Kinderarbeid in naaiateliers makkelijker te achterhalen

Ploumen in 2014 in een kledingfabriek in Pakistan ANP

Een jaar na het sluiten van het textielconvenant is een lijst opgesteld van drieduizend naai-ateliers waar Nederlandse kledingverkopers als Zeeman, C&A en de Bijenkorf hun producten kopen.

Als er klachten zijn over kinderarbeid of uitbuiting van personeel in een textielfabriek kan de Sociaal-Economische Raad voortaan achterhalen welke Nederlandse ketens zakendoen met dat bedrijf.

De SER heeft de lijst vanochtend gepresenteerd. Het gaat om de productielocaties van 64 bedrijven. Die produceren samen 80 merken en hebben een omzet van bijna 4 miljard euro.

Noodzaak

De lijst is openbaar, al wordt niet gedeeld welk atelier levert aan welk bedrijf. Volgens de SER gebeurt dat niet omdat het gaat om concurrentiegevoelige informatie.

Bij misstanden in een productielocatie kunnen vanaf vandaag klachten worden ingediend bij een klachten- en geschillencommissie. Die commissie benadert bijvoorbeeld Zeeman of de Bijenkorf als blijkt dat de klacht gegrond is. Die bedrijven krijgen dan het dringende verzoek om de misstanden aan te pakken, er kunnen geen sancties worden opgelegd.

Met het textielconvenant, dat werd gesloten onder aanvoering van minister Ploumen, moeten misstanden in de textielsector worden tegengegaan. Het convenant Duurzame Kleding & Textiel werd door 75 bedrijven en organisaties ondertekend op 4 juli 2016.