Kamer vertrouwt erop dat nieuwe tapwet terroristen vangt

ANP

De Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, ook wel de tapwet genoemd, kan rekenen op steun van een ruime meerderheid van de Tweede Kamer. In het debat hebben VVD, PvdA, CDA, SGP en PVV uitgesproken de wet nodig te vinden voor het opsporen van terroristen en het voorkomen van aanslagen.

De wet maakt het voor de veiligheidsdiensten AIVD en MIVD mogelijk mails, appjes en ander verkeer via internet af te tappen. Het gaat dan om wie ze stuurde en wanneer, maar in een deel van de gevallen ook om de inhoud. Zo kan bijvoorbeeld het netwerk rond een Syriëganger in kaart worden gebracht.

Glasvezelkabels

De oude wet is volgens het kabinet verouderd. De veiligheidsdiensten mogen nu al gericht aftappen via de kabel, maar volgens het kabinet moet aftappen op grotere schaal kunnen. Voor satellietcommunicatie en ander verkeer in de ether verandert er niets: die mag al ongericht worden getapt.

Een aantal partijen, zoals SP, D66 en GroenLinks, maken bezwaar tegen het feit dat door de nieuwe wet een hele woonwijk kan worden afgetapt als daar bijvoorbeeld een terreurverdachte zit. Ze storen zich onder meer aan het feit dat afgetapte gegevens die niet nodig zijn voor een onderzoek, toch jarenlang kunnen worden bewaard.

Toezichthouder

Ook vinden de partijen het toezicht niet stevig genoeg. Dat is verdeeld over de commissie-Stiekem van de Tweede Kamer, een toezichthouder en een speciale commissie met een 'rechterlijke achtergrond'. Maar in de praktijk zou de geheime dienst alsnog te veel zijn gang kunnen gaan.

Ze zijn bovendien bang dat er enorme databases met informatie over onschuldige burgers jarenlang bewaard blijven, en misschien wel worden gedeeld met buitenlandse veiligheidsdiensten. 

Maar de voorstanders vinden dat er wel genoeg controle is en dat de Tweede Kamer voldoende mogelijkheden heeft om in te grijpen als er burgerrechten worden geschonden. Dinsdag stemt de Kamer over de wet en de wijzigingen die de tegenstanders willen proberen door te voeren.