Bussemaker wil dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren extra

ANP

Minister Bussemaker wil dat er dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren extra worden benoemd. Ze trekt daarvoor eenmalig 5 miljoen euro uit. Nu is 17 procent van de hoogleraren in Nederland vrouw en dat vindt Bussemaker veel te weinig. In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt ze dat Nederland internationaal tot de achterhoede hoort en dat terwijl meer dan de helft van de studenten in Nederland vrouw is.

De afgelopen jaren is het aantal vrouwelijke hoogleraren wel gestegen, maar er zijn ook universiteiten waar het aandeel juist is teruggelopen.

Johanna Westerdijk

Dit jaar is het Johanna Westerdijkjaar. Westerdijk was honderd jaar geleden de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Bussemaker grijpt het Westerdijkjaar aan om universiteiten aan te sporen meer vrouwelijke professoren te benoemen. De Vereniging van Universiteiten had al een streefcijfer van 200 extra in 2020. Daar komen de 100 van Bussemaker bovenop. 

De universiteiten krijgen het geld niet als de ene vrouwelijke hoogleraar wordt vervangen door de andere: het moet gaan om posten die nu nog niet door een vrouw worden ingenomen. Bussemaker wil dat benoemingscommissies diverser worden samengesteld en dat de leden worden getraind om meer vrouwen aan te trekken. Volgens haar komt 100 vrouwen extra neer op één extra per faculteit.

Migratieachtergrond

De minister wil ook dat er meer onderzoekers komen met een migratie-achtergrond. Ze vindt dat er nu te weinig aandacht is voor diversiteit in etniciteit. "Dat betekent dat talent verloren gaat." Ook op dit punt vraagt Bussemaker aandacht voor de benoemingscommissies. Ze wijst erop dat het in de Verenigde Staten gebruikelijk is zulke commissies zo samen te stellen dat ze een afspiegeling van de samenleving zijn. 

Bussemaker schrijft verder dat binnen universiteiten te veel de nadruk ligt op onderzoek en publicaties en dat het geven van onderwijs te weinig wordt gewaardeerd. 

De minister wil dat universiteiten bij het beoordelen van medewerkers meer gaan letten op hun onderwijsprestaties. Volgens haar kunnen veel succesvolle onderzoekers doorgroeien in hun carrière, terwijl "docenten die de zo noodzakelijke kennis overbrengen op jongere generaties vaak op tijdelijke en flexibele contracten zitten".