Nieuwe leraren moeten scholen gezond maken

ANP

Zes pabo's leiden speciale leerkrachten op, die basisscholen gezonder moeten maken. Want de leerlingen moeten meer bewegen, traktaties horen gezonder te zijn en de tussendoortjes die de kinderen meekrijgen van hun ouders zijn lang niet altijd even goed voor ze. 

Een behoorlijk takenpakket dus, waarvoor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een subsidie van 1,2 miljoen euro heeft vrijgemaakt. De Hogeschool Leiden leidt het pilotproject 'Specialist Sportieve en Gezonde School' en werkt daarin samen met vijf andere pabo's.

Meewerken

De nieuwe 'gezonde' leerkracht moet zowel ouders als collega-leraren zover krijgen mee te werken. Zo moeten ouders hun kinderen gezond eten meegeven naar school en leraren moeten de kinderen meer laten bewegen. Dat kan bijvoorbeeld door tijdens het buitenspelen een spel te verzinnen, door beweging als 'tussendoortje' tijdens de lessen of het geven van les in de buitenlucht.

Volgens projectleider Monique van Ark wordt het voor de nieuwe gezonde leraar nog een kunst om iedereen bij het gezondere onderwijs te betrekken. Nu zijn het vooral de leraren die al iets met het thema hebben, die zich ervoor inzetten. "Aandacht voor gezondheid wordt niet altijd breed gedragen of het wordt niet voldoende uitgewerkt. Dan besteedt een school bijvoorbeeld aandacht aan gezonde voeding, maar worden bij dat project de ouders niet betrokken."

Als een groepsleerkracht gezondheid als expertise heeft, kan er structureel wat veranderen. Van Ark: "Die zorgt er dan voor dat gemaakte afspraken uiteindelijk in een beleidsplan worden opgenomen." 

Het eerste leerjaar van de nieuwe opleiding loopt sinds september en op dit moment wordt gewerkt aan de invulling van de twee opvolgende jaren. "Dat is per pabo ook nog verschillend, omdat leerlingen en scholen in Friesland met andere zaken te maken hebben dan leerlingen in bijvoorbeeld de Randstad," zegt Van Ark. Als de opleiding straks helemaal klaar is, kunnen andere pabo's delen van de opleiding uitkiezen die precies bij hun regio passen.

Gezondere levensstijl

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is blij met het project. Een gezondere levensstijl heeft op basisscholen al wel de aandacht, maar echt beleid is er nog niet. "Je ziet nu vaak dat een school een sportdag heeft of een projectweek. Maar dit onderwerp heeft langdurige aandacht nodig om echt effect te kunnen bereiken", zegt Vivian Bos van het RIVM. "Door de aanwezigheid van deze speciale leerkracht wordt gezondheid geborgd binnen de school en is de school er ook zelf verantwoordelijk voor."

Uiteindelijk doel van het pilotproject is het terugdringen van het aantal mensen met obesitas. Vorige week publiceerde het RIVM een onderzoek waaruit blijkt dat de gezondheid van generatie op generatie achteruitgaat. 

Bos: "In 1980 had 6 procent van alle kinderen te maken met overgewicht, nu is dat al 14 procent. Bij volwassenen is dat percentage bijna 50 procent en we willen voorkomen dat de kinderen van nu die richting op gaan."