Alarmsignalen misbruik boeddhisten werden genegeerd

Boeddhabeeld in Thailand EPA
Geschreven door
Bas de Vries
NOS Net-redacteur

Volgelingen van de Thaise monnik Mettavihari tonen zich geschokt over de omvang van het seksueel misbruik waaraan hun leraar zich schuldig heeft gemaakt. Ze zeggen overweldigd te zijn door het nieuws en de mate van het misbruik”.

Maar hoe verrassend kan het nieuws werkelijk voor hen zijn? Uit een reconstructie van de NOS blijkt dat kopstukken van het boeddhisme al begin jaren 80 over het misbruik werden geïnformeerd. Ook in een grote misbruikzaak in Middelburg werden prominente Nederlandse boeddhisten al in een vroeg stadium, in 2004, gewaarschuwd.

Rode draad in die twee zaken: de gewaarschuwde bestuurders en anderen bagatelliseerden het misbruik, keken weg en lieten afdoende maatregelen na, waardoor de verantwoordelijke monniken door konden gaan met het maken van slachtoffers.

1. Mettavihari (misbruik van 1974 tot tenminste 1992)

Eind 1980 of begin 1981 belt de politie de Buddharamatempel in Waalwijk. Bestuurslid Patrick Franssen neemt op. De politie vertelt hem dat er een melding is binnengekomen van seksueel misbruik van een minderjarige door hoofdmonnik Mettavihari.

Voor Franssen is dat de druppel die de emmer doet overlopen. Hij heeft zelf ook bijzonder slechte ervaringen met Mettavihari op dit vlak. In 1974 had hij als 19-jarige “labiele” jongen al onvrijwillig seks met de monnik. In de ruim twee jaar die daar op volgden, gebeurde dat volgens Franssen nog zo’n veertig tot vijftig keer. Op je 19de was je in die tijd wettelijk minderjarig.

Franssen besluit: deze man moet weg. Hij vliegt naar Chicago om Mettavihari’s gedrag aan de orde te stellen bij een hoge geestelijke, die in zijn woorden het Thaise “ministerie van Religieuze Zaken” vertegenwoordigde. Die beslist volgens Franssen zonder verdere discussie Mettavihari te vervangen door een andere hoofdmonnik. In juni 1981 wordt Mettavihari als voorzitter van het tempelbestuur afgezet, om te worden vervangen door Henk Barendregt. Deze vooraanstaande wiskundige, die later de belangrijkste wetenschappelijke prijs van Nederland zal winnen, de Spinoza-premie, is al bestuurslid sinds de start in 1975.

Tweede kans

Tot verbijstering van Franssen haalt Barendregt zijn leermeester enkele maanden later gewoon weer terug in het tempelbestuur, daarbij gesteund door een andere trouwe volgeling van Mettavihari: Aad Verboom, voorzitter van de Stichting Jonge Boeddhisten Nederland. Franssen weet dat de nieuwe hoofdmonnik Mettavihari een tweede kans gunt. Dat wil hij nog wel accepteren, maar terug in het tempelbestuur? Daarmee zou hij echt te veel terug op het schild worden gehesen.

Er ontstaan felle discussies. Hoe erg is het in de moderne tijd eigenlijk als een monnik seks heeft? Franssen vindt dat de Nederlandse Thai, voor wie de tempel in de eerste plaats bedoeld is, worden belazerd als hun monnik zich in het geheim niets van het celibaat aantrekt. Barendregt brengt daar volgens Franssen tegenin dat dit een ouderwets standpunt is: de meeste Nederlanders vinden toch inmiddels ook dat de pastoor niet mag worden veroordeeld als hij verliefd wordt op zijn huishoudster?

Onvrijwillige seks

Dat het in dit geval om onvrijwillige seks gaat met minderjarigen die niet op voet van gelijkheid staan met de leraar speelt ook voor Franssen in deze discussie geen doorslaggevende rol. Het is begin jaren 80, de tijd van 'alles moet kunnen' in progressief Nederland. Aad Verboom geeft anno 2015 toe dat hij het verhaal van Patrick Franssen over het misbruik dat hij zelf achter de rug had ook niet geloofde. Daarvoor heeft hij Franssen inmiddels via het Boeddhistisch Dagblad zijn excuses aangeboden.

Uiteindelijk drijft Barendregt zijn zin door, waarna Franssen zijn conclusies trekt. Hij verlaat in december 1981 onthutst het tempelbestuur, om vier jaar later te emigreren naar Thailand, afgeknapt op het in zijn ogen "amateuristische" Nederlandse boeddhisme. Hij wordt in het bestuur vervangen door Mettavihari, de man tegen wie hij heeft geprobeerd actie te ondernemen.

Nieuwe incidenten

Mogelijk zijn er daarna nieuwe incidenten, want in 1983 moet de monnik definitief verdwijnen uit de tempel in Waalwijk. Hoe dan ook laten Barendregt en Verboom na om uit te zoeken hoe vaak Mettavihari zich misdragen heeft en hoe ernstig die misdragingen waren. Volgens de Thaise kloosterregels moet een monnik zijn pij afleggen als hij seks heeft gehad, maar zijn prominente leerlingen vinden ook dat niet nodig. Zij houden geheim waarom hun leraar de Waalwijkse tempel heeft moeten verlaten. In een inleiding bij een boekje dat hij later dat jaar publiceert, verklaart Aad Verboom de breuk met de tempel uit "aanzienlijke verschillen in de visie op het boeddhisme en de beoefening daarvan". Deze Verboom is van 1990 tot 1998 bestuurslid en voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN).

Met de hulp van Barendregt en Verboom krijgt Mettavihari de kans om uit de Thaise traditie te stappen waarin hij is vastgelopen, om verder te gaan als de vereerde geestelijk leider van een groep Nederlandse boeddhisten. De besturen van andere boeddhistische centra wisselen ondertussen slechts geruchten uit over wat er in Waalwijk is gebeurd. Concreet gevolg is dat Mettavihari nog zeker negen jaar ongehinderd jongvolwassen mannen kan misbruiken op andere plaatsen, onder meer in Groningen.

Over de schreef

In 1995 wordt hij volgens enkele van zijn leerlingen alsnog aangesproken op zijn gedrag. Mettavihari geeft toe dat hij over de schreef is gegaan, maar laat ook weten dat hij inmiddels is gestopt met het misbruik. Daarmee is voor die volgelingen de kous blijkbaar af; in 2006 laten veertien van hen zich door hem tot leraar benoemen. Een jaar later overlijdt Mettavihari.

Pas in mei 2015 komt het tot een breuk tussen 'de veertien'. Aanleiding zijn de verontrustende uitkomsten van een eigen onderzoek naar de omvang van het misbruik dat twee uit de groep alsnog hebben uitgevoerd. Sommigen vinden dat het schandaal met naam en toenaam naar buiten moet worden gebracht, terwijl Barendregt, Verboom en vijf andere leraren vinden dat dit niet nodig is. Hun redenering is dat Mettavihari zich niet meer kan verdedigen. Het noemen van zijn naam zou kwetsend zijn voor de Thaise gemeenschap.

Onwetendheid

Barendregt claimt begin jaren 80 ook contact opgenomen te hebben met de Thaise geestelijke autoriteiten. Maar Barendregt geeft inmiddels ook toe: "Met de kennis van nu had er meer moeten gebeuren om herhaling te voorkomen. In mijn onwetendheid dacht ik dat de maatregelen op bestuurlijk en geestelijk niveau voldoende waren."

Ook Verboom constateert dat hij "heeft zitten pitten. Ik heb mij laten voorliegen. En Mettavihari altijd het voordeel van de twijfel gegeven. Ik moet nu constateren dat er veel meer pijn en leed is bij de slachtoffers dan ik voor mogelijk heb gehouden."

2. Gerhard Mattioli (2001-2007)

Frans de Reeper bezoekt al anderhalf jaar een boeddhistisch centrum in Middelburg als hij in de zomer van 2004 iets verontrustends hoort. Een van de vrouwen uit de groep vertelt huilend aan de telefoon dat zij door de monnik die de groep leidt uit het centrum is gezet. Volgens haar is dat gebeurd omdat deze Gerhard Mattioli, die zich door zijn leerlingen 'Lama Kelsang Chöpel' laat noemen, jarenlang een verhouding met haar heeft gehad. Tijdens een gezamenlijke vakantie is het uitgegaan en hij zet haar ook uit de groep.

De Reeper is verbijsterd. Voor de zekerheid verdiept hij zich nog eens in de leefregels van monniken: dit kan toch absoluut niet door de beugel? Hij raadpleegt literatuur en wint informatie in bij een ervaren monnik en een boeddhistisch instituut. Hij vraagt ook in een brief aan Mattioli wat er aan de hand is. Die weigert de vragen te beantwoorden. "Ik ben aan niemand ondergeschikt of afhankelijk van andere boeddhistische organisaties of lama’s of rinpoche’s of zelfs Z.H. de dalai lama", schrijft hij.

Actie

Daarop besluit De Reeper actie te ondernemen. Hij schrijft een uitvoerige brief aan de overige leden van de groep, waarin hij vertelt waar hij achter is gekomen. Ook informeert hij ook onder anderen Jean Karel Hylkema, die op dat moment directeur is van de Boeddhistische Omroep (BOS) en daarnaast penningmeester van de Boeddhistische Unie (BUN). De BUN krijgt ook een aparte brief, net als de redactie van het tijdschrift Kwartaalblad Boeddhisme (later omgedoopt in Vorm en Leegte). 

De boodschap van de brieven is duidelijk: "Wij menen dat we voldoende bewijzen hebben dat de mensen die het centrum bezoeken op een manier met het boeddhisme in contact worden gebracht die uiteindelijk schadelijk voor ze is." De omroep en het tijdschrift zouden volgens de briefschrijvers op z’n minst moeten stoppen met reclames en advertenties voor het centrum van Mattioli.

Niet verantwoordelijk

Het haalt weinig uit. De vaak zeer kwetsbare volgelingen van Mattioli zijn zo in zijn ban dat zij de waarschuwingen van De Reeper negeren. Een medewerker van het Kwartaalblad Boeddhisme/Vorm en Leegte belt De Reeper wel, maar zegt niet verantwoordelijk te zijn voor wat er gebeurt in de centra die in het blad worden aangeprezen. De redactie weigert de annonces te schrappen. 

Een nieuwe brief aan Vorm en Leegte in het voorjaar van 2005 levert ook niets op, net zo min als een persoonlijk verzoek aan de eerdergenoemde medewerker van Boeddhisme/Vorm en Leegte tijdens een lezing. BOS-directeur Hylkema schrijft terug dat de omroep geen aandacht meer zal besteden aan het centrum van Mattioli. De BUN laat weten niets te kunnen doen omdat het centrum geen lid is.

Bom barst

Eind 2007 barst de bom in Middelburg, als Mattioli’s groep er achter komt dat hun leermeester seksuele relaties met vier vrouwen tegelijk heeft aangeknoopt. Een van hen is zelfs zwanger geraakt. Verschillende betrokkenen stappen naar de politie (volgens Mattioli zelf "onder dreiging van geweld door hun partner"), maar aangifte doen zij uiteindelijk niet. In een brief dreigt Mattioli zijn leerlingen onder meer met "wedergeboorte in de hel" als zij met hem breken.

Voorzitter Varamitra (Theo Alkemade) van de Boeddhistische Unie meldt in april 2008 tijdens een vergadering dat "een zelfbenoemde lama" in Middelburg "op een verschrikkelijke manier heeft huisgehouden". Hij laat ook weten dat de vrouwen in Middelburg nu wel hulp van de BUN hebben gekregen: Varamitra en een boeddhistische non zijn naar Zeeland gegaan om met de vrouwen te praten en ze weer perspectief te bieden. Een "mooi voorbeeld van traditie-overschrijdende samenwerking", wordt tijdens de BUN-vergadering van april 2008 tevreden vastgesteld.

Het komt ongetwijfeld voor dat lama's vrouwen bezwangeren.

Jean Karel Hylkema, oud-directeur Boeddhistische Omroep

De kwestie wordt binnenskamers gehouden. Boeddhist en onderzoeker Rob Hogendoorn komt er in 2013 achter en publiceert erover in het webmagazine Open Boeddhisme, dat hij samen met collega Theo Dik beheert. Hogendoorn en Dik melden de zaak ook bij de politie. Op die actie worden zij fel aangevallen door een redacteur van een andere boeddistische website, Joop Hoek. Hij wijst er in een column op dat Mattioli de beschuldigingen tegenspreekt en nooit door een rechter is veroordeeld. Hij noemt hen onder meer "nep-openbare aanklagers, de nep Jansen en Jansen van onze samenleving". Hoek was in 2004 medewerker van het Kwartaalblad Boeddhisme, het tijdschrift dus dat toen werd gewaarschuwd voor de praktijken van Mattioli.

Ook Hylkema vindt dat hij niet meer had moeten doen om erger te voorkomen, nadat hij was gewezen op de praktijken van 'monnik' Mattioli. Tegenover Open Boeddhisme relativeert hij de ernst van die situatie: "Lama's die vrouwen bezwangeren, dat komt ongetwijfeld wel eens voor. Er zijn vrouwen die wensen meer dan een leerling te zijn, en die willen een seksuele relatie. Sommige lama’s gaan daar op in, en soms leidt dat tot zwangerschap."