Aanleg warmtenet in oudbouw stokt

Warmteleiding wikimedia

Het is heel moeilijk voor gemeenten om bestaande bebouwing over te laten schakelen van gas naar warmtenetten. Dat blijkt uit een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De kosten zijn hoog en de wettelijke middelen van gemeenten zijn beperkt, stelt het PBL.

Diverse gemeenten hebben plannen liggen om de afhankelijkheid van aardgas te verminderen. Het PBL onderzocht 10 gemeenten waar al een warmtenet is of waar vergevorderde plannen zijn om er een aan te leggen.

Bij grotere gebouwen zoals scholen en kantoren of bij flats met blokverwarming in bezit van woningbouwcorporaties lukt het vaak wel, maar zodra een flat in particulier eigendom is, met een vereniging van eigenaren als aanspreekpunt, wordt het moeilijk. Ook in een flat zonder blokverwarming is het moeilijk.

Een warmtenet is een systeem, waarbij de woningen warmte krijgen via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. Het water komt doorgaans van een centrale bron zoals overtollige warmte van industrie of aardwarmte. Ruim een half miljoen huizen in Nederland is aangesloten op een warmtenet.

Een oplossing voor de hoge kosten zou kunnen zijn dat die omgeslagen worden naar alle Nederlanders. Dat is voor warmtenetten nog niet gebruikelijk, maar gebeurt wel bij gas- en elektriciteitsnetten.

Wettelijke instrumenten hebben gemeenten wel via het zogenoemde 'warmteplan'. Daarmee kunnen gemeenten afdwingen welk distributienet er in een bepaald gebied moet worden aangelegd en hoe energiezuinig en milieuvriendelijk dit moet zijn, maar gemeenten durven dit vaak niet in te zetten uit vrees om projectontwikkelaars of bewoners af te schrikken.