»
ANP Door economieverslaggever Gert-Jan Dennekamp
Eerst wat vragen vooraf: Hoe hoog is uw AOW? Hoeveel betaalt u iedere maand voor uw pensioen? En hoeveel heeft u inmiddels bij elkaar gespaard?
Veel mensen storten iedere maand zo'n 15 tot 20 procent van het inkomen in een grote spaarpot zonder dat ze geïnteresseerd zijn wat er mee gebeurt: "Ik zoek het wel uit als ik met pensioen ga." Maar stel nu dat u hetzelfde bedrag, dus die 200 of 300 euro in een beleggingsfonds zou storten, zou u dan ook de maandelijkse overzichten met eenzelfde achteloosheid opzijleggen?
Ons pensioen is volgens minister Kamp nu ook een "risicovol financieel product". Wij dachten altijd te kunnen rekenen op zo'n 70 procent van het laatst verdiende loon, maar in de praktijk krijgen we dat niet meer. De kans dat we op minder uitkomen is groot.
Wat zijn de problemen met onze pensioenen?
Dat is het beste te illustreren met een voorbeeld: een verpleegster die vandaag begint te werken in een ziekenhuis. Ze heeft een salaris van 30.000 euro. De komende veertig jaar legt zij premie opzij. In totaal zo'n 350.000 euro. Dat klinkt als heel veel, maar is niet genoeg om na haar pensioen van te leven.
Stel nu dat die premie bijna risicovrij opzij wordt gezet tegen een rente van 3 procent. Over al die jaren, levert dat 600.000 euro op. Aanzienlijk meer, maar nog steeds niet genoeg voor onze verpleegster. Want zij wil dat haar pensioen stijgt met de ontwikkeling van de lonen of in ieder geval met de inflatie. Zodat ze voor haar geld als ze negentig wordt nog steeds een brood kan kopen.
Volgens een berekening van pensioenfonds Zorg en Welzijn zou zij uiteindelijk een spaarpot moeten hebben van 1 miljoen euro. Om na haar pensioen zorgeloos te leven. Dat kan alleen door de premie ook gedeeltelijk te beleggen.
Deze rekensom illustreert ook de spagaat waar fondsen inzitten. Aan de ene kant wil het fonds een groot deel van het pensioen garanderen. Dat kan het beste door het tegen een lagere risicovrije rente weg te zetten. Maar daarmee wordt niet het rendement behaald om de indexatie te betalen. Dus zou een groter deel moeten worden belegd, maar daarmee wordt ook een groter deel van het pensioen onzeker. Want beleggingen kunnen ook tegenvallen.
Waar komen die problemen eigenlijk 'opeens vandaan'?
Deze problemen waren er eigenlijk altijd al. Ze werden verdoezeld omdat de beurzen lange tijd forse winsten lieten zien. Daarnaast was de groep ouderen nog relatief klein. De werkenden en dus de betalenden waren in de meerderheid. Maar door de vergrijzing verandert dat nu.
En tot slot leven we ook nog eens langer. Dat betekent dat mensen langer een pensioen krijgen, waarvoor ze niet hebben gespaard.
En volgens sommigen zal het gure beursklimaat nog wel even aanhouden. "Deze crisis waait niet zomaar over", meent Hans Hoogervorst, voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. Hoogervorst moet erop toezien dat werknemers goed worden geïnformeerd over het pensioen. De huidige crisis is volgens Hoogervorst "het product van een historisch ongeëvenaarde kredietbubbel, een ware wereldwijde orgie van kredietverlening. De geschiedenis leert ons dat het zeker tussen de vijf en tien jaar zal duren om de gevolgen te boven te komen."
Waarom is het een probleem dat we langer leven?
Terug naar ons voorbeeld: Het fonds gaat ervan uit dat de verpleegster gemiddeld negentig wordt. Maar stel nu dat tegen die tijd vrouwen gemiddeld 91 of zelfs 92 worden. Dan heeft onze verpleegster een gat van een of twee jaar.
Zij krijgt dus langer een pensioen, waarvoor zij eigenlijk niet betaald heeft. Nu worden er regelmatig nieuwe berekeningen gemaakt. Maar de laatste berekeningen laten ineens een enorme stijging zien, waardoor de fondsen moeten ingrijpen.
Wat zijn de opties om hier iets aan te doen?
Niets doen is volgens toezichthouders en pensioenfondsen geen optie. Want waarschuwt Hoogervorst, dat zou betekenen dat de kleine groep jongeren "een uitgekleed pensioen aangeboden krijgen. Dat zou niet fair zijn tegenover een generatie die nooit gebruik zal kunnen maken van de riante sociale zekerheid en de vervroegde uittredingsregelingen waarvan de babyboomgeneratie nog heeft kunnen genieten".
Ook De Nederlandsche Bank waarschuwt dat fondsen die lange tijd pensioenen uitkeren waar eigenlijk geen geld voor is, de solidariteit ondermijnen. In een recente toespraak zei DNB-directeur Joan Kellerman: "Zij (jongeren) betalen langer een hogere premie, ontvangen langer geen indexatie of lopen een grotere kans dat hun aanspraken in de toekomst extra worden gekort. Hoe je het ook wendt of keert, die achterstand moet eens worden ingelopen. Als die rekening onevenredig bij de jongeren valt, zullen zij zich proberen te ontworstelen aan het pensioencontract.
Daarom praten sociale partners, werkgevers en werknemers nu over nieuwe pensioenafspraken. Daarbij liggen nu twee opties op tafel. Een nieuw contract waarbij alles variabel is. De fondsen kunnen dan meer risico nemen om uiteindelijk een hoger pensioen te bereiken. Of een combinatiecontract met een zeker deel en een ander deel dat variabel is. Fondsen wijzen erop dat dat zekere deel geld zal kosten en dat daarmee de kans groot is dat het pensioen lager uitvalt dan gewenst.
Uiteindelijk is de vraag of de Nederlanders een zeker pensioen willen en hoeveel zij daarvoor bereid zijn te betalen.
Deel deze pagina
»
»
»