»
AkzoNobel
steve_w / Flickr - Creative Commons by-nc-nd Voor de productie van zout gebruikt AkzoNobel warmte uit afval. In Twente ligt sinds kort een 1,5 meter dikke pijplijn tussen afvalverwerker Twence en de zoutfabriek.
De zoutwinning in Hengelo vreet energie terwijl 2 kilometer verderop brandstof ligt in de vorm van afval dat niet geschikt is voor hergebruikt. "Van al het afval dat niet kan worden gerecycled, maar dat wel brandbaar is, maken wij energie", zegt directeur Jan Rooijakkers van Twence.
Die energie wordt in de vorm van stoom naar AkzoNobel geperst. De zoutmaker kookt daarmee het pekelwater uit dat in de Twentse plaats uit de grond komt.
Terugverdiend
Voordeel is dat veel minder CO2 wordt uitgestoten. "Als je deze energie uit wind moet halen, heb je 40 molens nodig", zegt Werner Vuurdam van het chemiebedijf. "Of 200 voetbalvelden met zonnecollectoren."
AkzoNobel kan dankzij de stoom uit afval jaarlijks 40 miljoen kubieke meter aardgas minder inkopen. "Dat is een hoeveelheid die in een stad met 80.000 inwoners genoeg is voor koken en verwarming in alle huishoudens."
In de pijpleiding is 15 miljoen euro geïnvesteerd. AkzoNobel verwacht dat geld binnen 7 jaar te hebben terugverdiend, terwijl de investering tientallen jaren meegaat.
Subsidie
Volgens de Twence-directeur is dit project een voorbeeld voor de Nederlandse industrie. "In de tijd van de stoomtrein, legde de staat spoorlijnen aan. Nu zou je een infrastructuur moeten bouwen voor warmtetransport."
Rooijakkers denkt daarbij in het bijzonder aan het Botlekgebied, waar "het wemelt van de chemische bedrijven die elkaar energie kunnen leveren, maar die niet in staat of bereid zijn te investeren".
Minister Maxime Verhagen ziet dit niet als een taak voor de overheid. In de pijpleiding in Twente zit weliswaar 1,5 miljoen euro subsidie, maar "AkzoNobel doet dit om te besparen en niet om de subsidie".
Deel deze pagina
»
»
»
»
»
»
»