»
Vaktermen uit het pensioen ABC
Wordle.net
Aanvullend pensioen
83 procent van de Nederlanders heeft bovenop de AOW nog een extra, aanvullend pensioen. De premie hiervoor wordt door werkgevers en werknemers betaald.
AFM
De Autoriteit Financiële Markten houdt samen met De Nederlandsche Bank toezicht op de pensioensector. De AFM kijkt vooral naar hoe de consument wordt geïnformeerd over het pensioen. De klant moet begrijpelijk en volledig worden geïnformeerd en moet daarnaast ook worden geïnformeerd over de risico's en onzekerheden.
Afstempelen
Als een fonds echt in de problemen komt en zelfs niet meer in staat is de al toegezegde pensioenen te betalen, moet het fonds afstempelen, oftewel de pensioenen verlagen. In juli 2010 constateerde DNB dat veertien fondsen die maatregel misschien al op 1 januari 2011 zouden moeten nemen. Uiteindelijk hebben vijf fondsen die maatregel ook aangekondigd.
Beschikbare premieregeling
De beschikbare premieregeling is een pensioencontract waarbij het uiteindelijke pensioen afhangt van het beleggingsresultaat van het pensioenfonds. De premie wordt gegarandeerd, het pensioen niet. Het risico ligt bij dit contract volledig bij de werknemer. Als de beleggingen tegenvallen, leidt dat tot een lager pensioen. De werkgevers heeft geen verplichting om bij te storten als de opbrengst tegenvalt. Dit is anders bij een middelloonregeling of eindloonregeling.
AOW
Dit is het basispensioen (Algemene Ouderdomswet) voor iedereen die in Nederland woont. Boven de 65 heeft een alleenstaande recht op 1057,11 euro per maand en een echtpaar krijgt per partner 735,75 euro. Gepensioneerden die tussen hun 15de en 65ste niet in Nederland woonden, worden gekort. Voor elk jaar gaat er dan twee procent van af. De komende jaren zal die groep flink groeien, naar zo'n 600.000 mensen in 2020.
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad geeft eigenlijk aan hoe gezond een pensioenfonds is. Hoe hoger het percentage, hoe beter het fonds. Als een fonds onder de 105 procent zakt, moet een herstelplan worden geschreven. De dekkingsgraad is de verhouding tussen wat het fonds aan bezittingen heeft (vermogen) en de pensioenen die een pensioenfonds nu en in de toekomst moet uitbetalen (verplichtingen). De dekkingsgraad wordt uitgedrukt in een percentage. Volgens de AFM is een fonds pas gezond als de dekkingsgraad boven de 130 ligt.
DNB
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving door pensioenfondsen en pensioenverzekeraars van de pensioenregelgeving. DNB houdt daarbij in de gaten of pensioenfondsen over voldoende vermogen beschikken om alle beloften in de toekomst ook waar te kunnen maken. Daarnaast doet de toezichthouder zelfstandig onderzoek naar het beleggingsbeleid en deskundigheid van pensioenbestuurders.
Eindloonregeling
Dit pensioen is gebaseerd op het salaris dat een werknemer vlak voor zijn pensioen verdient.
Franchise
Het aanvullend pensioen komt boven op de AOW. Voor de berekening van de pensioenpremie wordt daarom een bedrag van het loon afgetrokken. Deze aftrek heet franchise. Mensen met een salaris op of onder dit bedrag bouwen dus nauwelijks aanvullend pensioen op.
Herstelplan
Als de dekkingsgraad lager is dan 105 procent heeft het pensioenfonds normaal gesproken drie jaar de tijd om te herstellen. Bij de herstelplannen die pensioenfondsen als gevolg van de kredietcrisis hebben opgesteld, hebben zij vijf jaar de tijd gekregen om weer boven de vereiste 105 procent uit te komen. In 2009 moesten 340 fondsen een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank.
Indexatie
Pensioenfondsen proberen ieder jaar het pensioen te laten stijgen met de inflatie of de loonontwikkeling. Zonder indexatie valt het pensioen aan het eind van de rit veel lager uit dan gehoopt. Bijvoorbeeld met volledige indexatie komt een pensioen (inclusief AOW) uit op ruim 65 procent van het laatst verdiende loon. Maar zonder die indexatie blijft het pensioen dan steken op iets meer dan de helft van het laatst verdiende loon.
Langlevenrisico
Steeds meer mensen leven gezonder en langer. Dat is mooi, maar voor de pensioenfondsen een probleem. Want bij het sparen is daar onvoldoende rekening mee gehouden. Bijvoorbeeld als het fonds erop rekende dat een man na zijn pensionering nog ruim achttien jaar zou leven, werd daar de premie ook op berekend. Maar nu blijkt dat deze man drie jaar langer leeft. Die drie jaar wordt wel uitbetaald, maar er is eigenlijk niet voor gespaard.
Middelloonregeling
De middelloonregeling gaat uit van het salaris dat een werknemer gemiddeld heeft verdiend in zijn werkzame leven.
Pensioenakkoord
Op vrijdag 5 juni 2010 werden werkgevers en werknemers het eens over een nieuw pensioenakkoord. Kernpunt was dat de pensioenleeftijd vanaf 2020 naar 66 jaar gaat en vijf jaar later naar verwachting naar 67. Iedere vijf jaar wordt vervolgens bekeken of een verdere stijging noodzakelijk is. Daarnaast willen de sociale partners dat de pensioenafspraken worden herzien.
De werknemers denkt nu nog dat hij bij pensionering kan rekenen op zo'n zeventig procent van zijn laatst verdiende loon. Dat is al lang niet meer het geval. De nieuwe afspraken zouden de risico's die aan het Nederlandse pensioenstelsel kleven veel duidelijker moeten maken.
Pensioencontracten
Er zijn op dit moment twee contractsoorten. De eerste is het contract waarbij de hoogte van het pensioen vastligt (ook wel Defined Benefit, ofwel DB-regeling) Het beleggingsrisico, zoals het risico dat mensen langer leven dan gedacht, ligt dan bij het fonds. De deelnemer kan rekenen op een vast pensioen. In Nederland zijn er twee varianten van de DB-regeling: de middelloonregeling en de eindloonregeling.
Dat is anders bij het contract waarbij de premie vastligt (ook wel beschikbare premieregeling of Defined Contribution ofwel DC-regeling). De inleg (premie) wordt gegarandeerd, niet het uiteindelijke pensioen. De risico's liggen dan veel meer bij de werknemer en de gepensioneerden. Als de beleggingen tegenvallen en de werknemers langer leven, loopt een deelnemer het risico dat het pensioen tegenvalt. Een klein percentage werknemers heeft een pensioen gebaseerd op ingelegde premies. Steeds meer werkgevers kiezen daarvoor omdat ze in deze regeling niet meer hoeven bij te storten.
Pensioenfondsen
De meeste werknemers in Nederland bouwen via hun werkgever pensioen op. Vaak is deelname aan zo'n pensioenregeling verplicht. Sommige grote bedrijven hebben een eigen pensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds (447 in Nederland). Soms zitten bedrijven uit een bepaalde branche met elkaar in één pensioenfonds, het bedrijfstakpensioenfonds (85 in totaal). Daarnaast zijn er dan ook nog twaalf beroepspensioenfondsen. De huisartsen, tandartsen, apothekers en nog negen andere beroepsgroepen sparen daar voor het pensioen. Daarnaast zijn er ook nog ondernemers die de regeling bij een verzekeraar onderbrengen.
Premie
De premie wordt betaald door werkgever en werknemer. Wie wat betaalt, kan per bedrijf en bedrijfstak verschillen. Soms is het fiftyfifty, soms neemt de werkgever een groter deel voor zijn rekening. De werkgever houdt pensioenpremies in en maakt ze over aan het pensioenfonds. De premie wordt in de pensioenpot gestopt. Het pensioen is dus eigenlijk uitgesteld loon.
Rekenrente
Om te weten hoeveel een fonds nu in kas moet hebben om uiteindelijk de pensioenen te kunnen betalen, wordt gewerkt met de rekenrente. Hoe lager de rente, hoe meer geld je nu moet hebben om aan toekomstige verplichtingen te voldoen.
Bijvoorbeeld het fonds garandeert een uitkering van duizend euro over vijftien jaar. Met een rente van drie procent volstaat een premie van 642 euro. Als de rente nu ineens daalt naar twee procent moet de inleg hoger zijn, namelijk 743 euro. Maar dat geld is er niet, want er wordt maar 642 euro ingelegd. Dat heeft dus grote gevolgen voor de pensioenfondsen die deze tegenslag moeten verwerken in de dekkingsgraad, die naar beneden gaat.
Sociale partners
Sociale partners (werkgevers en werknemers) zijn verantwoordelijk voor pensioenregelingen. Veel bedrijven hebben een pensioenregeling die is gekoppeld aan het arbeidscontract van de werknemer. De afspraken zijn vaak geregeld in de cao. Daarnaast bestaat het bestuur van veel fondsen ook uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers.
UPO
Het Uniform Pensioenoverzicht is het pensioenoverzicht dat iedereen krijgt en vaak direct in een la stopt. Het UPO geeft een overzicht van wat iemand kan verwachten als hij of zij uiteindelijk met pensioen gaat. In het UPO is ook een indexatielabel opgenomen. Met gestapelde muntjes wordt in een tekening uitgelegd hoeveel het pensioen waard is en wat er gebeurt als het pensioen niet stijgt met de lonen of de prijzen.
Deel deze pagina
»
»
»