NAM "te technisch bezig is geweest" en zich te weinig heeft verplaatst in de gevoelens van de slachtoffers, zegt hij in een gesprek met het ANP.

"Experts kwamen met een technisch verhaal, zo van ik leg het je nog één keer uit." Maar volgens Schotman waren de mensen het zat en wilden zij gewoon weten waar ze aan toe waren. "De wereld bij die mensen thuis was er een van beleving en een fundamentele behoefte om geen gedoe te hebben."

Verdedigen

Deze week stonden partijen, waaronder de NAM, bij de Raad van State om hun belangen te verdedigen. Dat gebeurde bijna vijf jaar nadat in Huizinge de zwaarste aardbeving ooit in de provincie Groningen werd gemeten. Het was destijds het begin van een felle discussie over het oppompen van gas in Groningen.

Schotman vindt dat zijn organisatie veel eerder afstand had moeten nemen van het beoordelen en afhandelen van schadegevallen. Maar er was volgens hem buiten de NAM aanvankelijk onvoldoende kennis om dat te doen.

Veel sneller

De trage schadeafhandeling wijt Schotman onder andere aan het gebrek aan protocollen en standaarden voor het toetsen van aardbevingsschade. "Terugkijkend had het allemaal veel sneller gekund en gemoeten."

Het is volgens de directeur aan een nieuw kabinet om met een toekomstplan voor Groningen te komen. Hij vindt dat het Groningse gas "ons lui heeft gemaakt in het oppakken van de energietransitie", waarmee hij doelt op de opwekking van wind- en zonne-energie. "Wij lopen in Europa niet bepaald voorop, omdat we gas altijd hebben beschouwd als iets vanzelfsprekends."

Een nieuw kabinet moet volgens Schotman flink doorpakken. "Daar hoort waarschijnlijk de verdere afbouw van gas bij en een effectieve afhandeling van de schade."