'Ballast Nedam hielp Saudische koningshuis met zelfverrijking'

prins Al-Waleed bin Talal AFP

De FIOD heeft sterke aanwijzingen dat de top van het Saudische koningshuis betrokken was bij een smeergeldaffaire rond Ballast Nedam. De koningen Fahd en Abdullah worden beiden genoemd in de schaduwboekhouding van het Nederlandse bouwbedrijf. 

Dat blijkt uit de documentaire 'Inzake Saoedi-Arabië' die HUMAN vanavond om 21.00 uur uitzendt op NPO 2. Het was al bekend dat Ballast Nedam deze smeergeldzaak in 2012 schikte voor 17,5 miljoen euro. Maar uit stukken die documentairemaker Jacco Versluis inzag, komen allerlei nieuwe details naar voren. 

Bassie en Adriaan

De koningen Abdullah en Fahd, beiden inmiddels overleden, hadden schuilnamen bij Ballast Nedam: Bassie en Adriaan. Volgens de FIOD ontvingen beide broers steekpenningen, of stonden ze op de nominatie die te krijgen. In totaal zou Ballast Nedam ten minste een half miljard dollar smeergeld hebben betaald aan leden van het Saudische koningshuis en andere hooggeplaatste Saudiërs.

'Advieswerk'

Een groot deel van het smeergeld, 467 miljoen dollar, zou terecht zijn gekomen bij de Saudische prins Al-Waleed bin Talal (schuilnaam: Tijger). Al-Waleed staat met een vermogen van 17,3 miljard dollar op nummer 41 op de lijst van 's werelds rijksten. In 2003 kreeg hij een Nederlandse onderscheiding voor de rol die hij speelde in de economische betrekkingen tussen Nederland en Saudi-Arabië.

Op papier betaalde Ballast Nedam hem dat geld voor advieswerk. In werkelijkheid ging het volgens de FIOD om smeergeld, bijvoorbeeld voor het binnenhalen van een opdracht voor de verbouwing van twee vliegvelden.

Voor die vliegvelden betaalde de Saudische luchtmacht 580 miljoen dollar aan Ballast Nedam. De FIOD vermoedt dat die opdracht eigenlijk maar 249 miljoen waard was en Ballast het eerder betaalde smeergeld à 331 miljoen bij de rekening optelde. Dat betekent dat de Saudische staatskas dus opdraaide voor het smeergeld. Oftewel, de Saudische prins verrijkte zichzelf met Saudisch belastinggeld, via Ballast Nedam.

Rechtshulpverzoek Saudi-Arabië 

Door de schikking met het Openbaar Ministerie kwam de zaak niet voor de rechter. Maar een aantal voormalige leidinggevenden bij Ballast wordt nog wel individueel vervolgd. Zij worden ervan verdacht een deel van het smeergeld voor zichzelf te hebben gehouden. 

Een van de verdachten wil voor zijn verdediging een getuige horen in Saudi-Arabië. Het ministerie van Veiligheid en Justitie zou daarvoor een verzoek moeten indienen bij de Saudische regering. Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert geen rechtshulpverzoek in te dienen bij Saudi-Arabië. 

Koninklijk huis

"Het negatief advies is met name gegeven omdat wordt gevraagd om een getuige vragen te stellen over de betrokkenheid van een lid van het koninklijk huis in Saudi-Arabië", schrijft een afdelingshoofd bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. "Dit wordt niet wenselijk geacht voor de bilaterale betrekkingen."

Het OM is het eens met deze beslissing en wijst in een brief aan de rechtbank ook nog op de risico's voor de getuige. "Het lijkt hoe dan ook niet verstandig om Saudische onderdanen, met het huidige regime, in of buiten hun land bloot te stellen aan ondervraging inzake omkoping van Saudische overheidsdienaren. Dit gezien het soort represailles die de Saudische overheid neemt tegen onwelgevallige uitingen."

Verleden

De affaire werd in 2012 met Ballast Nedam geschikt. Onderdeel van de getroffen schikking was een aanscherping van het integriteitsbeleid. 

Het bouwbedrijf wilde niet meewerken aan de documentaire en spreekt in een verklaring van een afgesloten zaak.