New York Times wint drie Pulitzer prijzen

Pulitzer Prize

The New York Times heeft in drie categorieën een Pulitzer Prize gewonnen. De prijzen worden in Amerika gezien als de belangrijkste journalistieke onderscheidingen. De winnende krant had al een beetje voorgesorteerd op succes; in een advertentie in de ochtendkrant werd al bekendgemaakt dat er een Facebook Live-sessie zou zijn met 'hun' winnaars.

De krant won onder meer voor de berichtgeving over de bemoeienis van de Russische president Poetin met buitenlandse verkiezingen. Er waren ook prijzen voor een fotoreeks over de drugsoorlog op de Filipijnen en een artikel over een Afghanistan-veteraan met posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). 

Dagblad New York Daily News en website ProPublica wonnen de 'gouden' Pulitzer. Ze kregen die voor een verhalenreeks over het misbruik van uitzettingsregels. Honderden, voornamelijk arme, Amerikanen werden uit hun huizen gezet zonder dat ze een misdaad hadden begaan.

De NY Daily News en ProPublica zijn de enige winnaars die een gouden medaille hebben verdiend. In de overige 20 categorieën kregen de winnaars 'slechts' een oorkonde en een geldprijs van 10.000 dollar.

Ook de Panama Papers, het journalistieke onderzoeksproject dat wereldwijde belastingontwijking blootlegde, won een prijs. In de categorie literatuur onderscheidde de jury het boek De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead. Dat boek gaat over de erbarmelijke omstandigheden van Amerikaanse slaven in de negentiende eeuw. 

Het was de 101e editie van de jaarlijkse prijsuitreiking. In 14 categorieën waren er prijzen te verdelen, zoals verslaggeving, commentaar en fotografie, maar ook voor muziek, drama en brieven.