Etalagebenen? Fysiotherapie is beter dan operatie

Fysiotherapeut Frans Booijmans aan het werk met Anne van der Meulen NOS/Martijn Bink
Geschreven door
Rinke van den Brink
Redacteur gezondheidszorg

Patiënten met zogeheten etalagebenen moeten standaard drie maanden gespecialiseerde fysiotherapie krijgen. Dat is de beste zorg en het levert bovendien op jaarbasis aanzienlijke besparingen op. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Hugo Fokkenrood aan de Maastricht University.

Etalagebenen ontstaan na verkalking van de slagaders in de benen. Hierdoor krijgen mensen te weinig zuurstofrijk bloed in de beenspieren, wat leidt tot pijn bij het lopen. Alleen met rust verdwijnt de pijn. Patiënten doen vaak of ze etalages kijken om de pijn te verhullen. Vandaar de term etalagebenen (wetenschappelijke naam: claudicatio intermittens).

Nu krijgt meer dan de helft van de patiënten met etalagebenen alleen wat leefstijladviezen. Bijna drie op de tien worden geopereerd en maar één op de zeven krijgt de beste zorg van een speciaal opgeleide fysiotherapeut. Mensen met etalagebenen hebben problemen met lopen en een verhoogd risico op hartaanvallen en hersenbloedingen.

'Operatie aan etalagebeen vaak niet nodig'
Een op de vijf 50-plussers heeft last van een etalagebeen: een stekende pijn bij het lopen, die pas overgaat als je even stilstaat, bijvoorbeeld om in een etalage te kijken. Een operatie blijkt in veel gevallen helemaal niet nodig.

Looptraining 

Voor patiënten met etalagebenen is zogeheten stepped care - een getrapte behandeling - de beste zorg. De behandeling combineert looptraining met leefstijladviezen. 

Fokkenrood onderzocht welke behandeling bijna vijfduizend bij CZ verzekerde patiënten kregen die zich met etalagebenen meldden bij vaatchirurgen in verschillende ziekenhuizen. Maar 14 procent van die groep kreeg looptraining van een fysiotherapeut voorgeschreven. Van die patiënten werd ruim 6 procent later alsnog geopereerd.

Bijna 30 procent van de vijfduizend patiënten werd meteen geopereerd. Ruim een op de drie van die groep moest binnen twee jaar opnieuw geopereerd worden. Van de bijna 2.900 patiënten die geen behandeling maar wel leefstijladviezen kregen, moest 15 procent alsnog geopereerd worden.

1/3Anne van der Meulen op de loopband bij fysiotherapeut Frans Booijmans NOS/Martijn Bink
2/3Model van slagader in het been NOS/Martijn Bink
3/3Anne van der Meulen oefent met fysiotherapeut Frans Booijmans NOS/Martijn Bink

Professor Joep Teijink is vaatchirurg in het Catharina Ziekenhuis en hoogleraar aan de Maastricht University. Teijink zegt dat het heel lastig is om looptraining voor patiënten met etalagebenen ingeburgerd te krijgen. In de eerste plaats is het niet makkelijk om artsen ervan te overtuigen een andere aanpak te kiezen dan ze gewend zijn. 

Maar als dat eenmaal lukt is het nog allerminst zeker dat patiënten ook inderdaad looptraining krijgen in plaats van een operatie. "Als ik een patiënt een dotterbehandeling geef van pakweg 11.000 euro dan wordt die volledig vergoed door de zorgverzekeraar. Maar als ik een patiënt doorverwijs naar een fysiotherapeut dan is de kans groot dat die de eerste twintig behandelingen zelf moet betalen. 

Afhankelijk van of ze een aanvullende verzekering hebben en wat die dekt. Soms verwijzen we iemand door en dan komt die een week later terug voor een operatie omdat hij of zijn geen geld heeft voor die ruim 600 euro voor de eerste twintig behandelingen fysiotherapie. En etalagebenen komen vaak voor in lage inkomensklassen. Dan kost het dus 11.000 euro omdat we die fysiotherapie niet onder de verzekering laten vallen." Als de fysiotherapie gegeven wordt na verwijzing door een vaatchirurg kost de behandeling in totaal ongeveer tweeduizend euro. Als de huisarts de patiënt doorverwijst naar de fysiotherapeut ongeveer 1.500 euro. 

Professor Joep Teijink aan het werk. Op de voorgrond een model van een slagader in het been NOS/Martijn Bink

Korter leven

Als tachtig procent van de patiënten met etalagebenen naar een gespecialiseerde fysiotherapeut wordt doorverwezen en als van die groep vier op de vijf patiënten de training volledig volgen, dan bespaart dat volgens Fokkenrood op jaarbasis 33 miljoen euro.
In totaal hebben ongeveer 400.000 mensen in Nederland etalagebenen. Jaarlijks komen er 25.000 bij. Wereldwijd zijn er naar schatting 200 miljoen mensen met etalagebenen. Etalagebenen zijn de bekendste verschijningsvorm van perifeer arterieel vaatlijden (PAV). Patiënten met PAV en dus ook patiënten met etalagebenen hebben een tien jaar kortere levensverwachting dan gezonde mensen.

ClaudicatioNet

Fokkenrood deed zijn promotieonderzoek in het kader van ClaudicatioNet waarvan zijn promotor professor Joep Teijink de drijvende kracht is. Het is een samenwerkingsverband dat behandelaars - vaatchirurgen, huisartsen, fysiotherapeuten - en patiënten met elkaar in contact brengt. ClaudicatioNet heeft een landelijk dekkend netwerk opgezet van fysiotherapeuten en oefentherapeuten die een driejarige specialisatieopleiding hebben gevolgd.
Fokkenrood promoveert aan de Maastricht University bij professor Joep Teijink, vaatchirurg in het vooraanstaande Hart- & Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Hij is een van de initiatiefnemers van het ClaudicatioNet.