Kies je voor meer banen, minder ongelijkheid of betere overheidsfinanciën?

ANP

Er valt op woensdag 15 maart echt wat te kiezen, zegt het Centraal Planbureau, dat de verkiezingsprogramma's van elf partijen doorrekende. Zo zijn er op de lange termijn forse verschillen wat betreft de banengroei, de inkomensongelijkheid en de overheidsfinanciën. Een overzicht van de keuzes die partijen maken.

Banen

Over zo'n tien jaar, als mensen hun gedrag volledig hebben aangepast aan nieuw beleid, stijgt de werkgelegenheid het meest bij de VVD (+3,5%). Dat komt voor een groot deel doordat die partij wil korten op de ww-uitkering en op arbeidsongeschiktheid.

Ook bij VNL, D66, GroenLinks en de PvdA stijgt de werkgelegenheid, maar een stuk minder.

Bij de SP (-4,6%) en de Vrijzinnige Partij (-4,8%) daalt de structurele werkgelegenheid fors. Wordt naar de wat kortere termijn gekeken, dringt de SP de werkloosheid het meest terug. Volgens het CPB komt dat onder meer doordat de partij de AOW-leeftijd verlaagt en de groep werklozen dus kleiner wordt. De VP wil dat er een basisinkomen komt en dat verkleint de prikkel om te werken, zegt het CPB.

Ook bij de SGP, het CDA en de ChristenUnie daalt de werkgelegenheid, maar veel minder sterk. Bij Denk blijft de werkgelegenheid gelijk.

Inkomensongelijkheid

Op de lange termijn daalt de inkomensongelijkheid het meest bij de SP. Dat komt doordat die partij de zorgpremie inkomensafhankelijk wil maken, het minimumloon wil verhogen en de derde belastingschijf wil verkorten.

Ook bij GroenLinks en de PvdA daalt de ongelijkheid flink, onder meer door een hogere aow, bijstand en algemene heffingskorting. Bij de VP, D66, ChristenUnie en Denk daalt de ongelijkheid ook ten opzichte van het basispad, maar wat minder.

Bij de SGP blijft de ongelijkheid gelijk. En bij het CDA en de VVD stijgt de inkomensongelijkheid licht. Die partijen verlagen namelijk de tarieven in de hogere belastingschijven.

Bij VNL stijgt de ongelijkheid hard, door de invoering van een vlaktaks (een vast belastingpercentage op inkomen), afschaffing van de zorgtoeslag en verlaging van de huurtoeslag.

Houdbaarheid van de overheidsfinanciën

Het CPB heeft ook bekeken wat alle plannen van de partijen doen met de overheidsfinanciën. Zonder alle plannen, dus bij ongewijzigd beleid, houdt de overheid op de lange termijn jaarlijks 3 miljard over. Er is dan dus een begrotingsoverschot. Bij geen enkele partij stijgt dat overschot. Iedere partij kiest er dus voor om geld te gebruiken voor lastenverlichting of verhoging van de overheidsuitgaven.

Vijf partijen gebruiken meer dan die 3 miljard, waardoor de overheid dus jaarlijks een begrotingstekort zal krijgen. Het gaat om de VP, SP, PvdA, VNL en CDA. Op een bepaald moment in de toekomst moet de overheid dan de lasten verhogen of de uitgaven verlagen om de staatsschuld niet te veel te laten groeien.

De VP geeft op jaarbasis maar liefst 48 miljard extra uit, vooral door de invoering van het basisinkomen. De SP geeft jaarlijks 24 miljard extra uit, door hogere zorguitgaven en de verlaging van de AOW-leeftijd.

De VVD, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP en Denk geven op de lange termijn 3 miljard of minder uit van het overschot, waardoor er dus een klein overschot blijft of een begrotingsbalans wordt bereikt.

En, goed om te onthouden: een aantal partijen hebben hun programma niet door laten rekenen, waaronder de PVV, 50Plus en de Partij voor de Dieren. Wat hun plannen doen met de overheidsfinanciën valt dus niet te zeggen.