»
Afghaanse politiemannen en Amerikaanse militairen bezoeken de plek van een aanslag
AFP Door redacteur Eva Jinek
De politie in Afghanistan mag dan wel geen militaire taken hebben, vaak dwingen de omstandigheden agenten om te vechten en militaire handelingen uit te voeren. Dat blijkt uit een gesprek van een Amerikaanse congresdelegatie met de Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken.
In april 2009 is het Amerikaanse congreslid Niki Tsongas op bezoek bij de toenmalige Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken, Hanif Atmar. Die houdt een vurig pleidooi voor een forse uitbreiding van de Afghaanse politiemacht, in zijn eigen woorden: "Vaak het enige wapen tegen terroristen en criminelen."
In een Amerikaanse ambtsbericht uit Kabul dat via WikiLeaks in handen is gekomen van de NOS valt een weerslag te lezen van het uitgebreide betoog van Atmar die de moeilijke en gewelddadige omstandigheden schetst waaronder Afghaanse politiemensen moeten werken.
Gedwongen
Het resultaat is dat de politie vaak gedwongen worden als militair op te treden in plaats van als 'gewone' gezagshandhaver. Zo merkt Atmar op dat "het ANA (Afghaanse Nationale Leger) alleen tot gevechtshandelingen overgaat als het leger zeker is dat het daartoe in staat is, terwijl het gewone ANP (Afghaanse Nationale Politie) vindt dat ze geen ander keus heeft en moet vechten."
Minster Atmar beschrijft verder pogingen om de corruptie onder de gelederen te bestrijden. Wat hem betreft gaat het niet alleen om training van agenten maar ook om een fundamentele hervorming van de hele structuur van de politiemacht. Maar de pogingen dit voor elkaar te krijgen worden bemoeilijkt, omdat "de ANP volledig opgeslokt wordt door de bestrijding van terroristen en het vernietigen van papaver en zich meer bezighoudt met veiligheid dan met gezagshandhaving." Hij legt ook uit dat "in landelijke gebieden het ANA vaak niet aanwezig is, waardoor de ANP bijna volledig wordt ingezet voor veiligheid in plaats van ordehandhaving."
De minister hamert bij congreslid Tsongas sterk op de noodzaak van meer trainers en mentoren voor de hervorming van de politiemacht. Over de uitbreiding van de politiemacht schat de minister dat "hij ruwweg een verdubbeling van het aantal agenten nodig heeft, binnen twee jaar, maar het liefst binnen één jaar, om een wrede vijand te kunnen bestrijden en tegelijkertijd de politiemacht en zijn ministerie te kunnen hervormen."
Zuur in gezicht
Om de wreedheid van die vijand te illustreren, vertelt Atmar over een aanslag begin 2009. Een groep jonge meisjes op weg naar school krijgt zuur in het gezicht gegooid. Volgens Atmar is de aanslag het werk van een majoor uit het Pakistaanse leger, die handlangers 2000 dollar betaald zou hebben voor elk meisje dat was verminkt.
Afghaanse politieagenten zouden ook weinig kunnen uitrichten tegen Taliban die vanuit Pakistan het land binnenkwamen, bewapend met machinegeweren, waardoor politieagenten van de ANP "wandelende schietschijven" werden.
Na het aanhoren van het pleidooi van Atmar informeren de Amerikanen welke landen nog meer zouden kunnen bijdragen aan het uitbreiden van de politiemacht. Atmar geeft volgens het ambtsbericht een opsomming waarin verschillende landen de revue passeren. Over Nederland zegt Atmar: "De Nederlanders zijn goed, maar ze zijn met te weinig."
Deel deze pagina
»
»
video
video
video
»
»
»