Moeder of niet, jonge vrouw werkt minder dan man

ANP

Jonge vrouwen werken veel vaker deeltijd dan jonge mannen, zijn minder vaak economisch zelfstandig en minder positief over hun werk en carrièrevooruitzichten. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het onderzoek is een initiatief van het ministerie van OCW. Het ministerie wil beter begrijpen hoe het kan dat vrouwen op school en in de collegebanken beter presteren dan mannen, maar vervolgens toch economisch minder zelfstandig zijn.

Van de jongeren tussen de 18 en 25 jaar werkt bijna twee derde van de vrouwen in deeltijd. Van de mannen is dat maar iets meer dan een kwart. Mede daardoor zijn jonge vrouwen minder vaak economisch zelfstandig. Om economisch zelfstandig te zijn moet je volgens het SCP maandelijks ten minste 920 euro verdienen door te werken.

'Te belastend'

Voor vrouwen in de leeftijdsgroepen 26 tot 30 en 31 tot 35 jaar zijn de verschillen deels te verklaren doordat vrouwen vaker de zorg voor kinderen op zich nemen, maar dat is niet de enige reden. Zo blijkt dat vrouwen na hun opleiding vaker voor een deeltijdbaan kiezen, dus ook als de meesten van hen nog geen kinderen hebben.

Ook speelt het geen rol dat mannen gemiddeld meer verdienen voor hetzelfde werk dan vrouwen. Tot de 30 verdienen vrouwen namelijk evenveel of meer.

Onder jonge vrouwen met een Marokkaanse, Turkse of andere niet-westerse achtergrond zijn er veel meer niet-werkenden (rond 30 procent) dan onder mannen van dezelfde afkomst.

Belastend

Vrouwen kiezen vaker voor beroepen waarbij het gebruikelijker is om deeltijd te werken, zegt Ans Merens, een van de opstellers van het onderzoek. "Zoals bijvoorbeeld in de zorg. Of er wordt hun aangeraden om maar niet te veel te werken, omdat dat te belastend zou zijn."

Opvallend is dat Nederland slecht scoort in vergelijking met andere Europese landen als het gaat om verschillen in het aantal gewerkte uren. In Europa ligt dat gemiddelde voor mannen op 39 uur en voor vrouwen op 35 uur. In Nederland is dat respectievelijk 37 en 29 uur.

Het vandaag gepubliceerde rapport is pas het eerste deel van het onderzoek, waarin vooral gekeken is hoe groot de verschillen zijn. In het komende tweede deel zal het SCP verder zoeken naar verklaringen voor de ongelijkheid en in kaart brengen welke opties de overheid heeft om dit aan te pakken.