Afrika krijgt zilveren randje

Aangepast op

Vergeet even Ivoorkust, Congo en Zimbabwe, en kijk naar de rest van Afrika. Daar gaat het juist de goede kant op. "Er heerst een enorm optimisme vergeleken met tien jaar geleden. Onder gewone Afrikanen zelf, maar ook onder wetenschappers", zegt Ton Dietz, directeur van het Afrika Studiecentrum in Leiden.

Silverlining Africa is de titel van zijn inaugurele rede, waarmee Dietz vandaag aan de Universiteit Leiden hoogleraar Ontwikkeling in Afrika wordt. Afrika is volgens hem niet langer het zorgenkind van de wereld, maar juist een plek met steeds meer potentie. "Op wereldschaal is Afrika het continent met de jongste bevolking, een enorme trek naar snel groeiende steden en in die steden een grote jeugdige creativiteit. Verder is er een toenemende mondiale vraag naar Afrika's hulpbronnen. Land, energiebronnen, mineralen, maar ook arbeidskrachten vol ambitie: nu is het onze beurt."

Verstedelijking

Zijn enthousiasme over de bevolkingsgroei en verstedelijking is opmerkelijk. Afrika heeft sinds vorig jaar een miljard inwoners, en in 2030 woont meer dan de helft daarvan in steden. Vooral de jongemannen trekken massaal naar de stad, waar weinig werk voor ze is. "Maar dat werk hangt in de lucht", zegt Dietz. "Er is enorm veel energie en creativiteit. Neem een stad als Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Van de muziekindustrie en entertainmentindustrie daar kunnen veel jonge mensen goed leven."

Natuurlijk ziet Dietz het risico dat er in die overbevolkte steden een leger van werkloze, boze jongemannen ontstaat. Maar hij is meer geneigd tot optimisme. "Aziatische landen zijn ook groot geworden doordat zoveel mensen in de steden gingen wonen, en doordat daardoor veel energie ontstond."

Bovendien is de verstedelijking volgens Dietz gunstig voor de Afrikaanse boeren. Vroeger verbouwden Afrikanen alleen voedsel voor zichzelf, nu verkopen boeren hun producten op grote schaal in de steden. "Er is een sterke groei van de landbouwsector, en dat is één van de beste ontwikkelingen in Afrika momenteel. De Afrikaanse crisis van de jaren zeventig en tachtig kwam vooral doordat regeringen en donorlanden de landbouw zo hadden verwaarloosd."

Ontwikkelingshulp

De Afrikaanse crisis is nu echt voorbij, betoogt Dietz. De statistieken spreken voor zich, zegt hij in zijn oratie. Al tien jaar hebben de meeste Afrikaanse landen een stabiele economische groei. Steeds meer Afrikaanse kinderen gaan naar de basisschool (zo'n 90 procent) en zelfs aids is op zijn retour, volgens de VN-organisatie UNaids.

Grote vraag is of de huidige bloei van Afrika mede te danken is aan ontwikkelingshulp, of dat de Afrikanen juist op eigen kracht vooruit gaan (geholpen door China, dat op grote schaal investeert in Afrika). Ontwikkelingshulp krijgt de laatste jaren veel kritiek. De miljarden aan hulp zijn volgens prominente critici weggegooid geld. Sterker nog: Afrika zou er vooral slechter van zijn geworden: afhankelijk en corrupt.

Ton Dietz is het deels met de kritiek eens. "Er zijn veel fouten gemaakt in het ontwikkelingswerk. Maar ik ben erg geschrokken van al die platte negatieve kritiek op ontwikkelingssamenwerking. Ik denk dat er al met al meer geslaagde projecten zijn te noemen dan mislukte."

Hij baseert zijn conclusies onder meer op eigen onderzoek in Ghana en Burkina Faso. Het Afrikastudiecentrum laat Afrikanen in die landen zélf hun eigen ontwikkeling waarderen. "De mensen zijn overwegend positief over de hulp die ze krijgen. Ze vinden dat hun leven erdoor is verbeterd. En ze zijn heel optimistisch over de toekomst."

Middenklasse

Maar er is wel een kanttekening. Uit Dietz' eigen onderzoek blijkt dat ontwikkelingshulp eigenlijk vooral de levens verbetert van de Afrikaanse middenklasse . "Mensen die tussen de één en vijf dollar per dag verdienen. De mensen die net wat beter zijn opgeleid, slimmer en ondernemender zijn en betere contacten hebben dan de onderlaag." Volgens Dietz richten NGO's zich teveel op deze middenklasse, omdat ze daar sneller succes boeken dan in de grote arme onderlaag. "In de Nederlandse sfeer van ontwikkelingssamenwerking wordt vaak de illusie gewekt dat het natuurlijk vooral om die allerarmsten gaat, terwijl de praktijk heel anders is."

De armste Afrikanen worden eigenlijk verwaarloosd. "Mensen die minder dan een dollar per dag te besteden hebben. Dat is nog altijd de helft van de Afrikaanse bevolking." Volgens hoogleraar Dietz is het belangrijk dat organisaties zich meer gaan richten op deze allerarmsten. "Zeker in deze tijd van toenemende kritiek. organisaties zijn daardoor geneigd nog meer op safe spelen, en samen te werken met mensen met wie ze al succes hebben genoekt. Ze willen allemaal snel scoren en aantonen dat hulp helpt. Maar voor hulp aan de armsten heb je een lange adem nodig."