De tiende Jan Six en Geert Mak voor Rembrandts portret van de eerste Jan Six
NOS Nieuws

'Het verhaal van de Sixen is een achtbaan door de geschiedenis'

  • Jeroen Wielaert

    Verslaggever

  • Jeroen Wielaert

    Verslaggever

Rembrandt, Vondel en Spinoza kwamen er over de vloer in de hoogtijdagen van de Gouden Eeuw. Het waren vrienden van Jan Six, lakenverver, kunstliefhebber en burgemeester van Amsterdam. Hij was de grondlegger van een dynastie van Jannen. Tien jaar geleden nodigde de tiende Jan Six Geert Mak uit om eens langs te komen in het familiehuis aan de Amstel in Amsterdam. Het was het begin van een fascinerende 'ontdekkingsreis' door het huis. Het resultaat is er nu: De levens van Jan Six, Een familiegeschiedenis.

Geert Mak voelde eerst niet veel voor het boek dat Jan Six 10 wilde. Na de voltooiing van Reizen zonder John, het verslag van een lange rondreis door Amerika, zocht hij in 2012 een project dicht bij huis, ook om weer in Nederland te wortelen. Met een glimlachje zegt hij: "Jan Six heeft me verleid en met succes. Aan de hand van de Sixen word je eigenlijk als in een achtbaan door de geschiedenis gesleurd. Dat maakte het project veel interessanter en het boek veel dikker dan ik ooit van plan was."

Het bijzondere huis van de familie Six heeft meer dan veertig kamers en bevat rond de tweeduizend prenten, tekeningen en schilderijen, waaronder een paar Rembrandts. Er staan kasten vol complete serviezen, damasten tafelkleden en zilveren kandelaars. In het archief liggen naar schatting honderdduizend documenten. Het weerspiegelt allemaal de gelaagde geschiedenis van een Amsterdamse elite.

Stel je voor: er was een 17e eeuwse Six, hij leefde voort in de 18e eeuwse, en in zijn zoon, kleinzoon en achterkleinzoon.

Geert Mak

In hoofdstuk 1 sleept Mak de lezer direct mee door het bijzondere pand. Hij schrijft: "Dit huis heeft iets betoverends. Dat gevoel heeft, daar kwam ik langzaam achter, vooral te maken met de diepe continuïteit rondom deze familie, generatie na generatie. Stel je voor: er was een 17e-eeuwse Jan Six, hij leefde voort als Jan Six in het Amsterdam van de 18e eeuw, in zijn zoon, kleinzoon en achterkleinzoon."

De familie bracht in de 19e eeuw Sixen voort die werkten als kunsthistoricus, rector magnificus, of als grondleggers van het Rijksmuseum. In de 20e eeuw werden ze zakelijker: directeur van een brouwerij, reclameman. En nu is het weer in de kunst.

De familie Six zat voordat ze in Amsterdam kwamen in de lakenindustrie in Saint-Omer, Noord-Frankrijk. Door economische achteruitgang en geloofsvervolging werd voorvader Charles Six gedwongen om met zijn gezin uit te wijken naar Amsterdam, ergens in de zomer van 1568. Ze vestigden zich eerst aan de Nieuwezijds Achterburgwal.

Amsterdam was met zijn gouden formule voor een protestantse koopman als Charles Six een bijna vanzelfsprekende bestemming.

Geert Mak

Geert Mak legt uit: "Het waren protestanten en ze werden verdreven. Ze waren deel van de grote immigratiegolf die uit de zuidelijke Nederlanden naar de Noordelijke Nederlanden trokken. Het ging om honderdduizenden mensen in die tijd. De Sixen waren daar onderdeel van. Het was een immigratie die uiteindelijk heel veel heeft opgeleverd. Het was het eigenlijk begin van de Gouden Eeuw. En dat kun je aan de geschiedenis van de Sixen wel aflezen."

Charles Six en de zijnen kwamen terecht in een moderne, open stad die zich met succes aan de sacrale middeleeuwen had ontworsteld. Het had tot volledige godsdienstvrijheid geleid. Zo kon een nieuwe generatie protestantse kooplieden aan de macht komen.

Geert Mak voor het huis van de familie Six aan de Herengracht

Mak schrijft: "Amsterdam was door deze gouden formule voor iemand als Charles Six - een koopman, maar vermoedelijk ook een erudiete burger - een bijna vanzelfsprekende bestemming. Het meest bijzondere van Amsterdam was misschien wel dat de stad, zoals men zei, rijk én vrij was, terwijl andere toenmalige steden misschien wel rijk waren, maar allesbehalve vrij. Die combinatie was, in de ogen van buitenstaanders, verbazingwekkend, fascinerend en niet zelden ook jaloersmakend."

De huidige Jan Six trekt een laatje open, pakt dezelfde handschoen als toen en zegt: 'Wil je hem even beet houden?'

Geert Mak

Mak viel bij zijn bezoeken aan het huis van de ene verbazing in de andere. Hij vertelt: "Je ziet een schilderij van een meisje uit 1612. Ze heeft een prachtige handschoen aan. De huidige Jan Six trekt een laatje open, pakt dezelfde handschoen en zegt: 'Wil je hem even beet houden?' Dat is wat de bekende historicus Huizinga een historische sensatie noemt. Maar het ging om meer. Je merkt dat de Sixen kinderen van hun tijd waren."

"Die eerste Jan was door die moderniteit eigenlijk vreselijk in de war. Dat zie je aan alles. Aan de ene kant was hij heel modern en liberaal en aan de andere kant vlucht hij ook weer terug naar allerlei godsdienstige theorieën en durft hij eigenlijk niet aan wat hij ontdekte. Dat was nog sterker bij zijn schoonvader Nicolaas Tulp, de man van de anatomische les van Rembrandt. Door in zo'n archief te duiken kijk je steeds meer in hun hart. Ik vond dat fascinerend."

Eerste Wereldoorlog

Mak vervolgt: "Ze zijn ook interessant, omdat het lot van de meeste oude families, het patriciaat, de aristocratie ongeveer hetzelfde is, overal in Europa. Een opkomen in de zeventiende eeuw en de achttiende eeuw, heel rijk in de negentiende eeuw. En dan moeten die families gaan concurreren met de nieuwe rijkdom. Dat wordt steeds lastiger, omdat hun kinderen steeds meer blijven leven, dus die vermogens beginnen te smelten."

"Er komen successierechten, de nieuwe rijkdom wordt steeds rijker. Dan gaan ze huwelijken sluiten, het zogenaamde backstage-management. Achter de schermen gaan ze van alles doen om de familie-eer en de familievermogens veilig te stellen. Voor de schermen gaan ze volop in de concurrentie met het bouwen van kastelen, letterlijk een façadecultuur. En rond de Eerste Wereldoorlog, dan houden ze het niet meer vol, dan zakt het ineen, overal in Europa. Dat zie je ook heel duidelijk bij de Sixen. Die moeten gaan werken, zoals de meeste oude families. En ze worden langzaam wat gewoner en vaak ook wat aardiger."

Jan de eerste en Jan de elfde zijn hele goeie Rembrandt-kenners. Zo sluit de cirkel zich weer.

Geert Mak

Al het Six-erfgoed is niet meer in het bezit van de familie, maar ondergebracht in een stichting, juist om het te goed te behouden en te beheren. Daarnaast hebben ze de laatste decennia veel gedaan voor stadsherstel en het behoud van monumenten, allemaal onderdelen van het blijvende belang dat de familie heeft voor Amsterdam.

Mak: "Six de elfde is een hele goeie Rembrandt-kenner geworden. Zo sluit de cirkel zich weer. Jan de eerste en Jan de elfde kunnen elkaar de hand schudden. Ik wil het woord genetisch niet gebruiken, maar ergens krijg je wel het gevoel."

Gelijkheid

In essentie gaat het voor Mak allemaal om gelijkheid en ongelijkheid. Hij verzucht: "De les is dat voortdurend families bezig zijn om met hun geld ongelijkheid te scheppen, macht te verwerven. Die patronen herhalen zich in de huidige samenleving. In Amerika zijn ook familie-dynastieën ontstaan. Het grote huidige voorbeeld is natuurlijk Donald Trump. En Trump probeert dat op een hele snelle manier te doen."

Maar Trump heeft toch niet de elegantie en de klasse van het geslacht Six? Mak: "Dat kun je wel zeggen. De eerste Jan en ook de latere gingen vrij netjes met hun geld om. Maar de tweede, de achttiende-eeuwse Jan was een ruige projectontwikkelaar. Die had wel Trump-trekjes."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl