Veiligheid genegeerd bij gaswinning

1/2Veiligheid speelde geen rol bij gaswinning ANP
'Veiligheid genegeerd bij gaswinning'
Die harde conclusie trekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid.
2/2'Veiligheid genegeerd bij gaswinning'

Door redacteuren Reinalda Start en Heleen Ekker

Veiligheid heeft tot 2013 geen enkele rol gespeeld bij de gaswinning in Groningen. Het ministerie van Economische Zaken, gaswinningsbedrijf NAM en zelfs de toezichthouder hadden alleen maar aandacht voor de gasopbrengst. Zij hebben daarmee hun zorgplicht verzaakt.

Die harde conclusie trekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een conceptrapport over de gaswinning, dat de NOS en RTV Noord hebben ingezien. De raad sprak met de partijen die verantwoordelijk zijn voor de gaswinning, bestuurders, deskundigen, bewoners en belangenorganisaties. Het rapport is nog niet definitief. De betrokken partijen kunnen er nog op reageren.

Veiligheidsrisico’s voor burgers werden niet onderkend.

Conceptrapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

De Onderzoeksraad oordeelt hard over de rol van het ministerie van Economische Zaken, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). "De partijen zagen tot begin 2013 het effect van de aardbevingen als beperkt; het was slechts een schaderisico dat vergoed kon worden. Veiligheidsrisico’s voor burgers werden niet onderkend", aldus de Raad. 

Bij het ministerie van Economische Zaken speelt dat het verschillende rollen vervult: het is zowel betrokken bij de exploitatie als hoeder van alle belangen. Dit draagt eraan bij dat het veiligheidsbelang zwak is vertegenwoordigd.

De organisaties die bij de gaswinning betrokken waren, stonden volgens de Raad ook niet open voor kritische tegengeluiden. Tegenkrachten vanuit bijvoorbeeld gemeenten, provincie en burgers speelden nauwelijks een rol. Tussen de partijen ontbrak het aan checks and balances. Afwijkende opvattingen werden afgedaan als "onzin".

De NAM heeft met deze passieve houding haar zorgplicht verzaakt.

Conceptrapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

Een ander kritiekpunt is dat niemand wist welke mechanismen zich precies in de diepe ondergrond afspeelden. Bovendien is er ook geen poging gedaan om daarover meer te weten te komen. Al in 1993 stond vast dat bevingen werden veroorzaakt door gaswinning. Destijds bleek uit onderzoek dat meer studie nodig was om te begrijpen hoe de ondergrond reageert op gaswinning. 

"De unieke situatie van het Groningenveld had juist aanleiding moeten zijn tot diepgaand onderzoek", vindt de Onderzoeksraad. Dat is onvoldoende gebeurd. Ook is er nooit onafhankelijk onderzoek gedaan naar door gaswinning veroorzaakte bevingen. 

De Raad schrijft verder: "NAM, EZ, KNMI en SodM hadden rekening moeten houden met het gegeven dat de gaswinning in Groningen een grootschalige menselijke ingreep in de ondergrond is. De NAM heeft te lang ontkend dat sprake was van een daadwerkelijke relatie tussen gaswinning en aardbevingen". Volgens de Raad heeft de NAM met deze passieve houding haar zorgplicht verzaakt.

De toezichthouder had de betrokken partijen vaker op hun verantwoordelijkheid moeten wijzen.

Conceptrapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft zich als toezichthouder niet opgesteld als kritische waakhond en te laat ingegrepen. Pas in 2013, na de zware beving in het Groningse Huizinge, waarschuwde SodM dat de gasproductie moest worden verminderd om verdere schade te beperken. De Onderzoeksraad vindt dat de toezichthouder de betrokken partijen vaker op hun verantwoordelijkheid had moeten wijzen.

Het ministerie van EZ had, als hoeder van het veiligheidsbelang, al veel eerder de regie moeten nemen en onderzoek naar reductie van de risico’s moeten afdwingen. De minister heeft uiteindelijk pas begin 2013 de regie genomen. Sindsdien wordt veiligheid meegewogen in de besluiten.

Het gasgebouw is ingericht op het verdienen van zo veel mogelijk geld aan gas.

Conceptrapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

Volgens de Raad wordt de afwachtende houding van de betrokken partijen veroorzaakt door de manier waarop het ‘gasgebouw’ is georganiseerd. Minder dan tien mensen maken daarbinnen de dienst uit over de gaswinning. Zij kennen elkaar goed en er is in sommige gevallen een nauwe verwevenheid tussen gassector en overheid. 

Het gasgebouw (NAM, EZ, EBN, Gasterra, Shell en Exxonmobil) is ingericht op het verdienen van zo veel mogelijk geld aan gas. De betrokken partijen moeten zorgen voor de leveringszekerheid van het gas. Van interne kritiek is hierdoor geen sprake.