Special moslims: extra informatie

Moslims in Nederland

In Nederland wonen bijna een miljoen moslims (volgens de laatste schatting van het CBS in 2009 gaat het om 825.000 moslims). Een grote meerderheid (70 procent) van de moslims in Nederland is van Turkse (285.000) of Marokkaanse (296.000) herkomst. In de jaren ’60 kwamen de eerste gastarbeiders uit deze landen naar Nederland, gevolgd door hun vrouw en kinderen.

Inmiddels hebben deze kinderen zelf kinderen gekregen, en spreekt men van een ‘derde generatie’ moslims in Nederland. De eerste generatie werd geboren in landen waar de islam een vanzelfsprekend gegeven in de samenleving betekende. Door te emigreren naar Europa kwamen zij in een sterk seculiere omgeving terecht.

Nederland geldt als een van de meest seculiere landen in Europa. Pas na de aanslagen op het World Trade Center in 2001 werd de islam onderwerp van het publieke debat in Europa. Dit werd in de jaren daarna versterkt door het optreden van Al Qaeda, de Taliban, de moord op Theo van Gogh, en recent met de opmars van IS en de gewelddadige jihad.

Religieuze participatie

In 2012 bracht het Sociaal Cultureel Planbureau een onderzoek uit naar de moslimgemeenschap in Nederland. Daaruit kwam naar voren dat vrijwel alle Turkse en Marokkaanse Nederlanders zichzelf moslim noemen, en aangeven dat de islam een belangrijk deel is van henzelf. Dat is in de afgelopen jaren niet minder geworden, ook niet onder de tweede generatie.

Wel zijn er verschillen in religieuze participatie. Een groot deel van de moslims in Nederland gaat nooit of bijna nooit naar de moskee en zegt nooit of bijna nooit te bidden. Toch zegt 40 procent van de moslims elke week een moskee te bezoeken, terwijl onder de Nederlandse niet-moslims slechts 16 procent aangeeft regelmatig naar een godsdienstige (kerk)dienst te gaan.

Vrouwen gaan minder naar de moskee dan mannen (voor hen is dit niet verplicht) maar zij zeggen vaker dan mannen vijf keer per dag te bidden. Ook doet de meerderheid van de Nederlandse moslims mee aan de ramadan en is het halal eten een vast gebruik. Marokkaans-Nederlandse moslims zijn overigens religieuzer in hun gedrag dan Turks-Nederlandse moslim, zo stellen de onderzoekers.

Orthodox

Volgens een onderzoek uit 2010 (Roex et al.) is 5 procent van de Turkse Nederlanders, 12 procent van de Marokkaanse Nederlanders en 2 procent van de moslims uit overige groepen streng orthodox. Zij geven bijvoorbeeld aan zich niet op plaatsen waar alcohol wordt gedronken te willen bevinden, of niet op plaatsen te willen komen waar zowel mannen als vrouwen zijn. In totaal zou 8 procent van de moslimpopulatie in Nederland streng orthodox zijn, zo stelt dit onderzoek.

Vaak worden orthodoxe moslims ‘salafisten’ genoemd. In het salafisme, een orthodoxe stroming binnen de soennitische islam, zou volgens de AIVD een voedingsbodem liggen voor radicalisme. Maar ‘salafisme’ is een complex en omstreden begrip. Bovendien wijzen een aantal mensen die zichzelf salafist noemen de gewapende jihad juist af. De vraag is dan ook, zo stellen onderzoekers, in hoeverre orthodoxe moslims vatbaar zouden zijn voor radicale ideeën.

Er zijn inmiddels 160 Nederlandse moslimjongeren afgereisd naar Syrië of Irak, en het grootste deel daarvan heeft zich aangesloten bij de terreurbeweging IS. Dit is slechts een fractie van het aantal moslims in Nederland: 0.02 procent.

Motivaction

In opdracht van Forum publiceerde Motivaction een onderzoek naar Turkse en Marokkaanse jongeren in Nederland, die gevraagd waren naar hun mening over IS. Naar voren kwam dat 80 procent het geweld van jihadistische strijdgroepen tegen niet- of andersgelovigen ‘niet verkeerd’ vond. 87 procent van hen zou het goed vinden dat er onder Nederlandse moslims steun is voor IS, en 90 procent zou Syrië-gangers als helden zien.

De onderzoekers stelden dat deze opvallende uitkomst mogelijk verklaard kon worden door het referentiekader van de Turkse respondenten. De ondervraagde Turks-Nederlandse jongeren volgen het nieuws over het Midden-Oosten vooral via Turkse televisie (86 procent) en zijn uitgesproken positief over het beleid van de huidige Turkse regering Erdogan, die een eigen visie op de conflicten in de Gazastrook, Syrië en Irak heeft.

Er kwam veel kritiek op het onderzoek. Het zou niet wetenschappelijk zijn, zo stelt professor Jelke Bethlehem.

Turkse organisaties

Op verzoek van minister van integratie Lodewijk Asscher deden Sunier en Landman onderzoek naar een viertal Turkse organisaties in Nederland. Het resultaat was een genuanceerde literatuurstudie.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl