» Kabinet Colijn V ANP Als het de VVD en het CDA lukt een minderheidskabinet te vormen met gedoogsteun van de PVV, dan is dat een unicum in de moderne Nederlandse politiek. Na de Tweede Wereldoorlog begon nog nooit een nieuw kabinet met een minderheid in de Tweede en Eerste Kamer.
De afgelopen zestig jaar kwamen minderheidskabinetten eigenlijk alleen voor als rompkabinetten, als er een partij uit een bestaande coalitie stapte en de regering zijn meerderheid in het parlement verloor. De belangrijkste taak van dit soort kabinetten was altijd het voorbereiden van nieuwe verkiezingen en in sommige gevallen het opstellen van de nieuwe begroting.
Promoveren
Zo ging het bijvoorbeeld met Balkenende III, dat ontstond toen D66 uit de coalitie met CDA en VVD stapte. De nieuwe regering werd in zes dagen door Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende samengesteld uit het oude kabinet, door staatssecretarissen Nicolaï en Wijn tot minister te promoveren en Bruno Bruins aan te stellen als staatssecretaris van Onderwijs.
Andere voorbeelden van dit soort minderheidskabinetten zijn Van Agt III en het kabinet-Zijlstra, dat werd gevormd na de beruchte Nacht van Schmelzer.
Het tweede kabinet van premier Biesheuvel is officieel ook een minderheidskabinet, maar omdat de formatie van de volgende coalitie 164 dagen duurde, nam het meer en belangrijkere beslissingen dan gebruikelijk.
Kraakporselein
Voor echte minderheidskabinetten moeten we terug naar vóór de Tweede Wereldoorlog. Toen waren er maar liefst vier kabinetten die een meerderheid in beide Kamers ontbeerden en ook vier die in één van de twee niet op voldoende steun konden rekenen. Die kabinetten waren vooral van voor 1919, toen het - onder het oude kiesstelsel - gemakkelijker was om dit soort kabinetten te vormen.
De eerste regering die geen meerderheid in het parlement kreeg, was die van premier De Meester in 1905. Hoewel het in de Kamer werd gedoogd door de sociaaldemocraten staat het bekend als 'het kabinet van kraakporselein'. In 1907 maakte een crisis een einde aan het kabinet.
Weggestemd
Bij de kabinetten-De Geer I en Cort van der Linden bestonden er helemaal geen banden met de parlementaire fracties; premier Cort van der Linden was zelfs niet eens lid van een politieke partij. De regeringen bestonden vooral uit onbekende politici of hoge ambtenaren.
Dat dit soort kabinetten in de moderne tijd niet meer kunnen, merkt Hendrik Colijn in 1939. Hij wil een kabinet formeren met ministers die op persoonlijke titel worden benoemd, maar dit kabinet wordt nog voor het aantreden van de regering weggestemd door de Tweede Kamer.
Deel deze pagina
»
»
»
»