NSB'ers wilden schouwburg Utrecht slopen

Aangepast op
Binnenland

Door verslaggever Pauline Broekema

Zijn weerwoord noteert hij op ruitjespapier. Vier pagina's, weinig regelruimte. Het is mei 1946, nog volop papierschaarste. De gelauwerde architect Willem Marinus Dudok staat voor de Ereraad voor de Architectuur. Daar is hij aangeklaagd door zijn collega's, het dagelijks bestuur van de Bond van Nederlandse Architecten.

In 1943 heeft het Duitse architectuur vakblad 'Moderne Bauformen' uitvoerig aandacht besteed aan één van Dudoks laatste scheppingen. De schouwburg in Utrecht.

Is de gelauwerde architect fout? Zijn vakbroeders van de BNA vinden hem op zijn minst Duitsgezind.

Sloop

Het dossier bevindt zich tussen de stukken die het Nationaal Archief per 1 januari openbaar heeft gemaakt. Het laat zich lezen als een spannend hoofdstuk uit de geschiedenis van de architectuur in oorlogstijd.

Dudoks schepping werd in september 1941 geopend. Het viel bepaald niet in de smaak bij de nationaal-socialisten. In zijn weerwoord voor de Ereraad beschrijft Dudok hoeveel tegenwerking hij kreeg.

Sterker nog, hij vreesde zelfs sloop van het splinternieuwe gebouw. Voor de oorlog reeds kreeg de Nederlandse architect van zijn Duitse vakbroeders te horen dat zijn werk in nazi-Duitsland gold als cultuur-bolsjewisme.

Dreigbrief

In 1937 werd begonnen met de bouw van de schouwburg. Het scheelde maar weinig of het theater was nooit voltooid. In de eerste helft van 1941 ontving Dudok dreigbrieven "waarin ik niet alleen met stoplegging van mijn praktijk, maar zelfs met gevangenis werd bedreigd".

Hij overlegde de Ereraad een voorbeeld van zo'n anonieme dreigbrief. Iemand die zich een medewerker uit zijn onmiddellijke omgeving noemt, meldt over de schouwburg: "Deze graansilo had reeds lang mijn bijzondere nationaal-socialistische verachting." De reden? "Omdat het later ons nationaal-socialisten weer zoveel moeite kosten zal het 'bouwwerk' met dynamiet te doen verdwijnen. Wij nationaal-socialisten hebben hekel aan alle vergeefsche arbeid en wij hebben ook hekel aan alle geldgeklop!"

Rechte lijntjes, kinderblokkies en lucifertjes. Een kind kon het ontwerpen, vond de schrijver. Ook de NSB-leiding verfoeide de schouwburg. Het was niet 'volksch' dus een slecht bouwwerk.

Vergeten

"Tegen de opening werd de stemming zo vijandig, dat het gebouw in zijn vrije gebruik en zelfs in zijn bestaan werd bedreigd. "'Sluiten of slopen', luidde het parool", herinnert Dudok zich.

In september 1941, bij de opening, moest de politie er aan te pas komen om het theater te beschermen. "Zo benauwend waren de tijden", aldus Dudok.

De bezwaren waren een jaar later kennelijk vergeten. Toen gebruikte de NSB het verfoeide theater, "het graansilo-ontwerp", voor bijeenkomsten. Het Polygoon-journaal deed er op de tonen van ferme marsmuziek verslag van.

Den kogel

In het slotwoord van zijn betoog maakt hij duidelijk hoe zeer de kwestie hem heeft geraakt.

"Ik voel mij ernstig gegriefd, dat ik door deze heeren gebracht ben in de toch altijd vernederende positie mij te moeten verantwoorden voor een eereraad. Ik heb niet vermoed, dat mijn gedrag daar ooit aanleiding toe zou geven. En zeker niet mijn houding als vaderlander tijdens de Duitsche bezetting."

"Ik behoorde niet tot die lauwe landgenooten, die zich overal afzijdig van hielden. Het zou mij niet moeilijk vallen te bewijzen, dat ik ook dingen gedaan heb, die mij den kogel gekost zou hebben, indien zij den Duitschers bekend zouden zijn geweest. Dat was geen kwestie van moed, maar van temperament en ik zal mij er zeker niet op verheffen. Want ik ben geen held."

Dudok werd gezuiverd van alle blaam. Zijn schouwburg staat al weer decennia op de Monumentenlijst.