»
Foto uit het plakboek van Latifou Fofana, Alassanis Derman en Sams Inoussa
Latifou Fofana, Alassanis Derman en Sams Inoussa Door verslaggever Roel Pauw
Op het symposium in Leiden gebruiken ze bij voorkeur de term vgv, dat wil zeggen vrouwelijke genitale verminking. In de volksmond heet dat 'vrouwenbesnijdenis', maar eigenlijk klinkt dat veel te vergoelijkend. "Het is echt verschrikkelijk", zegt Sams Inoussa. "In een dorpje in het noorden van Togo waar ik oorspronkelijk vandaan kom, werden in september vijftien meisjes besneden. Zes hebben dat niet overleefd."
Morgen is het Internationale dag tegen de Vrouwenbesnijdenis, uitgeroepen door de VN, om meer bekendheid te geven aan de traditionele praktijk die de rechten van meisjes en vrouwen ernstig aantast.
Natuurlijk heeft vgv niet altijd zo'n dramatische afloop, maar veel vrouwen houden er allerlei onaangename klachten aan over, zoals blijvend bloedverlies en infecties aan de urinewegen. In Nederland zijn er steeds meer migranten die vrouwenbesnijdenis afzweren. Dat zegt de Vluchtelingen Organisatie Nederland op basis van hun driejaarlijkse onderzoek. Vooral moeders willen breken met de traditie.
Geen taboe meer
Er zijn een kleine dertig landen waar vrouwenbesnijdenis een gangbare praktijk is, bijvoorbeeld in Somalië, Ethiopië, Sudan en Liberia.
Een medewerkster van de GGD in Limburg die vaak te maken heeft met migranten uit risicolanden, vertelt dat praten over seks en dus ook over vgv geen taboe meer is. Het onderwerp komt ter sprake als mensen zich melden voor een asielprocedure.
Ook de jeugdarts op het spreekuur van het consultatiebureau kan er naar vragen. En, als je er echt snel bij wilt zijn, de verloskundige die aanwezig is bij een bevalling. Binnenkort komt de GGD met een nieuwe landelijke aanpak om de preventie nog verder te verbeteren.
Succes
Ook al klagen de aanwezigen op dit symposium over een gebrek aan samenwerking en communicatie (en geld), er gebeurt al een heleboel in Nederland. Blijkbaar heeft dat succes.
Maar Sams Inoussa, Alassani Derman en Latifou Fofana gaan nog een stap verder. "De kern van het probleem ligt in Afrika. Daar moet je het aanpakken." En dat is dus ook precies wat zij doen. Ze laten een fotoboek zien van hun meest recente reis naar Togo en Benin, in december. Op de foto's zijn ze in gesprek met de stamoudsten en de lokale religieuze leiders. Dit is het platteland van Afrika, waar geen wetgever iets te vertellen heeft, maar waar de traditie heerst.
Uitbannen
Toen ze in hun jonge jaren zelf in zo'n dorp woonden, maakten ze zich niet druk over vrouwenbesnijdenis, maar nu ze in Nederland wonen, een studie hebben gevolgd en zich hebben laten informeren, zijn ze ervan overtuigd dat deze vorm van vrouwenmishandeling uitgebannen moet worden. "We zijn niet altijd welkom en soms ontmoeten we zelfs agressie", zeggen ze, "maar we gaan door tot het helemaal afgelopen is".
Ze snappen ook wel dat het voor mensen in Togo moeilijker is om de gewoonte overboord te zetten. De sociale druk is groot, uitsluiting kan het gevolg zijn als je niet besneden bent. Ze vertellen van een vrouw die met het besnijden van anderen haar geld verdient en zo de medicijnen voor haar zieke zoon kan kopen.
Overtuigen
Simpel zo'n dorp binnenstappen en zeggen dat het niet meer mag, is dus ook niet de oplossing. Je moet de mensen overtuigen van de medische risico's en als het nodig is ook nog een stap verder willen gaan. Je kan bijvoorbeeld hulp aanbieden bij het bouwen van een school of het aanleggen van een waterpomp.
Er is voor de mannen nog een belangrijke reden om het Afrikaanse platteland te 'bekeren': "We willen graag dat onze kinderen ooit in het dorp van hun voorouders gaan kijken. Dan wil je niet dat ze daar alsnog besneden zullen worden. Het moet gewoon stoppen."
Deel deze pagina



»
»
»