»
Hans Jaap Melissen in het getroffen gebied.
Hans Jaap Melissen / Wereldomroep Wereldomroep- en NOS-correspondent Hans Jaap Melissen schreef het boek: 'Haïti, een ramp voor journalisten,' Hij is daarin kritisch over zowel de media als de hulpverlening na de aardbeving van vorig jaar 12 januari. Melissen blikt terug en vooruit.
Door correspondent Hans Jaap Melissen
Het overgrote deel van het puin ligt er nog. De meeste daklozen wonen nog steeds in tenten en van wederopbouw is maar zeer beperkt sprake, terwijl Haïti een jaar geleden over aandacht niet te klagen had.
De aardbeving was een echte ramp voor journalisten. De media kwamen massaal en ook de hulpverleners stroomden toe. Maar na het redden van mensen die onder het puin bekneld lagen en het verzorgen van de gewonden gebeurde er veel te weinig. De hulpverlening loopt vast, constateert ook de baas van Oxfam, de Britse tak van Oxfam/Novib.
Er is een situatie ontstaan waarin iedereen naar elkaar wijst als het om de oorzaak hiervan gaat. Volgens de hulporganisaties (ngo's) moet er veel meer puin worden geruimd door de Haïtiaanse overheid, zodat er meer plekken komen om noodhuisjes neer te zetten. Of er moet grond worden onteigend, maar dat ligt moeilijk bij een overheid die nog steeds leeft in verkiezingstijd en liever niet aan de privileges komt van de mensen op wie ze steunt.
Berooid
De overheid zegt dat er veel te weinig geld daadwerkelijk beschikbaar is gekomen voor het berooide land. Van het bedrag, in totaal zo'n 10 miljard dollar, dat is beloofd, is maar een fractie overgemaakt. Ook vindt de regering dat ngo's te veel met hun eigen plannen bezig zijn, zonder goed overleg met elkaar of met de regering.
Volgens sommige tellingen zijn er nu 12.000 ngo's actief in Haïti. Dat er grote problemen zijn bij de coördinatie van zoveel hulpclubs bleek een paar maanden geleden toen de cholera uitbrak. Cholera, een makkelijk te bestrijden ziekte, kostte aan zo'n 3500 mensen het leven. De internationale voorzitter van Artsen Zonder Grenzen, Unni Karunakara, sprak zijn verbijstering uit over die massale sterfte, onder het toeziend oog van zoveel hulporganisaties. Hij concludeerde dat de vele clubs elkaar voor de voeten lopen. En dat ze deskundigheid claimen die ze niet hebben.
Maar veel belangrijker: er wordt slecht samengewerkt met de bestaande lokale structuren. Er is een aparte 'Republiek der NGO's' ontstaan, die er juist aan bijdraagt dat de overheid geen zicht heeft op wat er allemaal gebeurt. Of de handen ervan aftrekt. Soms moeten lokale klinieken sluiten, omdat er ergens anders gratis hulp wordt geboden door een ngo. Of de Haïtiaanse doktoren en verpleegkundigen gaan daar werken, omdat er beter wordt betaald.
Long stay
Het hoofd van de VN in Haïti waarschuwde onlangs dat er ooit een moment moet komen dat Haïti wordt afgevoerd van de 'long stay'-afdeling van de internationale hulpverlening. Maar daarvoor is scholing nodig en werkgelegenheid. Of zoals de Nederlander Kees de Gier, beheerder van een lokaal werkgelegenheidsproject, zegt: "Met alleen maar geven, is dit land nog nooit opgeschoten. Door zelf te werken, zelf geld te verdienen, kan men zich uit de put werken."
Nodig zijn werkgelegenheidsprojecten, commerciële fabrieken bijvoorbeeld uit Amerika. Er wordt al jaren voorzichtig aan gewerkt, maar Haïti redt het niet met voorzichtig. Er moeten concrete stappen worden gezet. Met minder hulporganisaties, met meer inzet van de lokale bevolking.
Als tenminste eerst die bulldozers, met het liefst Haïtianen achter het stuur, eens een keer massaal aan de slag gaan.
Deel deze pagina




»
»
»