Steeds meer biggen sterven nog voor de slacht

ANP

Steeds meer biggen halen de slacht niet doordat ze voortijdig sterven. Ongeveer 1 op de 7 biggen sterft in de eerste levensweken. De varkenshouderijsector wil de biggensterfte juist omlaag brengen. 

Volgens Varkens in Nood zijn er het afgelopen jaar bijna 6 miljoen biggen gestorven nog voordat ze naar het slachthuis gingen, dat is ruim 380.000 meer dan het jaar ervoor. 

Dat heeft de dierenwelzijnsorganisatie berekend op basis van cijfers uit de sector zelf. De varkenshouders bevestigen dat er een toename is van de sterfte, zij spreken van een lichte stijging.

Varkens in nood: Veel biggensterfte door enorme aantal geboren biggen
Steeds meer biggen halen de slacht niet doordat ze voortijdig sterven. Ongeveer 1 op de 7 biggen sterft in de eerste levensweken.

Er worden verschillende oorzaken genoemd van de hogere sterfte. Volgens de varkenshouders wil de consument mager vlees. Dat betekent dat boeren dan biggen moeten hebben met minder spek op de botten. 

"De zorg komt dan in het nauw", zegt Eric Douma van LTO Varkenshouderij. De varkenshouders willen nu weer vettere biggen in de stallen, die sterker zijn om te overleven.

Varkens in Nood verklaart de hogere biggensterfte doordat er steeds meer biggen worden geboren. Zeugen worden zo gefokt dat ze meer biggen ter wereld brengen. Maar volgens Varkens in Nood zijn de jonge dieren dan minder vitaal doordat ze minder wegen.

Biggensterfte in Nederland (Bron: Varkens in Nood op basis van AgroVision en Lei)


20142015
Geboren34,6 miljoen35,7 miljoen
Dood geboren2,4 miljoen2,7 miljoen
Resteert32,2 miljoen33 miljoen
Sterfte tot spenen (4 weken)4,25 miljoen (13,2 procent)4,6 miljoen (13,8 procent)
Sterfte 8-25 kilo
670.790711.150
Sterfte na spenen681.970721.106
Totaal dood5,6 miljoen6 miljoen

Ook hebben zeugen te weinig tepels om hun biggen te voeden. Varkens krijgen ongeveer vijftien biggen per keer, gemiddeld wordt er meer dan één dood geboren. Maar zeugen hebben twaalf tot veertien tepels, daardoor krijgen sommige te weinig voeding. 

Vervolgens sterven er nog enkele in de eerste weken. Volgens de varkenshouders kunnen biggen ook de tepels delen van de moederdieren. Verder proberen ze zo te fokken dat er meer dieren overleven. "Aan een dode big hebben we niks", zegt Eric Douma van LTO. Varkens in Nood pleit ook voor een maximumsterfte per boerderij.

Veel biggen lijden onnodig doordat boeren de dieren niet mogen euthanaseren, zegt Varkens in Nood. De varkenshouders zijn daarover in gesprek met het ministerie. 

Plan van aanpak

In 2009 heeft toenmalig minister van Landbouw Verburg met de sector afgesproken dat de biggensterfte omlaag moet. Toen overleed 12,8 procent van de biggen in de eerste weken na de geboorte. Maar anno 2015 is dat percentage 13,8, stelt Varkens in Nood. 

Varkens in Nood baseert zich op cijfers van AgroVision, een bedrijf dat de gegevens bijhoudt over ongeveer een derde van de varkensstapel. De cijfers zijn doorgerekend door het LEI, een onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Wageningen Universiteit.

Verklaring

Het ministerie van Economische Zaken wil van de varkenshouders een verklaring voor de stijging en met hen bespreken hoe biggensterfte voorkomen kan worden. "Er moet in elk geval een einde komen aan het steeds verder vergroten van het aantal biggetjes dat per keer geboren wordt. Uitgangspunt is dat biggen bij hun eigen moeder kunnen drinken", zegt een woordvoerder.