»
De evolutie van de euro uitgedrukt in dollar
NOS Europa zit met zijn handen in het haar over de euro. Nog maar kort geleden dacht niemand aan een crisis, want tien jaar lang ging het goed.
Een gezamelijke munt voor Europa was een droom van de oprichters van de EEG, de voorloper van de Europese Unie. Pas in 1979 werden de eerste stappen gezet met de invoering van een 'munt' die alleen op papier bestond. Het was de ECU, de European Currency Unit, die in het dagelijks leven van de Europeanen geen rol speelde.
De komst van de euro wordt concreet op 7 februari 1992 met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht. Daarin staat het voornemen om de Europese Economische Unie (EMU) te vormen met een gezamelijke munt.
De financiële huishouding van de deelnemende landen moet voldoen aan strenge eisen. Die staan in het Europese Stabiliteitspact dat in 1997 wordt gemaakt. Tekorten op de nationale begrotingen mogen maximaal drie procent zijn, de staatschuld mag niet boven de zestig procent uitkomen. Niet iedereen staat te juichen bij het verdwijnen van de nationale munten, maar de euro krijgt het voordeel van de twijfel.
Vooruitlopend op de komst van de Europese valuta richt de EU in juni 1998 de Europese Centrale Bank (ECB) op. Amsterdam wil de ECB graag hebben, maar het hoofdkantoor komt in Frankfurt. De eerste president is Wim Duisenberg, tot dan president van De Nederlandsche Bank.
Officiëel bestaat de euro sinds 1 januari 1999, maar dan alleen voor de financiële markten en de bancaire wereld. De Europese burger betaalt voorlopig nog met zijn gulden, mark, lire en franc.
Op 5 januari 1999 krijgt de euro voor het eerst een notering op de valutamarkt. De munt begint met een waarde van 1,1837 dollar. Elf landen doen mee: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Finland, Ierland, Italië, Spanje en Portugal. Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden houden hun eigen valuta.
Bijna twee jaar na de invoering bereikt de koers van de euro een dieptepunt. Op 26 oktober 2000 kost een euro nog maar 0,8230 dollar. Daarna heeft de euro niet meer zo laag gestaan.
Griekenland wordt per 1 januari 2001 het twaalfde euroland.
In december 2001 krijgen Nederlanders een gratis setje euromunten en kunnen ze bij de bank euromunten en -biljetten opnemen.
Op nieuwjaarsdag 2002 wordt de nieuwe munt in de twaalf deelnemende landen het wettige betaalmiddel. Eén euro is dan 2,20371 gulden waard, omkeerd kost een gulden 0,45378 euro. Er komt een korte overgangstijd waarin we zowel met guldens als euro's kunnen betalen. Eind januari 2002 verdwijnt de gulden uit onze portemonnee.
Slovenië sluit zich in januari 2007 als eerste Oost-Europese land aan bij de eurozone, in januari 2008 volgen Malta en Cyprus.
Over de koers van de euro maakt niemand zich meer druk, de munt wordt jaar na jaar meer waard. Op 16 juli 2008 en bereikt een hoogste stand van 1,6038 dollar. De Amerikaanse munt is het zorgenkindje en er zijn voorspellingen dat de euro de dollar zal vervangen als belangrijkste reservevaluta.
In het najaar van 2009 ontstaan zorgen over de financiële kracht van sommige eurolanden. In het bijzonder zijn er twijfels over Griekenland, nadat bleek dat Athene jarenlang vervalste statistieken aan Europa leverde.
In het voorjaar van 2010 nemen de zorgen toe. Financiële markten zijn in verwarring, aandelenkoersen dalen en de waarde van de euro schiet omlaag.
De EU en het IMF schieten Griekenland op 2 mei 2010 te hulp met een leningen tegen een gunstige rente van 110 miljard euro. In ruil daarvoor belooft de regering in Athene dat er tot en met 2012 dertig miljard euro wordt bespaard.
De financiële markten blijven ondanks de hulp aan Griekenland in mineur. Om de onrust de kop in te drukken, zet Brussel in het weekend van 8 en 9 mei 2010 zwaar geschut in. Er komt een fonds waaruit eurolanden in geldnood kunnen lenen tegen een lage rente. Het gaat om 60 miljard euro. Als dat niet genoeg mocht zijn, kan het fonds nog eens 440 miljard euro lenen op de kapitaalmarkt, met garanties van de zestien eurolanden. Het IMF kan dat aanvullen met een garantiestelling van 220 miljard euro. Dat betekent dat er totaal nu 720 miljard euro achter de hand is.
Aanvankelijk herstelt de koers van de euro, maar na enkele dagen slaat de twijfel weer toe. Op 17 mei belandt de euro met een stand van 1,22 dollar op de laagste waarde sinds 2006.
Deel deze pagina
»
»
»
»
»
»
»
»