VOC-schip De Rooswijk vertelt na 300 jaar nog steeds een spannend verhaal

ANP

Het was 8 januari 1740. Honderden mensen gingen aan boord van het VOC-schip De Rooswijk. Richting Indië vertrokken ze, het schip volgeladen, met kapitein Daniel Ronzieres aan het roer. Een storm maakte snel een einde aan het zee-avontuur. Nu, bijna 300 jaar later, wordt het schip deels geborgen. Het verhaal van De Rooswijk.

De lading bestond uit dertig kisten staafzilver en zilveren munten, ter waarde van 300.082 gulden. De bemanningsleden hadden zich pas kort voor vertrek ingeschreven aan de wal in Texel. Dat gebeurde vaak uit noodzaak, om maar een inkomen te hebben. De bemanning bestond ook niet uit alleen Nederlanders: voor de reizen schreven zich veel Duitsers en mensen uit Scandinavië in.

Historicus Elisabeth Spits van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft geholpen om deze situatieschets te creëren.

De bemanning was arm en nam niet veel meer mee dan de kleding die ze op het moment van vertrek droegen. Een eigen bord en lepel voor het avondeten waren wel vereist.

Ze sliepen onderdeks, in een grote ruimte. Daar had elk bemanningslid een eigen hangmat. Ze lagen dicht op elkaar, zonder frisse lucht. Het was dus geen frisse bedoening, en zeker geen comfortreisje.

Ramen waren luxe

Het hogere personeel, zoals officieren en passagiers, sliepen in de hutten achter op het schip. Die waren iets comfortabeler, maar niet comfortabel: de hut bestond uit niets meer dan een deur, ramen en een aantal bedden. Vooral de ramen waren een luxe, want die zorgden voor de frisse lucht die de bemanningsleden onderdeks niet kregen.

Het VOC-schip De Amsterdam is vergelijkbaar met De Rooswijk ANP

De eerste dag was het overgrote deel van de ploeg bezig met zeilen. De bemanning die niet voer, was bezig met onderhoud of hield de wacht. De passagiers verveelden zich vooral. Ze deden spelletjes, sneden hout en maakten muziek.

's Avonds aten de lagere bemanningsleden in de kombuis. Met hun eigen meegebrachte bord en lepel kregen ze eten uit een grote pan. De keuzes beperkten zich tot bonen, gedroogd vlees of vis.

Ook waren er kippen en varkens aan boord. De eieren van de kippen werden gegeten, en de kippen en varkens werden geslacht. Omdat water niet lang houdbaar was, werd vooral bier en jenever gedronken.

Een schilderij van VOC-schip De Rooswijk Screenshot van Youtube

Regent het al?

Het wassen en de lichamelijke hygiëne waren een ander probleem. Wassen moest in zout water en zout water droogde niet snel op. Daarom werd een regenbui met open armen ontvangen: wassen in zoet water was veel fijner. Regende het? Dan gingen zoveel mogelijk mensen op het dek staan.

De kans om een vrouw tegen het lijf te lopen op het VOC-schip, was nihil. Je kon ze tegenkomen als passagier, maar nooit als bemanningslid. Dat was verboden.

Sommige vrouwen verkleedden zich als man om toch mee te kunnen varen, maar daar stond een zware straf op als ze erachter kwamen: kielhalen. Daarbij kreeg de vrouw een ijzeren tuig aan en werd ze met een touw onder de kiel van het schip door getrokken. Het is onduidelijk of dat bij de Rooswijk ook is gebeurd.

Het reglement voor de bemanning van de VOC-schepen Foto uit het boek ‘Oostindiëvaarder Amsterdam’ door Els Jacobs, 1991

En toen kwam de ramp...

De volledige ervaring heeft de bemanning van De Rooswijk nooit meegemaakt. Een dag na vertrek kwam het schip in een storm terecht.

In het Engelse Deal hoorden bewoners kanonschoten, een teken dat een schip in nood was. Ze konden echter niet helpen. Het schip verging op 9 januari voor de kust van Engeland met honderden mensen aan boord. Geen van de bemanningsleden overleefde de ramp.

Een dag later spoelde wrakhout aan op het strand, samen met een kist vol brieven waaruit bleek welk schip was vergaan.

De Rooswijk na bijna 300 jaar geborgen
In 1740 verging het VOC-schip voor de Engelse kust. Demissionair minister Bussemaker denkt dat met het bergen van dit schip meer kunnen leren over hoe het leven in die tijd was.

Een mosterdpotje met de lepel er nog in

In 2004 werd het scheepswrak per toeval ontdekt door een timmerman en een duiker. Een deel van de lading werd geborgen: zilveren munten, sabels, kanonnen, musketten. Maar ook kookgerei, een kaarsendover, een bril en een mosterdpotje met de lepel er nog in.

In 2007 werd een deel van de geborgen lading aan Nederland overgedragen.

1/3 ANP
2/3Staatssecretaris Wijn (Financiën) ontving in 2005 in het Engelse Plymouth zilverstaven, gouden munten en enkele gebruiksvoorwerpen afkomstig van het VOC-schip De Rooswijk ANP
3/3 ANP

Nu ligt het schip op 20 tot 25 meter diepte. Het is moeilijk te zien, maar wel te bereiken voor duikers. De Rooswijk wordt binnenkort geborgen en onderzocht. Dat is opmerkelijk, want de vindplaatsen van scheepswrakken worden normaliter beschermd en intact gelaten.

Dit schip wordt echter bedreigd door de erosie. Het zand spoelt weg en dat kan het wrak beschadigen. Ook heeft de paalworm al zoveel gaten in het hout van het schip gebeten, dat de Rooswijk een 'gatenkaas' wordt genoemd.

Met deze objecten kunnen we alle puzzelstukjes van het verleden bij elkaar rapen.

Martijn Manders, hoofd van het Maritiem Programma

Er liggen nog veel spullen in het schip, vertelt Martijn Manders, hoofd van het Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. "Niet alleen maar zilver, ook andere objecten. Met deze objecten kunnen we alle puzzelstukjes van het verleden bij elkaar rapen. Ze geven het verhaal van de 17de en 18de eeuw weer en vertellen ook veel over de economie van die tijd."