Overheden gaan strijd aan met online propaganda voor terrorisme

ANP
Geschreven door
Joost Schellevis
Techredacteur

Zoek op 'kinderporno' op Google, en je krijgt vooral een hoop voorlichting en artikelen over kinderporno; expliciete afbeeldingen met minderjarigen zul je niet aantreffen. Maar zoek je op de naam van de glossy van terreurgroep Islamitische Staat en er verschijnen gruwelijke beelden.

Dat moet voorbij zijn, zeiden de premiers van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk deze week. Internetbedrijven moeten meer doen om propaganda voor terrorisme tegen te gaan. Beide landen laten sinds een paar jaar veel meer verwijderen van Google en dochterbedrijf YouTube.

Waar Frankrijk in de eerste helft van 2015 nog maar drie keer Google iets verzocht weg te halen, was dat een jaar later - na onder meer de aanslag op de Bataclan - 165 keer. Het Verenigd Koninkrijk komt in de buurt met 155 verwijderingsverzoeken. Rusland spant de kroon met bijna duizend.

Welk land deed hoeveel verzoeken?

In totaal verdubbelde het aantal verzoeken in de categorie 'nationale veiligheid' in de eerste helft van vorig jaar, vergeleken met een halfjaar eerder. Dat is nog los van verwijderingsverzoeken om andere redenen, zoals laster of auteursrechtschending.

Google is het enige internetbedrijf dat verwijderingsverzoeken uitsplitst per categorie.

Bij Twitter komen ook steeds meer verwijderverzoeken binnen; bij Facebook is dat aantal na een enorme piek in het tweede halfjaar van 2015 weer gedaald.

Nederland

Nederland blijft achter bij Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Rusland en Turkije, met 'slechts' 14 verzoeken. Maar dat gaat waarschijnlijk veranderen. In september begint een nieuwe politie-eenheid van zes man die het internet monitort en jihadpropaganda moet verwijderen.

"We willen voorkomen dat mensen op slechte ideeën komen", zegt politiewoordvoerder Ed Kraszewski. "En als je op internet kunt lezen hoe je bijvoorbeeld een bom maakt, kan zoiets gebeuren. Dat willen we bestrijden." Het nieuwe team vraagt internetbedrijven als Google, Facebook en Twitter dan om de informatie te verwijderen.

Het gaat bijvoorbeeld om berichten waarin wordt opgeroepen om naar Syrië af te reizen, waarin kindsoldaten worden verheerlijkt of waarin de martelaarsdood wordt verheerlijkt. "Dat zijn zaken waarvan rechters duidelijk hebben gezegd: dit kan niet", zegt Kraszewski.

De politie richt zich daarbij op zaken die vallen onder de wetsartikelen opruiing en 'oproep tot deelnamende aan de gewapende strijd' vallen. "Zaken die misschien wel onwenselijk zijn maar niet verboden, laten we niet verwijderen", zegt de woordvoerder.

Wanneer verwijderen internetbedrijven iets?

Google verwijdert filmpjes op YouTube en linkjes in de zoekmachine als die in strijd zijn met de wet, of met zijn eigen voorwaarden, laat het bedrijf weten. Dat laatste is vooral het geval bij kinderporno en auteursrechtschending.

Facebook gebruikt naar eigen zeggen kunstmatige intelligentie om terroristische berichten op tijd te ontdekken en te verwijderen. Het wil een 'vijandige plek voor terrorisme' zijn, zegt het.

Internetbedrijven werken volgens hem vaak mee om dat soort informatie te verwijderen. Maar gebeurt dat niet, dan kan het tot een rechtszaak komen.

Een proef vorig jaar was succesvol, zegt Kraszewski: in veel gevallen verwijderen de internetbedrijven informatie ook daadwerkelijk. Overigens was de nieuwe politie-eenheid al in 2014 beloofd, maar volgens Kraszewski duurde het even voordat binnen de overheid alle afspraken rond waren.

Radicalisering

Of radicalisering is te voorkomen door informatie van internet te halen, is de vraag. "Het is goed om obstakels op te werpen, maar uiteindelijk radicaliseert iemand niet alleen door wat hij op internet aantreft", zegt Jelle van Buuren, docent aan het Leidse instituut voor Terrorisme en Contra-Terrorisme. "Uiteindelijk heb je voor radicalisering ook mensen in de omgeving nodig die iemand daarbij aansporen."

Dat zegt ook Bertjan Doosje, hoogleraar radicalisering aan de Universiteit van Amsterdam. "Propaganda voor terrorisme kan jongeren aansteken", zegt Doosje. "Maar de offline-wereld is daarvoor minstens zo belangrijk." Bovendien, tekent hij aan, is het dweilen met de kraan open: informatie kan makkelijk elders weer opnieuw online worden gezet.

Geen rechter

Er zijn andere bezwaren. "We zijn blij dat dit gebeurt, maar het zou beter zijn als er een rechter aan te pas komt", zegt secretaris Thomas Bruning van de NVJ, de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Dat gebeurt nu pas als een bedrijf als Google of Facebook weigert om informatie te verwijderen.

De politie tekent aan dat het slechts verzoeken doet, "net zoals elke burger dat kan doen", zegt woordvoerder Kraszewski. Daar is burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom het niet mee eens. "Er zijn waarborgen voor wat de politie wel en niet mag, en die worden hiermee omzeild", zegt Rejo Zenger van Bits of Freedom. "Waarom komt er niet meteen een rechter aan te pas, als het zo duidelijk strafbaar is?"

Ook Free Press Unlimited maakt zich zorgen over de grote rol die internetbedrijven krijgen. "Het is vragen om problemen als internetbedrijven samen met de politie gaat bepalen wat wel en niet door de beugel kan", zegt Merijn de Jong van die organisatie.

Overigens wil het nieuwe team van de politie ook andere vormen van opruiing aanpakken. "Dit plan komt voort uit de bestrijding van jihadsime, maar we zijn uiteraard niet blind voor andere vormen van opruiing", zegt woordvoerder Kraszewski van de politie.