Meer dan honderd mensenrechtenactivisten in Colombia vermoord

FARC-rebellen in een kamp in een overgangszone EPA

In Colombia zijn volgens de VN vorig jaar 127 leiders van mensenrechtenorganisaties en leden van linkse politieke organisaties gedood. De moorden zijn gepleegd door criminele organisaties die het vacuüm opvullen dat is ontstaan door het vredesakkoord met de rebellenbeweging FARC. 

Colombia is bezig met het uitvoeren van dat historische akkoord dat vorig jaar werd gesloten. Een van de afspraken in dat akkoord is dat de rebellen verplaatst worden naar zogenoemde overgangszones, waar ze blijven totdat ze helemaal ontwapend zijn.

Volgens de VN zijn andere gewapende groepen nu naar de afgelegen gebieden getrokken die eerder in handen waren van de FARC. Die groepen zijn vaak betrokken bij drugsteelt en -handel of illegale goudwinning. 

Mensenrechtenactivisten worden door de criminelen gezien als een bedreiging. De VN roept de Colombiaanse overheid daarom op om de activisten beter te beschermen.

Rebellen klagen

Het rapport komt op een moment dat de regering kampt met problemen bij uitvoeren van het vredesakkoord met de FARC. De gemaakte afspraken lopen vertraging op, omdat rebellen klagen over de overgangszones waar ze nu zitten. 

In die zones zou het leven nog slechter zijn dan in de jungle waar ze eerst woonden. Ook heeft het parlement in Colombia wetten tegengehouden die het naleven van het akkoord makkelijker moesten maken.