Henk Faanhof, een oude reus is dood

Henk Faanhof in 2006 Pro Shots

door Jeroen Wielaert

De begroeting kwam er altijd uit in vol Amsterdams, tot pas geleden nog: ‘Zo, ouwe reus!’

Het was de welgemeende uiting van kameraadschap van Henk Faanhof, een van de wielrenners die in de vroege jaren vijftig veel succes hadden in de Tour de France. De radioverslagen van Jan Cottaar droegen bij aan de legende, ook voor Faanhof. In zijn eigen stad maakte hij in 1954 de allereerste buitenlandse Tourstart mee. Die Ronde won hij de etappe naar Bordeaux.

Hij was meer dan een toffe jongen uit de Westerstraat, hartje Jordaan. Tot voor kort was hij graag aanwezig op wielerbijeenkomsten. Dan verscheen hij als een imposante oude heer in een statige jas, een zware bril op zijn doorgroefde hoofd. Zijn beste moment kwam, als hij aan het eind van zo’n samenzijn zijn lijflied zong: My Way.

Henk Faanhof zingt 'My Way' tijdens het Jaardiner van de Sociëteit Olympisch Stadion in 2013

Faanhof is op 29 augustus 1922 geboren in de Amsterdamse Van Hogendorpstraat, de Staatsliedenbuurt. Als jongen trok hij vaak naar het Olympisch Stadion voor het baanwielrennen. Hij zag daar zijn held rondfietsen, Jan ‘kanonbal’ Pijnenburg.

Hij was ook trots op stadgenoot Gerrit Schulte, een van de Nederlanders die voor de oorlog al een etappe won in de Tour de France. Zelf ontwikkelde Faanhof zich op de baan van Olympia als zestienjarige tot een leuk sprintertje. Dat viel op. Hij werd geselecteerd voor de Olympische Spelen van 1940 in Tokio. Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. De Spelen gingen niet door.

Kampen

Het was funest voor de loopbaan van menig beroepsrenner. Faanhof was nog amateur. In het begin van de bezetting volgde hij nog een mts-opleiding tot technisch tekenaar, liep stage bij Fokker. Tot 1941 nam hij deel aan wedstrijden. Hij ontkwam niet aan de Arbeitseinsatz, werd te werk gesteld diep in Duitsland. In een dorp vlak bij Leipzig moest hij versnellingsbakken voor tanks maken. Hij kreeg verlof toen zijn moeder ziek werd en maakte daar gebruik van om onder te duiken.

In die periode begon hij landschapjes te schilderen. Bij een poging om via Frankrijk naar Spanje te ontsnappen werd hij met valse papieren gearresteerd op het station van Essen, bij Roosendaal. Faanhof zat vast in de concentratiekampen van Vught en Amersfoort en moest daarna weer aan de slag in Duitsland. In Friedrichshafen, vlak bij Zwitserland, ontsnapte hij uit een vuurzee, veroorzaakt door geallieerde bommenwerpers.

Vlak na de oorlog vermaakte hij Amerikaanse soldaten, als zanger in de Rotterdamse nachtclub Parkzicht. Zijn ervaringen als dwangarbeider kwamen ook van pas. Hij had aluminium leren lassen. In Amsterdam begon hij een eigen lasbedrijf. Er was vraag genoeg naar kookketels. Het wielrennen bleef trekken. Faanhof ging weer kijken in het Olympisch Stadion. En stapte ook zelf weer op.

Kopgroep

In 1948 was hij de snelste in een kopgroep in de finale van de olympische wegwedstrijd in Londen. Een lekke band maakte een eind aan zijn winstkansen. In 1949 werd Faanhof amateurwereldkampioen op de weg in Kopenhagen. Hij was al 28 jaar toen hij een beroepscontract tekende bij Peugeot, de Franse ploeg met vedetten als Gilbert Bauvin, Maurice de Muer en landgenoot Gerrit Voorting, de zilveren medaillewinnaar in Londen, 1948.

Met Voorting werd Faanhof verkozen voor de Nederlandse Tourploeg van Kees Pellenaars. Bij zijn debuut in 1951 moest hij opgeven door een kaakontsteking. Faanhof was al thuis toen Wim van Est zijn val in het ravijn van de Aubisque overleefde. In 1952 tekende hij bij Locomotief, de roemruchte ploeg van de Amsterdamse fietsondernemer Jan Slesker. Het salaris: 150 gulden per jaar, naast materiaal en truien. In de Tour werd hij dat jaar als niet-klimmer 76ste op bijna vijfeneenhalf uur na winnaar Fausto Coppi.

V.l.n.r. Gerrit Voorting, Thijs Roks, Hein Van Breenen, Daan De Groot, Wim van Est, Hans Dekkers, Henk Faanhof en Cees Pellenaars ANP

Conflicten

Faanhof was als stadsjongen te brutaal en te intelligent voor de Brabantse ploegbaas Pellenaars. Ze kregen conflicten over achterstallige betalingen. Daarom ontbrak hij in de Tourploeg van 1953 die iets sensationeels presteerde: als eerste Nederlandse équipe wonnen ze het algemeen ploegenklassement. “Nederland wint de Tour!’ heette het in krantenkoppen. Het was een van de redenen waarom toenmalig Tourbaas Jacques Goddet voor Amsterdam koos als eerste niet-Franse startplaats. Henk Faanhof was er nu wel bij. Hij kreeg er moraal van, voor veel eigen publiek.

De negende etappe gaat op donderdag 16 juli van Angers naar Bordeaux. Ze moeten vroeg op. Het is 345 kilometer. Faanhof opent de schermutselingen na tweehonderd kilometer. Ploeggenoot Jan Nolten voegt zich bij de groeiende kopgroep. Hij heeft een jaar eerder gewonnen in Bordeaux. Op het laatst probeert de Limburger het nog, vlak voor de aankomst op de velodrome.

Ongeorganiseerde troep

Faanhof herinnerde zich, bijna een halve eeuw later: ‘Jan demarreerde pal voor de wielerbaan. Ik zat in de goede positie om de sprint te winnen. Dat dat lukte was fantastisch natuurlijk. Het ploegspel van later bestond nog niet. Fausto Coppi had een hele ploeg om zich heen. Daar waren wij nog te groen voor. Eigenlijk reden we maar een beetje voor zijn mallemoerkont weg. Het was een ongeorganiseerde troep.’

Na het slot van zijn loopbaan ging het lasbedrijf aan de Westerstraat door. Faanhof bleef betrokken bij de sport, onder andere als voorzitter van Olympia. Hij is veel ouder geworden dan Frank Sinatra, als vertolker van My Way. Hij heeft het nog gezongen in Den Bosch op de vaste herfstavond van Club ’48, met Jean-Marie Leblanc op klarinet. Hij verliet zijn leven zonder spijt, als oude reus.

Henk Faanhof (1922-2015)
Wielerlegende Henk Faanhof is overleden. In 1954 won hij een monsterrit in de Tour.