Hoezo is wetenschap 'maar een mening'? Morgen de March for Science

Andrea en een andere deelnemer aan de March tijdens hun 'sign party' Veronica Allen

In zo'n 600 steden wordt morgen gedemonstreerd om het belang van wetenschap te benadrukken. Het idee voor de zogeheten March for Science komt uit Amerika, waar de wetenschap steeds verder onder druk komt te staan sinds Donald Trump aan de macht is.

Ook in Nederland wordt wetenschappelijk onderzoek steeds vaker weggezet als 'ook maar een mening', zegt Maarten Frens (50), hoogleraar systeemfysiologie aan de Erasmus Universiteit. Hij organiseert daarom een zustermars in Amsterdam. "De druk op de wetenschap is in de vrije wereld nog nooit zo groot geweest."

Het idee van de mars is om het belang van de wetenschap voor de maatschappij te benadrukken. Volgens Frens is dat ook in Nederland nodig. "Hier zijn ook politieke partijen die klimaatverandering ontkennen, en er zijn genoeg Nederlandse ouders die hun kinderen niet laten inenten."

Maarten Frens, mede-organisator van de Amsterdamse March for Science Eigen foto

Frens organiseert de mars samen met acht andere wetenschappers en science advocates, oftewel wetenschapsambassadeurs, zoals hij het noemt. "We hebben hiervoor alleen maar congressen en seminars georganiseerd, geen protesten", zegt Frens.

Op het Amsterdamse Museumplein zijn diverse toespraken, waarna een 'wetenschapswandeling' volgt. De route voert langs verschillende plakkaten met daarop wetenschappelijke uitvindingen.

"We willen dat mensen zich realiseren dat aan dingen die we nu normaal vinden een wetenschappelijke ontdekking vooraf is gegaan", vertelt Frens. "Denk aan gps, maar ook aan drinkwater dat je zo uit de kraan kunt drinken. De wetenschap is daarvan het fundament."

Wetenschap is niet zomaar een mening.

Maarten Frens, mede-organisator March for Science Amsterdam

De Amsterdamse March heeft steun van belangrijke wetenschappelijke partijen. "Alle Nederlandse universiteiten en hogescholen steunen onze mars, net als de Jonge Akademie van de KNAW en diverse wetenschapsmusea." Frens ziet de mars vooral als aftrap van een groot platform om deze organisaties en andere wetenschappers aan het praten te krijgen.

PhD-studenten Andrea Soto Padilla (l) en Veronica Allen (r). Eigen foto

Ook Veronica Allen (31) en Andrea Soto Padilla (29) hopen dat de mars het begin is van gesprekken tussen wetenschappers en mensen buiten de wetenschap. De Amerikaanse Allen en Mexicaanse Soto Padilla zijn PhD-studenten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze regelen busjes die vanuit die stad naar de demonstratie in Amsterdam rijden. "We willen het zo makkelijker maken voor mensen om deel te nemen aan de mars", zegt Allen.

Wantrouwen

De jonge wetenschappers zien ook wantrouwen richting de academische wereld. Ze vinden dat wetenschappers daar ook zelf wat aan kunnen doen door "bijvoorbeeld vaker het kantoor uit te gaan en transparant te zijn", zegt Allen. "We moeten aan de maatschappij laten zien hoe we te werk gaan en dat we niet zomaar wat gissen."

Soto Padilla beaamt dat. "Mensen denken vaak niet dat we iets praktisch doen en denken dat wetenschap iets is van de elite. Maar het is voor iedereen."

March for Science

De 'hoofdmars' van de March for Science wordt gehouden in de Amerikaanse hoofdstad Washington. Caroline Weinberg is een van de voorzitters van de March. Weinberg zegt tegen Science Mag dat ze met de mars vooral de rol van wetenschap in de maatschappij en het belang ervan voor het maken van politiek beleid willen benadrukken.

In Nederland vindt de mars ook plaats in Maastricht. De teller voor het aantal protestmarsen wereldwijd staat nu op 606.