Jan Peter Balkenende, een tijdlijn

Aangepast op
Politiek

1982 - 1998, begin van een politieke carrière

Jan Peter Balkenende (1956) is de oudste in een gereformeerd gezin met drie zonen in Zeeland. Zijn vader is graanhandelaar, zijn moeder - tot aan haar huwelijk - onderwijzeres. Hij studeert geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en promoveert in 1992 in de rechtsgeleerdheid.

Zijn politieke carrière begint direct na zijn studies, als raadslid in Amstelveen. Hij is nog erg jong en houdt er een studentikoos gevoel voor humor op na. Later vertelt hij nog graag over de krokettenmotie die hij er in in Amstelveen doorheen krijgt. Die motie - nog altijd van kracht - houdt in dat raadsleden recht hebben op een kroket, als de vergadering na 23.00 uur voortduurt.

07-05-1956Balkenende wordt geboren in Biezelinge (gem. Kapelle, Zld.)1968 - 1974Atheneum 'Christelijk Lyceum voor Zeeland' te Goes1974 -1980Geschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam1979 -1982Rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam1982 - 1998Gemeenteraadslid CDA Amstelveen1984 - 1998Stafmedewerker Wetenschappelijk Instituut CDA

1998 - 2001, Van Kamerlid tot lijsttrekker

In 1998 wordt Balkenende tot Kamerlid gekozen. Het CDA heeft de tweede verkiezingsnederlaag op rij geleden, houdt een historisch laag aantal zetels over (29) en komt in de oppositie tegen paars II terecht.

Balkenende is financieel woordvoerder. Tijdens de Algemene Beschouwingen in 1999 heeft hij een aanvaring met minister Gerrit Zalm. Balkenende vindt dat de staatsschuld sneller omlaag moet en dat het kabinet geen cadeautjes moet uitdelen. Zalm vindt dat hypocriet van een CDA'er. Het doet hem denken aan vier mannen die op stap gaan: drie willen naar Yab Yum, de vierde naar een concert. Uiteindelijk gaan ze toch naar het bordeel. De volgende dag roept de vierde: Schande, dat jullie daarheen gaan. Later in het debat komt Zalm terug op Yab Yum. Hij zegt tegen Balkenende: "We gaan er gewoon eens naartoe". De CDA vindt dat veel te ver gaan en stamelt: "Ik zal u niet vergezellen".

Als CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer opstapt na een machtsstrijd met partijvoorzitter Marnix van Rij, komt Balkenende bovendrijven als fractievoorzitter. Korte tijd later wordt hij tot lijsttrekker gekozen.

06-05-1998Balkenende wordt Kamerlid03-08-1998Kabinet-Kok II (PvdA, VVD, D66)29-09-2001CDA-leider De Hoop Scheffer stapt op01-10-2001Balkenende wordt voorzitter CDA-fractie03-11-2001Balkenende gekozen tot lijsttrekker

2002 - 2003, het kabinet-Balkenende I

Balkenende doet het goed als lijsttrekker. Hij sluit een soort niet-aanvalsverdrag met de vileine Pim Fortuyn, die zijn pijlen op anderen richt. Het CDA profiteert - mede daardoor - maximaal van de anti-paarse stemming in het land en wordt verreweg de grootste partij (43 zetels).

Balkenende wordt minister-president van een kabinet met CDA, VVD en LPF. Het loopt van het begin af aan niet lekker. Staatssecretaris Philomena Bijlhout moet na een paar uur het veld ruimen, omdat er foto's opduiken van haar in het uniform van de Surinaamse burgermilities.

De LPF-ministers Eduard Bomhoff en Herman Heinsbroek maken openlijk ruzie. De Kamer krijgt, in antwoord op vragen daarover, een door alle ministers ondertekende ansichtkaart met groeten uit de Trêveszaal. Die grap valt niet bij iedereen goed.

Tijdens het Kamerdebat over de zogenoemde Margarita-affaire heeft Balkenende het zichtbaar moeilijk. Hij laat zich souffleren door minister Donner van Justitie, wat de twijfel over zijn leiderschapscapaciteiten doet toenemen.

In oktober 2002, 87 dagen na de beëdiging, valt het kabinet. Balkenende dient, nog geen 24 uur na de uitvaart van prins Claus, het ontslag van zijn ploeg bij de koningin in. Het levert hem het verwijt op dat hij zijn ministers zelfs tijdens de rouwdienst niet kan laten stoppen met ruziemaken.

Het kabinet-Balkenende I neemt in demissionaire staat het besluit om een Amerikaans-Britse inval in Irak politiek te steunen, maar geen militaire bijdrage te leveren.

06-05-2002Moord op Pim Fortuyn15-05-2002Kamerverkiezingen, CDA 43 zetels22-07-2002Kabinet-Balkenende I (CDA, VVD, LPF), staatssecretaris Bijlhout treedt af15-10-2002Uitvaart prins Claus16-10-2002Balkenende belt Koningin om ontslag kabinet aan te bieden

2003 - 2006, kabinet-Balkenende II

In aanloop naar de verkiezingen in 2003 toont Balkenende zich opnieuw een goed campaigner. Het CDA wint één zetel en wordt met 44 zetels opnieuw de grootste partij. Nadat coalitieonderhandelingen met de PvdA zijn mislukt, gaan de christendemocraten in zee met VVD en D66.

Balkenende kondigt financieel krappe jaren aan, maar belooft dat aan het einde van deze kabinetsperiode zal worden geoogst ("Eerst het zuur en dan het zoet"). Deze boodschap slaat niet aan. Het vertrouwen in het kabinet daalt vrijwel direct.

De premier krijgt kritiek op de manier waarop hij in oktober 2003 zijn volgende Koningshuis-affaire afhandelt. Hij weigert een toestemmingswet in te dienen voor het huwelijk van prins Johan Friso en Mabel Wisse Smit, vanwege haar banden met topcrimineel Klaas Bruinsma. Hij zegt daarbij: "Tegen onwaarheden is geen kruid gewassen". Dat wordt door sommigen als weinig tactvol ervaren.

Ondertussen slaagt het kabinet- Balkenende II er in een aantal lastige dossiers af te handelen, zoals een herziening van het zorgstelsel en de WAO. Voorstanders roemen het daarom als een kabinet van daadkracht.

In maart 2005 ontstaat een probleem met coalitiegenoot D66, als de Eerste Kamer niet instemt met de Grondwetswijziging die de weg vrij moet maken voor een gekozen burgemeester. Minister De Graaf voor Bestuurlijke Vernieuwing stapt op. De gekozen burgemeester maakt deel uit van het Regeerakkoord van Balkenende II. D66 besluit dit akkoord nu open te breken. Er wordt een nieuw akkoord gesloten tussen de drie partijen. De D66-leden stemmen op de zaterdag voor Pasen in met dit 'Paasakkoord', waarmee het kabinet is gered.

Eind 2005, begin 2006 dreigt opnieuw een crisis. Nederland is gevraagd om troepen te leveren voor een vredesmissie in Afghanistan. De D66-ministers willen hier niet mee instemmen. Het kabinet neemt vervolgens geen besluit, maar een "voornemen tot besluit" om Nederlandse militairen uit te zenden. Het legt de bal bij de Kamer. Die gaat hiermee niet akkoord, maar wil pas over uitzending van Nederlandse militairen praten als er een 'echt' besluit ligt. Het kabinet komt dan alsnog met een positief besluit, maar inmiddels heeft D66-leider Dittrich laten weten dat zijn partij uit het kabinet stapt bij deze uitkomst. In het Kamerdebat over de kwestie komt hij hierop terug. Op 3 februari legt hij zijn functie neer vanwege zijn "politiek tactische fouten".

Een paar maanden later valt het kabinet alsnog. D66 stapt eruit vanwege een motie van wantrouwen voor minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken in het debat over het Nederlanderschap van VVD-Kamerlid Hirsi Ali. De D66-fractie steunt de motie, maar die wordt verworpen.

22-01-2003Kamerverkiezingen, CDA 44 zetels20-03-2003Amerikaans-Britse inval in Irak, Nederland geeft politieke steun27-05-2003Kabinet-Balkenende II (CDA, VVD, D66)23-03-2005De Graaf (D66) stapt op als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing als senaat Grondwetswijziging tegenhoudt voor gekozen burgemeester26-03-2005D66-leden stemmen in met Paasakkoord, kabinetscrisis bezworen01-06-2005Nederland verwerpt in referendum de Europese Grondwet29-06-2006D66 stapt uit Balkenende II na verwerping motie van wantrouwen voor Verdonk i.v.m. Nederlanderschap Hirsi Ali

2006 - 2007, kabinet-Balkenende III

Na de val van het kabinet wordt oud-premier Lubbers aangesteld als informateur. Hij krijgt als opdracht: een doorstart van Balkenende II te onderzoeken. Binnen een week staat er een nieuw kabinet op het bordes van de koningin. Het gaat om een minderheidskabinet van CDA en VVD, met gedoogsteun van LPF, D66, ChristenUnie en SGP. De voornaamste opdracht van dit kabinet is om in afwachting van de verkiezingen in november de begroting voor 2007 in te dienen en te verdedigen.

Het kabinet-Balkenende III krijgt het op de valreep nog zwaar. De nieuw gekozen Tweede Kamer stemt op haar eerste werkdag over een motie, waarin minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) wordt opgeroepen geen uitgeprocedeerde asielzoekers uit te zetten die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven. De motie wordt aangenomen, maar Verdonk weigert hem uit te voeren. Ze wil de uitzetting van deze asielzoekers wel tijdelijk schorsen. Een paar weken later wordt een motie aangenomen, waarin om een verlenging van die schorsing wordt gevraagd. Ook deze motie legt Verdonk naast zich neer. Dat komt haar - als eerste minister in een demissionair kabinet - op een motie van afkeuring te staan, die steun krijgt van een nipte meerderheid in de Kamer.

Verdonk stapt niet op na deze motie. Het kabinet bedenkt een uitweg. Verdonk gaat niet langer over het vreemdelingenbeleid; die portefeuille gaat naar Hirsch Ballin. Ze blijft wel minister van Integratie en krijgt er de beleidsterreinen jeugdbescherming, preventie en reclassering bij. De uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers zal niet worden uitgevoerd, zegt Balkenende, "wanneer dat op humanitaire bezwaren stuit, in het bijzonder bij gezinnen met kinderen". De Tweede Kamer gaat morrend akkoord met deze constructie. Verdonks partijgenoot Zalm spreekt van "een zwarte dag in de parlementaire geschiedenis".

01-07-2006Ruud Lubbers wordt informateur; opdracht: doorstart Balkenende II onderzoeken07-07-2006Kabinet-Balkenende III (CDA, VVD)22-11-2006Verkiezingen, CDA 41 zetels13-12-2006Kamer steunt motie van afkeuring tegen minister Verdonk, die 2x een aangenomen motie over asielbeleid niet uitvoerde14-12-2006Verdonk blijft minister van Integratie, Vreemdelingenzaken gaat naar Ernst Hirsch Ballin

2007 - 2010, kabinet-Balkenende IV

De campagne in aanloop naar de verkiezingen in november 2006 is ongekend hard. Balkenende zet PvdA-lijsttrekker Bos weg met de woorden: "U draait en u bent niet eerlijk". Het CDA verliest uiteindelijk drie zetels, maar wordt voor de derde keer op rij de grootste partij. En afgezet tegen de peilingen aan het begin het jaar, waarin het CDA op 25 stond, wordt dit uitgelegd als een overwinning. De PvdA verliest negen zetels, maar is nog altijd de op een na grootste partij, zodat de twee aartsrivalen samen aan de formatietafel komen te zitten (met de ChristenUnie).

Na een moeizame formatie wordt in februari 2007 het kabinet-Balkenende IV gepresenteerd. CDA en PvdA liggen al in het eerste jaar met elkaar overhoop. De PvdA houdt vast aan het standpunt dat het ontslagrecht niet mag worden versoepeld, minister Donner (CDA) aan het tegenovergestelde. Er dreigt een kabinetscrisis. Steeds vaker klinkt het verwijt dat premier Balkenende te weinig regie heeft. Uiteindelijk wordt besloten een onafhankelijke commissie in te stellen, die gaat onderzoeken hoe meer mensen aan het werk kunnen worden geholpen. De PvdA gaat na veel discussie uiteindelijk wel akkoord met een verlenging van de Nederlandse missie in Uruzgan, mits de troepen eind 2010 vertrokken zijn.

Op Prinsjesdag 2008 presenteert minister Bos nog redelijk goede cijfers. Maar de dag daarvoor is de Amerikaanse bank Lehman Brothers gevallen. Dat is het begin van de kredietcrisis. In maart 2009 bereikt de coalitie na moeizame onderhandelingen een akkoord over aanvullend beleid om de crisis tegen te gaan. Er wordt onder meer besloten om de AOW-leeftijd te verhogen, tenzij werkgevers en werknemers met een alternatief komen. Dat gebeurt en dus besluit het kabinet in oktober dat de AOW-leeftijd in 2025 67 jaar moet zijn. Ondertussen worden twintig ambtelijke werkgroepen aan het werk gezet, die moeten onderzoeken hoe er 35 miljard euro extra kan worden bezuinigd. Het levert het kabinet het verwijt op dat het moeilijke beslissingen voor zich uit schuift.

Rond deze tijd doen geruchten de ronde dat premier Balkenende in de race is voor de functie van voorzitter van de Europese Raad. Hij ontkent ("Mijn agenda reikt tot 2015"), maar kan het beeld dat hij geen zin meer heeft om de kabinetsperiode af te maken, niet van zich afschudden. Dit wordt nog versterkt door zijn afwezige optreden tijdens de Algemene Beschouwingen. Later geeft hij toe: "Het was niet mijn beste wedstrijd".

In januari 2010 brengt de commissie-Davids rapport uit over het besluit van het kabinet-Balkenende I om de oorlog in Irak politiek te steunen. Het oordeel is hard. Davids stelt onder meer dat er geen volkenrechtelijk mandaat voor de oorlog was. Balkenende neemt in een reactie direct afstand van het rapport, maar PvdA-fractieleider Hamer dwingt hem een stap terug te doen. Met veel moeite slagen de coalitiepartners erin om tot een gezamenlijke reactie te komen. Er volgt een zwaar Kamerdebat, waarin de hoofdrolspelers uiterst voorzichtig formuleren. Balkenende zegt dat hij "met de kennis van nu" nog steeds vindt dat hij in 2003 juist heeft gehandeld.

Anderhalve week eerder heeft Nederland een officieel verzoek van de NAVO ontvangen om tot augustus 2011 met een kleinere missie in Uruzgan te blijven. Dit zet de verhoudingen in het kabinet op scherp. Vicepremier Bos herhaalt dat de laatste Nederlandse militair eind 2010 uit de Afghaanse provincie moet zijn vertrokken. Er volgt opnieuw een zwaar Kamerdebat, waarin de lichaamstaal van de coalitiegenoten boekdelen spreekt: het zit goed fout. De ministerraad aan het einde van de week duurt zestien uur. Om 04.00 uur 's nachts maakt Balkenende bekend dat de PvdA uit het kabinet is gestapt.

09-02-2007Kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, ChristenUnie)30-11-2007Kabinet besluit missie Uruzgan te verlengen tot uiterlijk eind 201015-09-2008Val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers, begin kredietcrisis25-03-2009Kabinet presenteert aanvullend beleidsakkoord om de crisis tegen te gaan15-10-2009Kabinet besluit AOW-leeftijd stapsgewijs te verhogen tot 67 jaar in 202519-11-2009Premier Balkenende niet gekozen tot voorzitter van de Europese Raad12-01-2010Commissie-Davids presenteert rapport over Nederlands besluit tot steun Irak-oorlog18-02-2010Kabinet valt over Uruzgan