'Nieuwe kleren onnodig vernietigd'

In Nederland worden 1,2 miljoen kledingstukken jaarlijks vernietigd
Van de 21,5 miljoen kledingstukken die ieder jaar niet worden verkocht, worden er 1,2 miljoen vernietigd.

Het is zomer, en dus ook uitverkoop. Om overblijvende kleding te verkopen doen winkeliers de spullen met korting de deur uit. Maar er is een deel dat ze niet kunnen slijten, bijvoorbeeld omdat de inkopers trends verkeerd hebben ingeschat of de pasvorm niet goed is. Waar belanden die kleren?

Elk jaar gaat het om 21,5 miljoen kledingstukken, blijkt uit een onderzoek van bureau Conclusr in opdracht van MVO Nederland, een organisatie die zich inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er werden 379 winkeliers en groothandelaren ondervraagd, en zeventig buitenlandse kledingproducenten. Deze berg onverkochte kleren is goed voor een omzetverlies van 313,5 miljoen euro.

Handelaren kopen een groot deel van de spullen voor een sterk verlaagde prijs per kilo op, en verkopen ze bijvoorbeeld weer via outlets. Ook gaat er een deel naar goede doelen.

Maar ruim 1,2 miljoen nieuwe kleren gaan uiteindelijk door de shredder of de oven in, schat MVO. Van de verscheurde stoffen wordt vilt gemaakt. Als winkeliers en handelaren de spullen niet zouden vernietigen, zou de restkleding de markt kunnen verstoren en slecht zijn voor het imago van merken of winkels. Daarom ontkennen veel winkeliers liever dat ze kleren overhouden.

Zonde, vindt MVO. En vooral: slecht voor het milieu. Want kleding kost veel energie om te produceren.

Ongeverfd

Dus moet die berg restkleding worden aangepakt, volgens de stichting. Bedrijven kunnen verschillende maatregelen nemen om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten.

Zo helpt het om de tijd tussen het fabriceren van de kleren en de levering te verkorten. Dat kan bijvoorbeeld door stoffen ongeverfd op voorraad te houden, zodat ze makkelijker zijn te verven in de kleuren die op een bepaald moment in trek zijn. Ook kunnen winkeliers de informatie die bij hun kassa's binnenkomt, sneller doorgeven aan groothandels en producenten. Die kunnen hun productie daar dan op aanpassen.