Matisse en vrienden in Stedelijk Museum

Matisse in Stedelijk Museum Jeroen Wielaert / NOS
Geschreven door
Jeroen Wielaert
Verslaggever

Door verslaggever Jeroen Wielaert

In het Stedelijk Museum Amsterdam is vanaf vandaag De Oase van Matisse te zien. Het is een grote tentoonstelling, met meer dan honderd werken van de Franse schilder Henri Matisse (1869-1954). Het is voor het eerst dat in Nederland zo'n uitgebreid overzicht te zien is van Matisse. 

Zijn werken worden omringd door doeken van voorgangers, tijdgenoten, vrienden en inspiratoren. Het zijn er zo veel dat de vraag rijst welk schilderij eigenlijk van de meester zelf is. Ze hebben het opgelost met een dunne verticale attentielijn boven Matisses creaties.

Deze 'vriendengroep' van Matisse kreeg in 1905 zijn bijnaam van de Parijse kunstcriticus Louis Vauxcelles. Deze was onaangenaam getroffen door de brutale beelden en doeken van de club rond Henri Matisse. Hij noemden hen ‘fauves’, wilden.

Breuk met de traditie

Matisse groeide uit tot de belangrijkste vertegenwoordiger van de stroming, die sterk beïnvloed was door Vincent van Gogh en Paul Gauguin. In de kern ging het om ongeremd schilderen in krachtige kleuren. Matisse vond daarin zelf veel navolging en een lievelingsrivaal: Picasso.

Al in de eerste zaal wordt zichtbaar hoe diep de vrienden van Matisse elkaar geraakt hebben in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het werd een wedijver vol impressionisme en pointillisme, met overeenkomstige onderwerpen: stillevens en naaktstudies, maar vooral landschappen, kustgezichten en straatbeelden. Het was de definitieve breuk met de traditie vol naturalistische bijbelse taferelen.

Klassiek modern

Heel opvallend, die drie doeken naast elkaar aan het eind van de zaal. La Maison du maître Adam Billaud is in 1874 al wat dromerig in Nevers op doek gezet door Johan Barthold Jongkind. Matisses Une Rue à Arcueil uit 1898 gaat veel verder in fel impressionisme; een dorpsstraat, rossig, blauw en geel. Het is even kleurrijk als de Paysage de Bougival van Maurice de Vlaminck uit 1906, een uitbundig werk met groen, geel en blauw.

Het was een immens plezier om het allemaal te schilderen, met ontembare experimenteerlust. Ruim een eeuw later zou het dwaas zijn om het allemaal nog steeds als 'wild' te omschrijven. De opvattingen over moderne kunst zijn sterk veranderd en in ieder geval omgeslagen in bewondering. De Oase van Matisse biedt een rijkdom aan wat eigenlijk klassieke moderne kunst is geworden.

Verontrust

Het bekijken is onverminderd opwindend, avontuurlijk, feestelijk. Beatrice Ruf, de nieuwe directeur van het ​Stedelijk, moet glimlachen als het woord 'wild' valt. "Matisse was niet wild in de agressieve zin", legt ze uit. "Maar wel in zijn denken over de traditie en zijn eigen werk. Kijk maar naar zijn Notre Dame, uit 1914."

Blauw is de overheersende kleur op het doek waarop de schilder alleen nog de ruwe contouren van de beroemde Parijse kathedraal heeft verbeeld, met losse perspectivische lijnen en enkel contrasten van zwart en groen. Conservator Geurt Imanse: "Het is een van de meest experimentele werken van Matisse. Hij was zeer verontrust door Picasso’s Demoiselles d’Avignon uit 1908. Hij heeft enige jaren geworsteld met de vraag hoe ver hij in die richting moest gaan."

Het schilderij heeft hier gezelschap gekregen van Piet Mondriaan. Zo gaat het verder, met Kazimir Malevich, Olga Rozanova, Theo van Doesburg, Kurt Schwitters, Theo van Doesburg tot en met Mark Rothko en Barnett Newmann. De invloed van Matisse reikte tot diep in de twintigste eeuw.

Nature Morte à la Corbeille d’Oranges van Matisse Jeroen Wielaert / NOS

Matisse wilde dat zijn kunst aanvoelde als een fauteuil om in weg te zakken.

Conservator Geurt Imanse

Matisse heeft zelf heel wat stijlwisselingen doorgemaakt, ook in zijn latere collages en knipsels. Hij ging niet mee met de dadaïsten, de beweging die fel reageerde op de Eerste Wereldoorlog. Hij was bij voorkeur bezig met het vieren van het leven. Imanse: "Matisse vond dat zijn kunst een makkelijke fauteuil moest zijn waar je in kunt zakken en uitrusten."

Vitaminen

Intrigerend, die naakten, sereen naast elkaar. Een grote Picasso, Naakte Vrouw voor een Tuin, uit 1956. Het was het antwoord op Matisses Twee Odalisken, waarvan één ontkleed. Matisse was net overleden, toen Picasso zijn versie schilderde. Het was zijn eerbetoon aan de haremvrouwen van zijn grote vriend.

Geurt Imanse wijst nog naar Nature Morte à la Corbeille d’Oranges, een stilleven met een mand vol sinaasappels. Matisse schilderde het in 1912. Picasso heeft het van hem gekocht. Het was een wederdienst voor de kistjes met sinaasappelen die Matisse steeds weer vanuit Nice naar Picasso’s adres in Parijs zond. Vitaminen die ook weer leidden tot een nieuw feest van kleur.