Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hoger schooladvies

ANP

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen vaker een hoger schooladvies dan kinderen met dezelfde Cito-score, maar met ouders met een lager onderwijsniveau. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Hiervoor werden 19.000 jongeren gevolgd die in het schooljaar 1999/2000 in de brugklas van het voortgezet onderwijs zaten. Twaalf jaar lang werd hun studievoortgang bekeken.

Havo en vwo

De verschillen waren vooral groot bij kinderen met een Cito-score tussen de 537 en 544, een score die past bij een advies voor havo of vwo. Van ouders met een lage of middelbare opleiding kreeg ongeveer de helft het advies dat bij deze score hoort. Van de kinderen van hogeropgeleide ouders was dat bijna zeven op de tien.

Het CBS heeft niet onderzocht waarom deze adviezen van elkaar verschillen. 

Onderwijsniveau

Aan het einde van hun schoolloopbaan blijken de kinderen van hogeropgeleide ouders gemiddeld een hoger onderwijsniveau te hebben gehaald dan de andere kinderen met dezelfde Cito-score. Opnieuw zijn de verschillen het grootst binnen de groep met een Cito-score die past bij een havo- of een havo/vwo-advies. 

Van de groep met hogeropgeleide ouders haalde 62 procent een hbo- of wo-diploma. Van de middelbaar opgeleide ouders was dat 44 procent en van de lageropgeleide ouders 34 procent. 

Onderwijsinspectie

In april van dit jaar concludeerde de onderwijsinspectie in het rapport De Staat van het Onderwijs ook al dat kinderen die dezelfde talenten hebben, op school minder vaak dezelfde kansen krijgen. 

De inspectie volgde gedurende veertien jaar kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders. Ze hadden een vergelijkbaar IQ, waarmee ze in principe een vmbo-advies hadden moeten krijgen. De helft van de kinderen van hoogopgeleide ouders begon echter hun middelbare school op havo- of vwo-niveau. Slechts een kwart van de kinderen met laagopgeleide ouders kreeg zo'n hoger advies.