Verplichte screening leidt tot valse verdenkingen kindermishandeling

Frank Muller / Zorginbeeld / Hollandse Hoogte

De vragenlijsten die artsen sinds 2011 verplicht moeten invullen om kindermishandeling aan het licht te brengen, sorteren niet het gewenste effect. Volgens arts-onderzoeker Maartje Schouten leiden de lijsten in ruim negen op de tien gevallen tot onterechte verdenkingen. 

Alle eerstehulpafdelingen en huisartsenposten screenen sinds vijf jaar op kindermishandeling. Dat houdt in dat artsen een korte vragenlijst hanteren. Als op een van de vragen een alarmerend ja of nee volgt, komt er een nader onderzoek. 

Schouten onderzocht in een jaar tijd ruim 5000 kinderen op vijf Utrechtse huisartsenposten. Daar hield ze bij hoeveel kinderen positief en negatief scoorden op de vragenlijst. Daarna telde ze over welke kinderen in de tien maanden erna bij het advies- en meldpunt van kindermishandeling melding werd gedaan. 

Uit het onderzoek blijkt dat in 92 op de 100 gevallen de verdenking van mishandeling onterecht was. Bij 1 op de 100 kinderen was er volgens de vragenlijst niets aan de hand, terwijl er later toch een melding van kindermishandeling volgde. Uit eerder onderzoek bleek al dat op de afdeling spoedeisende hulp in 97 op de 100 gevallen de screening tot een onterechte verdenking leidde.

Lijsten blijven

Schouten pleit ervoor om de vragenlijsten anders vorm te geven, maar denkt dat ook de communicatie naar de ouders beter kan. "Dat je het gesprek met de ouders niet direct als beschuldigend aangaat, maar dat je samen onderzoekt wat de oorzaak is van het letsel van een kind", zei ze in het NOS Radio 1 Journaal.

De vragenlijsten werden in het leven geroepen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Die laat aan de Volkskrant weten dat de screening ondanks de uitkomsten van het onderzoek blijft zoals die is. "Het alternatief is dat we nog meer mishandelde kinderen missen", zegt een inspecteur.

Nederland is het enige land ter wereld waar een screening op kindermishandeling verplicht is.