Vorig jaar minder orgaandonoren na overlijden

Formulier voor donorregistratie ANP

Het aantal mensen van wie na overlijden een orgaan of weefsel is gedoneerd voor transplantatie is vorig jaar gedaald. In totaal zijn van 235 overleden mensen organen of weefsel gebruikt voor transplantatie. Dat zijn er dertig minder dan in 2015, heeft de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) bekendgemaakt.

Voor de daling zijn verschillende oorzaken. Zo kwamen er in 2016 minder overledenen medisch in aanmerking om organen af te staan voor transplantatie. Van de 7684 overledenen in Nederlandse ziekenhuizen waren er 883 geschikt om te doneren. In 2015 waren dat er 970 van 7833 overledenen.

Ook hebben nabestaanden vaker geen toestemming gegeven voor donatie. Volgens de NTS is het opvallend dat nabestaanden vaker tegenhielden dat van een overledene organen zouden worden afgenomen, terwijl die wel met toestemming in het donorregister stond.

Langere wachtlijsten

De meeste wachtlijsten voor een orgaantransplantatie zijn het afgelopen jaar langer geworden. Zo wachten er nu meer mensen op een nieuwe nier, long, lever, alvleesklier of een nieuw hoornvlies. Het aantal patiënten dat wacht op een hart, hartkleppen of bot is gedaald.

Het aantal niertransplantaties met een nier van een levende donor is vorig jaar wel gestegen, met 11 procent tot 574. 

Donorregistratie

Binnenkort stemt de Eerste Kamer over een wetsvoorstel van D66, waarin iemand die geen bezwaar aantekent automatisch orgaandonor is. De hoop is dat er daardoor meer organen beschikbaar komen voor transplantatie.

In Wales is met een vrijwel identieke regeling nu een jaar ervaring opgedaan. Uit onderzoek van de NOS blijkt dat die aanpak heeft geleid tot iets meer orgaandonoren.