Eerste lening voor ouderen die langer thuis willen blijven

Het echtpaar Heikamp NOS

De eerste blijversleningen in Nederland zijn verstrekt. De lening is vergelijkbaar met starterslening, alleen is deze bedoeld voor ouderen die langer in hun eigen huis willen blijven wonen. De lening moet gebruikt worden om het eigen huis aan te passen, door bijvoorbeeld drempels weg te halen en het plaatsen van een traplift.

Gemeenten bepalen de voorwaarden van de blijverslening en stellen een budget beschikbaar. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting beheert het geld. Bij overlijden wordt de woning verkocht en krijgt de gemeente het geleende bedrag terug om het opnieuw in te zetten.

Het echtpaar Heikamp uit Veenendaal krijgt als een van de eersten de lening toegewezen. Margaret Heikamp krijgt een kunstheup. Om in het eigen huis te kunnen blijven waren er aanpassingen nodig, die bij elkaar zo'n 10.000 euro kosten. Zo wordt de badkamer helemaal aangepast en worden er beugels geplaatst. 

Bij de bank konden de twee niet terecht, maar door de nieuwe blijverslening kunnen ze nu toch de verbouwing betalen.

Wie doet er mee aan de blijverslening?

Zo'n honderd gemeenten overwegen de regeling in te voeren. Verschillende hebben dat al gedaan: 

Renkum, Veenendaal, Goeree-Overflakkee, Goes, Hoogeveen, Berkelland, Delfzijl, Nieuwegein, Vlagtwedde, Ooststellingwerf, Sliedrecht en Soest. Gilze-Rijen en Middelburg voeren de regeling binnenkort in.

De provincie Limburg en de gemeente Moerdijk hebben eigen varianten op de regeling. 

Het is het streven van de overheid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Dat is goedkoper dan wonen in een verzorgingshuis. De blijverslening is bedacht als stimulans.

De blijverslening is broodnodig, zegt ouderenorganisatie ANBO. "Er zijn heel weinig alternatieven", zegt een woordvoerder. "Grote banken verstrekken geen lening als het inkomen laag is. Als iemand alleen leeft van de AOW dan mag de hypotheek niet worden verstrekt."

Een andere optie is aanspraak maken op de wmo bij gemeenten. "Maar dat gaat vaak over kleine aanpassingen en je krijgt vaker niet dan wel geld toegewezen", aldus de ANBO.