'Stagiaire met hoofddoek niet gewenst'

Hoofddoeken zijn bij sommige bedrijven minder of niet gewenst ANP
Geschreven door
Reinalda Start
Redacteur Integratie

Meisjes met een hoofddoek en jongens met een Marokkaanse achtergrond hebben vaak moeite om een stageplek te vinden. Dat blijkt uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie en Samenleving van het Verwey-Jonker Instituut naar stages in het middelbaar beroepsonderwijs. Discriminatie komt vooral voor bij kleine en middelgrote bedrijven in de detailhandel (modebranche), horeca, administratie en techniek. Er komen veel minder klachten over de zorg- en welzijnssector.

In totaal zijn 120 mensen ondervraagd, leerlingen, stagebegeleiders van scholen en werkgevers. De onderzoekers benadrukken dat het een verkennend onderzoek is en dat een groter onderzoek noodzakelijk is. 

Het opdoen van ervaring is een belangrijk en verplicht onderdeel van het beroepsonderwijs. Zonder de verplichte stage kan de opleiding niet worden afgemaakt. Afhankelijk van hun niveau moeten de leerlingen zo'n stageplek zelf regelen. 

Scholen gaan soms op zoek naar een alternatieve stageplaats
Onderzoeker Eva Klooster van het Verwey Jonker Instituut zegt dat voor jongeren waarvoor geen stageplaats wordt gevonden, een onderneming wordt gezocht waar geen vooroordelen bestaan.

Bij het zoeken naar een stage wordt door schoolbegeleiders en leerlingen zelf al rekening gehouden met mogelijke discriminatie. Om problemen te voorkomen wordt bij voorbaat al de mogelijkheid van discriminatie vermeden. 

"Allochtone studenten worden in verhouding vaker geplaatst bij de overheid of bij etnische ondernemers", zegt onderzoekster Eva Klooster van het Verwey Jonker Instituut in het NOS Radio 1 Journaal. "Het lijkt er dus op, maar dat moet nog onderzocht worden, dat zij een andere route of carrière hebben."

Ook scholieren kiezen zelf liever niet voor een stage bij een bedrijf waarvan het verhaal gaat dat er wordt gediscrimineerd. Bovendien willen stagebureaus geen conflict aangaan met leerwerkbedrijven, omdat die toch al niet ruim voorradig zijn en ze willen zo'n bedrijf niet kwijtraken. 

Risico-inschatting

Uiterlijk speelt een belangrijke rol bij de selectie van stagiairs. "Meiden die een hoofddoek dragen blijken minder gewenst voor functies met veel klantcontacten, omdat vooral commerciële bedrijven zeggen dat een hoofddoek niet aansluit bij de uitstraling van het bedrijf", zegt Klooster. Dat blijkt uit de antwoorden van verschillende stagebegeleiders. 

Jongens met een Marokkaanse achtergrond hebben meer moeite met het vinden van een stageplek dan andere jongens. Ondernemers maken een risico-inschatting bij het aannemen van stagiairs. Risicovol is iemand waarvan verwacht wordt dat hij of zij vaker verzuimt.

Maar ook maken de ondernemers van tevoren een inschatting of iemand betrouwbaar is. Zij hebben soms slechte ervaringen met jongens uit deze groep. De ondernemers klagen over diefstal en te laat komen.

Ervaringen van stagebegeleiders uit het onderzoek: 

"Als je te veel eisen gaat stellen dan hebben we straks helemaal geen stageplaatsen meer, het is al zo moeilijk."

"Dit jaar waren meisjes met een hoofddoek bij twee duurdere horecagelegenheden uit mijn netwerk niet meer welkom. Dat was ook het geval bij twee kinderdagverblijven waar meer vermogende en ook wel joodse ouders komen."

"Dit jaar was er een winkel waar ik geen Marokkaanse jongen meer kon plaatsen. Het was een tassenwinkel die drie keer bestolen was door een stagiair met een Marokkaanse achtergrond, die eigenaar was er klaar mee. Die man had het echt geprobeerd, maar die wil niet meer. Ik snap dat ook wel."

"Bij detailhandel hebben we veel allochtone studenten gehad die bescheidener zijn in hun presentatie naar bedrijven. Als allochtone jongeren zich niet prettig voelen, gaan ze ontwijken. Ze zeggen het niet rechtstreeks tegen het bedrijf, vaak hoor je pas veel later wat er misging. Ik adviseer dan 'waarom zeg je het niet gewoon?' Autochtone studenten klagen ter plekke bij de baas."

"Wij hebben in ons netwerk een Indiaas bedrijf, ze verkopen levensmiddelen, en willen alleen vrouwelijke stagiairs. Daar zijn we wel in mee gegaan, maar er wordt bij ons verschillend over gedacht. Het zijn wel andere toestanden hoor! Het is een autoritaire baas, die doet tussen de middag een slaapje."

Ook de scholieren zelf kiezen liever niet voor een stage bij een bedrijf waarvan het verhaal gaat dat er wordt gediscrimineerd. Ze vinden het dan gemakkelijker om bij een bedrijf stage te lopen met een zelfde culturele achtergrond. Volgens de onderzoekers erkennen stagebegeleiders discriminatie vaak niet. Ze menen dat door het gedrag van leerlingen zelf stages mislukken of aan hun neus voorbij gaan. 

Om problemen bij het vinden van een stageplek te voorkomen zoeken scholen ondernemers die zelf ook een andere etnische achtergrond hebben. Een stage blijkt daar voor hen vaak eenvoudiger te regelen. Bovendien vinden die bedrijven het ook prettig om een stagiair in dienst te nemen die bijvoorbeeld Turks spreekt. De onderzoekers betwijfelen of dat verstandig is. De vraag is of het bijdraagt aan de participatiekansen en toekomstmogelijkheden van studenten.

Ook die ondernemers blijken zo hun voorkeur te hebben. Bedrijven met een eigenaar met een niet-westerse achtergrond vragen scholen ook om stagiairs met een bepaalde culturele achtergrond of alleen vrouwelijke stagiairs.

Frustraties

Het is niet alleen discriminatie waardoor allochtone jongeren moeilijk een stage vinden. Het heeft ook te maken met verkeerde verwachtingen. Een opleiding waar je kunt leren om apps te bouwen is bijvoorbeeld populair bij niet-westerse jongens. Maar er zijn weinig stageplekken en banen in deze sector.

Volgens de stagebegeleider die de onderzoekers daarover spraken is het eigenlijk een doorstroom-studie. Bij jongens leidt dat tot frustraties en gevoel geen kans te krijgen. Er zou volgens de docent meer voorlichting moeten komen over de arbeidsmarktrelevantie van studies.

Een andere stagebegeleider adviseert de beeldvorming van beroepsgroepen te wijzigen en dat ook met ouders te bespreken, al op de lagere school.

Aanpakken

Volgens de onderzoekers moet er meer aandacht komen voor de bemiddelende rol van het onderwijs. "Er wordt om discriminatie heen gewerkt. Het wordt niet besproken", zegt Klooster. "Onderwijscollega's die er wel iets aan willen doen, doen er vaak iets aan in een individueel traject. Terwijl het meer een onderdeel zou moeten zijn van wat scholen doen aan het verbeteren van stagekansen. En ook moet er gekeken worden naar de kwaliteit van de stages."

Verder adviseren de onderzoekers discriminatie bij leerbedrijven aan te pakken.